73 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVillamoord. Gevangenisstraffen tussen de 2 en 10 jaar voor aandeel in gewapende woningoverval in Arnhem in…
Rechtbank Arnhem|29 december 1999|ECLI:NL:RBARN:1999:AA4112
navolgende punten: 1. Het recht van verdachte om zichzelf te kunnen verdedigen (ex art. 6 EVRM) is geschon-den doordat de processen-verbaal van de terechtzittingen en de (belastende) verklarin … heeft kunnen nemen. 2. Het recht van verdachte om zichzelf te kunnen verdedigen (ex art. 6 EVRM) is geschon-den doordat hem niet de gelegenheid is geboden om de videobanden van zijn
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 februari 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AK1546
bewezenverklaarde feit dat de grondslag vormde voor de ontnemingsvordering in strijd met art. 6 EVRM is, omdat de verdediging zich hiertegen niet heeft kunnen verweren , wil ik het volgende opmerken. 19. Voorzover … dossier heeft kunnen bestuderen. Mijns inziens is hier geen sprake is van schending van artikel 6 EVRM. Het middel is tevergeefs voorgesteld. 20. Het zesde en laatste middel bevat de klacht
- Strafrecht overigCassatieArt. 8 EVRM gegarandeerde recht van de verdachte op respect voor diens privéleven een meer dan beperkte - en…
Hoge Raad|18 mei 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD1332Aangehaald in 6 uitspraken
berechting in cassatie een zodanige vertraging is opgetreden dat het in de artikelen 6 EVRM en 14 IVBPR neergelegde recht op berechting binnen een redelijke termijn is geschonden. 3.2. Blijkens de daarvan
- Civiel recht overigVraag onder welke voorwaarden de curator van een gefailleerde vennootschap, die voorwerp van een enquête is…
Parket bij de Hoge Raad|19 mei 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AD3051
verzoeker] het recht op een eerlijk proces hebben onthouden, en daarmee art. 6 EVRM hebben geschonden. 2.2.2. De betrokkene die behoefte heeft aan kennisname van dergelijke stukken, moet deze behoefte expliciet kenbaar … noot 10 genoemde beschikking dat de Hoge Raad ook verder geen schending zag van art. 6 EVRM in een procedure als de onderhavige (ro. 4.4.2, 4.4.3). 2.3. Het middel faalt derhalve
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Leeuwarden · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Leeuwarden|30 november 1999|ECLI:NL:RBLEE:1999:AA5026
uitblijven van resultaten, door de voortzetting van het onderzoek gehandeld in strijd met art. 6 EVRM. De onrechtmatigheden in het (voor)onderzoek tegen medeverdachte [(mede)verdachte] hebben als gevolg dat [verdachte … Voor wat betreft het standpunt van de raadsman dat gehandeld is in strijd met artikel 6 EVRM gelet op de duur van het onderzoek tegen [(mede)verdachte] en het uitblijven van resultaten
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 mei 1999|ECLI:NL:PHR:1999:ZD7280
onderhavige geval. Ook het derde middel faalt. 7.1. Het vierde middel klaagt dat art. 6 EVRM en wel meer bepaald het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden omdat verzoeker niet voorafgaand … geoordeeld dat externe openbaarheid voor de verlofprocedure van art. 111 Sv door art. 6 EVRM niet wordt gedicteerd, maar heeft de procedure onder de normale regels van interne openbaarheid gesteld. Ik haal
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 mei 1999|ECLI:NL:PHR:1999:7
onderhavige geval. Ook het derde middel faalt. 7.1. Het vierde middel klaagt dat art. 6 EVRM en wel meer bepaald het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden omdat verzoeker niet voorafgaand … geoordeeld dat externe openbaarheid voor de verlofprocedure van art. 111 Sv door art. 6 EVRM niet wordt gedicteerd, maar heeft de procedure onder de normale regels van interne openbaarheid gesteld. Ik haal
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 mei 1999|ECLI:NL:PHR:1999:6
onderhavige geval. Ook het derde middel faalt. 7.1. Het vierde middel klaagt dat art. 6 EVRM en wel meer bepaald het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden omdat verzoeker niet voorafgaand … geoordeeld dat externe openbaarheid voor de verlofprocedure van art. 111 Sv door art. 6 EVRM niet wordt gedicteerd, maar heeft de procedure onder de normale regels van interne openbaarheid gesteld. Ik haal
- VreemdelingenrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|10 februari 1999|ECLI:NL:RBSGR:1999:AA1082
volgens eisers onvoldoende. Verder menen eisers dat, ook indien zou moeten worden aangenomen dat artikel 6 EVRM niet van toepassing is op zaken betreffende de toelating van vreemdelingen, niet valt … grotere geheimhouding zou kunnen leiden dan op grond van artikel 6 EVRM mogelijk is. Eisers stellen zich op het standpunt dat er in casu geen 'gewichtige redenen' zijn
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|19 oktober 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD4171
bekende tijdsverloop van dien aard was dat in strijd met art. 6 EVRM de berechting niet had plaatsgevonden binnen een redelijke termijn. Op grond daarvan heeft het Hof een gevangenisstraf opgelegd welke
- Strafrecht overigCassatieHernieuwde overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, nadat het hof op dezelfde grond tot…
Hoge Raad|19 oktober 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD1563
bekende tijdsverloop van dien aard was dat in strijd met art. 6 EVRM de berechting niet had plaatsgevonden binnen een redelijke termijn. Op grond daarvan heeft het Hof lagere straffen opgelegd - respectievelijk
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|2 november 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3401
bekende totale tijdsverloop van dien aard was dat in strijd met art. 6 EVRM de berechting niet had plaatsgevonden binnen een redelijke termijn. Op grond daarvan heeft het Hof een gevangenisstraf opgelegd
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|23 juni 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA2797
nadat mededeling van de beschuldiging was gedaan als bedoeld in lid 3 van artikel 6 EVRM bij brief van 15 december 1995. De Inspecteur heeft op 21 maart 1997 uitspraak gedaan
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|22 december 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3940
Nr. 34232 22 december 1999 gewezen op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 24 februari 1998 betreffende na te noemen haar opgelegde naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen. 1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is over het…
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|16 november 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3795
meer kan worden gesproken van een berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM. 10. De middelen falen. Gronden waarop Uw Raad gebruik zou behoren te maken van zijn
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|1 juni 1999|ECLI:NL:PHR:1999:ZD5163
neemt deze datum als uitgangspunt bij de beoordeling of verdachte in strijd met artikel 6 EVRM langer dan redelijk is, heeft moeten leven onder de dreiging van een strafvervolging. Daaraan doet niet
- VreemdelingenrechtVoorlopige voorzieningRechtbank Assen · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Assen|6 januari 1999|ECLI:NL:RBASS:1999:AA4078
vereiste van effectieve toegang tot de rechter, zoals dat rechtstreeks uit artikel 6 EVRM voortvloeit. Dit leidt tot de beslissing dat het vereiste van betaling van griffierecht buiten toepassing moet worden gelaten
- SocialezekerheidsrechtEerste aanleg - meervoudigRechtbank 's-Gravenhage · Eerste aanleg - meervoudig · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|9 november 1999|ECLI:NL:RBSGR:1999:AA4806
geding gaat om een burgerlijk recht in de zin van artikel 6 EVRM. Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit artikel 6 van het EVRM voort dat een partij in beginsel
- SocialezekerheidsrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|9 november 1999|ECLI:NL:RBSGR:1999:AA4842
geding gaat om een burgerlijk recht in de zin van artikel 6 EVRM. Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit artikel 6 van het EVRM voort dat een partij in beginsel
- BelastingrechtKasgeldconstructie. Bevoegdheid inspecteur. Dienden inspecteurs te worden aangemerkt als procespartij, zodat…
Parket bij de Hoge Raad|23 juni 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA2796
bepaald geval (HR 19 februari 1988, NJ 1988, 725) in strijd werd geacht met art. 6 EVRM.> De rechter blijft echter vrij in de waardering van het bewijs
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.