56 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Aandelenoptierechten. Belanghebbende heeft door het uitoefenen van de optierechten certificaten van…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|22 december 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:10811
IB/PVV. Aandelenoptierechten. Belanghebbende heeft door het uitoefenen van de optierechten certificaten van aandelen verkregen. Is sprake van een aanmerkelijk belang? Ontvangen nabetalingen ter zake van vervreemding certificaten van aandelen. In aanmerking te nemen (geschatte) overdrachtsprijs.
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigAWR Bezwaar heffingsrente Heffingsrente behoeft niet te worden beperkt tot de periode van 9 maanden volgend…
Rechtbank Haarlem|15 juni 2007|ECLI:NL:RBHAA:2007:BG5294
rekening brengen van heffingsrente voortvloeit uit de wet en wel uit artikel 30f AWR. De heffingsrente, zowel het in rekening brengen als het vergoeden, is bedoeld ter compensatie van niet genoten rente
- BelastingrechtHoger beroepIn hoger beroep is tussen partijen in geschil het antwoord op de vraag of de aanslag en de beschikking…
Gerechtshof Den Haag|18 februari 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:340
drie maanden na de aangifte een aanslag heeft opgelegd. Heffingsrente wordt op grond van artikel 30f AWR berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag na het midden van het tijdvak
- BelastingrechtHoger beroepIn geschil is het antwoord op de volgende vragen: - a. Heeft belanghebbende voor het jaar 2006 recht op…
Gerechtshof Leeuwarden|13 november 2012|ECLI:NL:GHLEE:2012:BY3213
voorlopige aanslag, een aanslag of een navorderingsaanslag wordt vastgesteld. ”. Het vijfde lid van artikel 30f AWR luidt: “Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt als het bedrag van de aanslag: het bedrag
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigBelanghebbende, een BV, heeft in januari 2006 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting over 2006…
Rechtbank Breda|3 juli 2008|ECLI:NL:RBBRE:2008:BE8906
vergoeden van heffingsrente en dat belanghebbende tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen deze beschikking. 2.5. Artikel 30f AWR bepaalt, voor zover te dezen van belang en kort samengevat, dat met betrekking
- BelastingrechtHoger beroepInkomstenbelasting. Verzuimboete. Partijen houdt verdeeld het antwoord op de vraag of de definitieve aanslag…
Gerechtshof Den Haag|29 mei 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:CA3419
augustus 2011, hetgeen in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 30f Awr. Eisers standpunt dat de heffingsrente eerst met ingang van de dag waarop hij is aangemaand de aangifte
- BelastingrechtHoger beroepVennootschapsbelasting. Verrekening buitenlandse (Roemeense) bronbelasting; vervreemdingswinst op aandelen is…
Gerechtshof Amsterdam|15 december 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:3637
Vennootschapsbelasting. Verrekening buitenlandse (Roemeense) bronbelasting; vervreemdingswinst op aandelen is geen ‘dividend’ in de zin van art. 36 lid 2 Bvdb 2001. Het niet kunnen verrekenen van de bronbelasting vanwege toepassing verrekeningslimieten is niet strijdig met Europees recht. Belastingrente gematigd…
- BelastingrechtHoger beroepInkomstenbelasting. Boete. De rechtbank heeft het verzoek van de gemachtigde van belanghebbende tot uitstel…
Gerechtshof Den Haag|22 april 2014|ECLI:NL:GHDHA:2014:1431
november 2012, hetgeen in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 30f Awr. [Belanghebbende]s andersluidende standpunt vindt geen steun in het recht noch in de jurisprudentie. Verzuimboete 15. Indien de belastingplichtige
- VreemdelingenrechtEerste aanleg - enkelvoudigDe rechtbank oordeelt dat de vaststellingsovereenkomst niet de heffingsrente betreft, hetgeen betekent dat…
Rechtbank Haarlem|10 februari 2011|ECLI:NL:RBHAA:2011:BP6003
niet de heffingsrente is begrepen. Op grond van Hoofdstuk VA AWR, in het bijzonder artikel 30f AWR heeft verweerder terecht heffingsrente in rekening gebracht. 4.7. Eisers subsidiaire grief dat de heffingsrente dient
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigVermogensbelasting Heffing over vermogen op verzwegen Duitse bankrekening is terecht. Het Draaiboek Project…
Gerechtshof Arnhem|29 augustus 2006|ECLI:NL:GHARN:2006:AY8154
worden gekenschetst. heffingsrente 5.10. Heffingsrente wordt belopen uit de wet en wel uit de art. 30f AWR e.v. Geen wettelijke bepaling voorziet in een afwijkende berekening van heffingsrente in het geval
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank oordeelt dat verweerder redelijkerwijs heeft mogen verwachten dat eiseres gelet op de afspraken…
Rechtbank Noord-Holland|23 maart 2017|ECLI:NL:RBNHO:2017:4565
jaren 2002 tot en met 2012. Heffingsrente In het geval u op grond van artikel 30f Awr heffingsrente verschuldigd bent, wordt deze vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking (artikel 30j Awr
- BelastingrechtHoger beroepHet Hof is van oordeel dat de inspecteur niet heeft gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. De…
Gerechtshof Amsterdam|31 januari 2023|ECLI:NL:GHAMS:2023:346
Paragraaf 18, van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht luidt, voor zover hier van belang: “Heffingsrente (artikel 30f AWR, tekst t/m 2012, vóór invoering belastingrenteregeling) […] 1. Heffingsrente bij aanslagbelastingen […] 1b. Te hoge of onterechte
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigHet geschil betreft het antwoord op de vragen: I. Dient de naheffingsaanslag te worden vernietigd op grond…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|9 november 2006|ECLI:NL:GHSHE:2006:BA2522
accijns wordt o.g.v. art. 20 AWR een naheffingsaanslag opgelegd en verhoogd met heffingsrente ingevolge art. 30f AWR. Niet voldaan werd aan art. 2a van het Uitvoeringsbesluit Accijns, art. 19 van Richtlijn 92/12/EEG
- BelastingrechtBezwaar tegen de aanslag moet tevens worden opgevat als een bezwaar tegen de beschikking heffingsrente.
Parket bij de Hoge Raad|27 november 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BJ7907
Bezwaar tegen de aanslag moet tevens worden opgevat als een bezwaar tegen de beschikking heffingsrente.
- BelastingrechtArtikel 6:2, aanhef en letter b, Awb; artikel 11, lid 3, AWR. Van het niet tijdig vaststellen van de aanslag…
Parket bij de Hoge Raad|24 juni 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BP8929
Artikel 6:2, aanhef en letter b, Awb; artikel 11, lid 3, AWR. Van het niet tijdig vaststellen van de aanslag als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en letter b, Awb is geen sprake als de aanslag binnen de wettelijke driejaarstermijn in de zin van artikel 11, lid 3, AWR is opgelegd.
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigNavorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd en een ambtshalve aanslag IB/PVV op basis van een theoretische…
Rechtbank Haarlem|18 juni 2007|ECLI:NL:RBHAA:2007:BA8803
Navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd en een ambtshalve aanslag IB/PVV op basis van een theoretische omzetberekening. Bewaarplicht, verschuiving en verzwaring van de bewijslast, is de vereiste aangifte gedaan, redelijke schatting door verweerder, boete en heffingsrente.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.