59 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigRaadkamerHet Openbaar Ministerie wordt bevolen strafrechtelijk onderzoek voort te zetten en voor een bepaalde datum te…
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen|8 juni 2010|ECLI:NL:OGEANA:2010:BM8363
grond van het bepaalde bij artikel 56 Sv waakt de rechter-commissaris tegen nodeloze vertraging van het voorbereidend onderzoek en kan hij op verzoek van de verdachte bevelen dat het onderzoek binnen
- Strafrecht overigRaadkamerHet Openbaar Ministerie wordt bevolen strafrechtelijk onderzoek voort te zetten en voor een bepaalde datum te…
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen|8 juni 2010|ECLI:NL:OGEANA:2010:BM8370
grond van het bepaalde bij artikel 56 Sv waakt de rechter-commissaris tegen nodeloze vertraging van het voorbereidend onderzoek en kan hij op verzoek van de verdachte bevelen dat het onderzoek binnen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD5593
redelijke verdenking', maar om het bestaan van 'ernstige bezwaren' in de zin van art. 56 Sv en art. 9 Ow tegen een persoon die zich in het jongerencentrum 'Ruimte' bevond
- Strafrecht overigConclusie plv. AG. Art. 3C en 11 Opiumwet. Falend middel over de aanwezigheid van ernstige bezwaren als…
Parket bij de Hoge Raad|14 januari 2025|ECLI:NL:PHR:2025:49
beperking niet geldt maar weer wel vereist is dat de verdachte eerst is aangehouden (art. 56 Sv). De beoordeling van de cassatiemiddelen 2.7 De middelen moeten, naar het mij voorkomt, falen
- Strafrecht overigConclusie plv. AG. Art. 3C en 11 Opiumwet. Falend middel over de aanwezigheid van ernstige bezwaren als…
Parket bij de Hoge Raad|14 januari 2025|ECLI:NL:PHR:2025:48
beperking niet geldt maar weer wel vereist is dat de verdachte eerst is aangehouden (art. 56 Sv). De beoordeling van de cassatiemiddelen 2.7 De middelen moeten naar het mij voorkomt falen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|29 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8646
handeling - de enige andere mogelijkheid naast eendaadse en meerdaadse samenloop - beschouwt. Voor voortgezette handeling (art. 56 Sv) is immers onder meer noodzakelijk dat de gedragingen gelijksoortig zijn en uiting van hetzelfde ongeoorloofd
- Strafrecht overigSanctionering vormverzuim: onrechtmatige fouillering, art. 359a Sv. OM-cassatie. Bewijsuitsluiting van in de…
Parket bij de Hoge Raad|6 december 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1485
Opiumwet niet eens nodig was. De voorwaarden die het eerste lid van artikel 56 Sv stelt aan de bevoegdheid om aan lichaam respectievelijk kleding te onderzoeken zijn identiek
- Strafrecht overigEerste aanleg - enkelvoudigVerdachte heeft als ambtenaar meerdere malen geldbedragen voor een andere bestemming aangewend als waarvoor…
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten|25 maart 2015|ECLI:NL:OGEAM:2015:4
gegeven in het kader van artikel 56 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Volgens artikel 56 SV waakt de rechter-commissaris tegen nodeloze vertraging van het opsporingsonderzoek. Indien door de rechter-commissaris
- Strafrecht overigMiddelen over medeplegen, voortgezette handeling en criminele (inbraak) organisatie falen en kunnen naar het…
Parket bij de Hoge Raad|4 januari 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BO3969
onder 2 bewezenverklaarde niet is aangemerkt als een voortgezette handeling als bedoeld in art. 56 Sv (bedoeld wordt Sr; PV). Daartoe wordt aangevoerd dat uit de desbetreffende woning een autosleutel is meegenomen
- Strafrecht overigOM-cassatie. Hof oordeelde terecht dat art. 52.4 WWM geen grondslag bood voor fouillering nu verdachte zich…
Parket bij de Hoge Raad|26 oktober 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR2104
onderscheiden van de bevoegdheid tot fouillering uit het Wetboek van Strafvordering zoals geregeld in art. 56 Sv, TK 1990-1991, 21 497, nr. 6, p. 4-5: "Om elke misverstand te vermijden
- Strafrecht overigOpzettelijk vervoeren van bolletjes cocaïne en heroïne. Onderzoek aan de kleding of onderzoek aan het lichaam…
Parket bij de Hoge Raad|29 augustus 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1123
geen sprake was van een onderzoek aan het lichaam in de zin van art. 56 Sv, gaf volgens de Hoge Raad geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en was niet onbegrijpelijk
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVeroordeling wegens medeplegen van verduistering van een portemonnee, (bank)pasjes en creditcards. De…
Rechtbank Noord-Holland|2 november 2021|ECLI:NL:RBNHO:2021:10615
hierna: Sv), omdat de fouillering van de verdachte en zijn medeverdachten in strijd met artikel 56 Sv heeft plaatsgevonden. Dit vormverzuim dient volgens de raadsman te leiden tot bewijsuitsluiting van de inbeslaggenomen
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVoorhanden hebben en leveren van illegaal, professioneel vuurwerk.
Rechtbank Amsterdam|26 januari 2016|ECLI:NL:RBAMS:2016:743
overtreding van het Vuurwerkbesluit. Omdat verdachte echter niet was aangehouden, was aan het in artikel 56 Sv gestelde vereiste voor fouillering niet voldaan. De rechtbank stelt daarom vast dat sprake
- Strafrecht overigBeroep op AVAS wegens dwaling ten aanzien van de wederrechtelijkheid van het bewezen verklaarde feit. Vereist…
Parket bij de Hoge Raad|9 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO1490
oudsher onder onderzoek is begrepen, terecht geoordeeld dat het in het eerste lid van art. 56 Sv en het vijfde lid van art. 9 Opiumwet bedoelde onderzoek aan het lichaam omvat
- Strafrecht overigEerste aanleg - enkelvoudigPolitierechter, Opiumwet artikelen 2B, 10, 10a OM-niet ontvankelijkheidsverweer 359a Sv, subsidiair…
Rechtbank Gelderland|24 november 2025|ECLI:NL:RBGEL:2025:10088
PL0600-2024563015-9 volgt dat aan verdachte was medegedeeld dat hij op basis van artikel 56 Sv gefouilleerd zou worden. De verbalisant die de fouillering uitvoerde gaf bij verdachte
- Materieel strafrechtEerste aanleg - meervoudigVeroordeling voor 3 berovingen in vereniging, van andere jongeren in park Oog in Al in Utrecht in de zomer…
Rechtbank Midden-Nederland|15 augustus 2025|ECLI:NL:RBMNE:2025:4980
artikel 55 Sv of voortgezette handeling in de zin van artikel 56 Sv, omdat het hier gaat om een samenhangend feitencomplex waarbij verdachte in wezen één verwijt wordt gemaakt. De rechtbank volgt
- Strafrecht overigAlleen t.a.v. een persoon die wordt verdacht van overtreding van art. 8 WVW 1994 kan de procedure strekkende…
Parket bij de Hoge Raad|6 september 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT3993
bloedafneming noch met de artt. 338, 339, 344 en 359 i.v.m. artt. 29 en 56 Sv., noch met het systeem van Tit. IV Eerste Boek Sv. of met het systeem
- Materieel strafrechtEerste aanleg - meervoudigJeugdstrafrecht. Veroordeling voor 5 berovingen in vereniging, van andere jongeren in park in Utrecht in de…
Rechtbank Midden-Nederland|15 augustus 2025|ECLI:NL:RBMNE:2025:4983
artikel 55 Sv of voortgezette handeling in de zin van artikel 56 Sv, omdat het hier gaat om een samenhangend feitencomplex waarbij [verdachte] in wezen één verwijt wordt gemaakt. De rechtbank volgt
- Materieel strafrechtEerste aanleg - meervoudigJeugdstrafrecht. Veroordeling voor 5 berovingen in vereniging, van andere jongeren in park in Utrecht in de…
Rechtbank Midden-Nederland|15 augustus 2025|ECLI:NL:RBMNE:2025:4981
artikel 55 Sv of voortgezette handeling in de zin van artikel 56 Sv, omdat het hier gaat om een samenhangend feitencomplex waarbij [verdachte] in wezen één verwijt wordt gemaakt. De rechtbank volgt
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.