232 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigOvereenkomst tot het leveren van internetdiensten via glasvezel. Gedaagde heeft de overeenkomst in strijd met…
Rechtbank Midden-Nederland|31 december 2024|ECLI:NL:RBMNE:2024:7318
niet. Het vereiste dat een overeenkomst voldoende duidelijk moet zijn, is neergelegd in artikel 6:227 BW (het bepaalbaarheidsvereiste). Uit zowel de wetsgeschiedenis als de rechtspraak van de Hoge Raad volgt … omgegaan. Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad is aan het bepaalbaarheidsvereiste van artikel 6:227 BW voldaan als aan de hand van de inhoud van de overeenkomst de inhoud
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBijzondere overeenkomst; huurrecht; huur roerende zaken
Rechtbank Limburg|11 december 2024|ECLI:NL:RBLIM:2024:9349
dergelijke verbintenis onvoldoende bepaald is en daarom in strijd is met artikel 6:227 BW. 4.9. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 lid 1 BW … behoeft de stelling van [eiser] dat een dergelijke verbintenis in strijd is met artikel 6:227 BW geen bespreking en beoordeling meer. 4.10. Uit hetgeen dat is overwogen
- VerbintenissenrechtHoger beroepHuur bedrijfsruimte. Uitleg afspraken renovatiekosten. Gebreken riolering.
Gerechtshof Den Haag|10 februari 2026|ECLI:NL:GHDHA:2026:160
oordeel dat de afspraken tussen partijen voldoende bepaalbaar in de zin van artikel 6:227 BW zijn. De afspraken zijn voldoende kenbaar en geven voldoende houvast ten aanzien van de omvang … bijdragen en dat de rest voor rekening van de huurder zal komen. Uit artikel 6:227 BW volgt niet dat bij het aangaan van een overeenkomst al duidelijk is wanneer en door
- VerbintenissenrechtArt. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Beroep op geestelijke stoornis; art. 3:34 BW. Gerechtvaardigd…
Parket bij de Hoge Raad|6 maart 2020|ECLI:NL:PHR:2020:234
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Beroep op geestelijke stoornis; art. 3:34 BW. Gerechtvaardigd vertrouwen wederpartij; art. 3:35 BW. Stelplicht en bewijslast. Motiveringsklachten.
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Erfpacht. Zijn bepalingen in algemene voorwaarden voor voortdurende erfpacht nietig of…
Parket bij de Hoge Raad|2 november 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1233
bepaalbaarheid van art. 1356 en 1369 (oud) BW en art. 6:227 BW heeft betrekking op de verbintenissen van partijen. (…) Een bepaling zoals de onderhavige, strekkend tot herziening van de canon door
- GoederenrechtEerste aanleg - enkelvoudiggeldige overdracht perceel; erfgrenzen; situatietekening bij notariele akte; plaatsopneming; art. 5:47 BW
Rechtbank Midden-Nederland|29 juli 2019|ECLI:NL:RBMNE:2019:5439
BW: het onderwerp van de overeenkomst is niet bepaalbaar zoals is voorgeschreven in artikel 6:227 BW. [verweerder] betwist de ongeldigheid van de overdracht en de nietigheid van de koopovereenkomst … betekent niet dat het geleverde niet voldoende bepaalbaar is in de zin van artikel 6:227 BW. Andere partijbedoelingen waar [eiser sub 1] c.s. naar verwijst en die zouden leiden
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht. Verjaring vordering uit vaststellingsovereenkomst; opeisbaarheid; arbitrage…
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BM3914
zijn de bepalingen van Titel 5 van Boek 6 van toepassing(15), waaronder art. 6:227 BW dat de voorwaarde stelt dat de verbintenissen die partijen op zich nemen bepaalbaar moeten zijn
- Civiel recht overigBodemzaakVerzet. Koopovereenkomst m.b.t. recreatiewoning tot stand gekomen. Beroep op dwaling door gedaagde/eiser in…
Rechtbank Noord-Holland|2 december 2015|ECLI:NL:RBNHO:2015:11988
Verzet. Koopovereenkomst m.b.t. recreatiewoning tot stand gekomen. Beroep op dwaling door gedaagde/eiser in het verzet faalt. Sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door gedaagde/eiser in het verzet. Gedaagde/eiser in het verzet heeft de contractuele boete verbeurd
- Civiel recht overigKort gedingFranse schrijver mag in beeld. Vertoning van een erotisch kunstfilmproject wordt niet verboden. Een Franse…
Rechtbank Amsterdam|28 maart 2023|ECLI:NL:RBAMS:2023:1744
BW). Verder is de overeenkomst volgens hem in strijd met het bepaalbaarheidsvereiste van artikel 6:227 BW, bevat de overeenkomst ook onredelijk bezwarende bedingen in de zin van artikel 6:233 onder
- Civiel recht overigTotstandkoming samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot handel in medicijnen. Strijd met…
Parket bij de Hoge Raad|1 juni 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BU5609
Totstandkoming samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot handel in medicijnen. Strijd met publiekrechtelijk voorschrift; art. 37c Besluit bereiding en aflevering farmaceutische producten (oud); art. 4 lid 3 Wet op de geneesmiddelenvoorziening (oud). Verboden strekking; nietigheid? Art. 3:40 BW.
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigBorgtocht. EUR 7,5 mio. Toewijzing nakomingsvordering bank jegens borg. Zakelijke borg. Afwijzing beroep op…
Rechtbank Amsterdam|20 november 2019|ECLI:NL:RBAMS:2019:8698
vindt in het recht. Wel moeten verbintenissen die partijen op zich nemen ingevolge artikel 6:227 BW bepaalbaar zijn op straffe van ongeldigheid van de overeenkomst. De eis van bepaalbaarheid kan niet … Concluderend is de borgtocht niet onvoldoende bepaalbaar op de voet van artikel 6:227 BW. particuliere of zakelijke borg? 4.8. Partijen twisten over de vraag of [gedaagde] gekwalificeerd moet worden
- BelastingrechtWanneer zijn aandelenoptierechten overeengekomen in de zin van de overgangsregeling (wet van 24 juni 1998…
Parket bij de Hoge Raad|4 maart 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AO3070
Wanneer zijn aandelenoptierechten overeengekomen in de zin van de overgangsregeling (wet van 24 juni 1998; Stb. 370).
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigTrefwoorden: aanbod, aanvaarding, wils-vertrouwensleer Artikelen: 2:217 BW, 2:227 BW, 3:33 BW, 3:35 BW, 2:248…
Rechtbank Breda|7 december 2011|ECLI:NL:RBBRE:2011:BU7368
Trefwoorden: aanbod, aanvaarding, wils-vertrouwensleer Artikelen: 2:217 BW, 2:227 BW
- Civiel recht overigBodemzaakProcedure tussen moeder en dochter. Dochter is eigenares van een onroerende zaak die zij heeft verhuurd aan…
Rechtbank Oost-Brabant|6 maart 2024|ECLI:NL:RBOBR:2024:1029
Procedure tussen moeder en dochter. Dochter is eigenares van een onroerende zaak die zij heeft verhuurd aan de v.o.f. van moeder en vader. Tussen moeder en vader enerzijds en dochter anderzijds is een overeenkomst gesloten waarbij aan moeder en vader een voorkeursrecht c.q. koopoptie is verleend met betrekking tot de…
- Civiel recht overigHoger beroepAanhoudende echtscheidingsperikelen; recht op levering van horecapand dat beweerdelijk door beide voormalige…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|11 december 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:10783Aangehaald in 6 uitspraken
hiervoor beschreven verbintenissen acht het hof voldoende bepaalbaar in de zin van artikel 6:227 BW. Dat neemt niet weg dat voor beide partijen de verplichting geldt nog datgene te verrichten
- Civiel recht overigHoger beroepBepalingen in opeenvolgende versies van de erfpachtvoorwaarden van de gemeente Amsterdam (onder andere met…
Gerechtshof Den Haag|19 september 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:2894Aangehaald in 9 uitspraken
waaruit blijkt dat vaststelling door deskundigen voldoet aan het bepaalbaarheidsvereiste van art. 6:227 BW en het formele rechtszekerheidsbeginsel van art. 3:14 BW. Ook staat tussen partijen vast dat de Algemene
- Civiel recht overigHoger beroepDoorlopend krediet en later verhoging van het krediet. Bank heeft bij het aangaan de kredietnemer voldoende…
Gerechtshof Amsterdam|11 april 2017|ECLI:NL:GHAMS:2017:1279
verbintenissen die hij op zich nam onvoldoende bepaalbaar waren (in de zin van artikel 6:227 BW) wordt verworpen. Dat het rentepercentage variabel zou zijn valt in de kredietovereenkomst duidelijk te lezen
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingontruiming woning op verzoek van curator. kort geding. geen huur of gebruiksovereenkomst.
Gerechtshof 's-Gravenhage|11 oktober 2011|ECLI:NL:GHSGR:2011:BU3329
evenmin sprake is van bepaalbaarheid van de eventuele tegenprestatie (in de zin van artikel 6:227 BW). Ook om deze reden kan dit gebruik niet als huur gelden. Op huurbescherming kan [appellant
- Civiel recht overigHoger beroepHuur bedrijfsruimte. Is de bewindvoerder, die in eerste aanleg niet in rechte is betrokken, ontvankelijk in…
Gerechtshof Amsterdam|3 oktober 2023|ECLI:NL:GHAMS:2023:2563
zake naheffingsaanslag verschuldigd. Voorts maakt [geïntimeerde] aanspraak op schadevergoeding in de zin van artikel 6:227 BW, bestaande uit de maandelijkse huurtermijnen totdat een nieuwe huurder is gevonden en voor het geval
- Civiel recht overigHoger beroepUitleg van overeenkomst; is sprake van een onvoorwaardelijke koopoptie of een voorkeursrecht/recht van eerste…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|30 augustus 2016|ECLI:NL:GHARL:2016:6966
geldende huurwaarde op jaarbasis" onvoldoende bepaalbaar is in de zin van artikel 6:227 BW, onderschrijft het hof dit standpunt niet. Voor het bestaan van een onvoorwaardelijke koopoptie is niet vereist
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.