205 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4346
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4345
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4341
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4336
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4351
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4335
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4342
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4333
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4329
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4411
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak in stand…
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4354
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak in stand…
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4413
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtWrakingWrakingsverzoek. Afwijzing. Geen aanknopingspunten voor het oordeel dat bij verzoeker bestaande vrees van…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|14 mei 2024|ECLI:NL:GHARL:2024:3360
verzoeker ingediend kort voor de zitting, maar net buiten de tien-dagentermijn van artikel 8:58 Awb. 2.3. Verzoeker heeft aan het wrakingsverzoek het volgende ten grondslag gelegd. Verzoeker meent … gelaten moeten worden. Het Hof zou volgens verzoeker de tien-dagentermijn genoemd in artikel 8:58 Awb niet willen toepassen, omdat het zich makkelijk van de zaken af wil maken
- BelastingrechtCassatieAccijns; art. 71, lid 1, aanhef en letter b, Wet op de accijns; naheffing wegens het voorhanden hebben van…
Hoge Raad|11 januari 2019|ECLI:NL:HR:2019:29Aangehaald in 19 uitspraken
februari 2017 belanghebbende gewezen op de mogelijkheid nadere stukken in te dienen (artikel 8:58 Awb). In het algemeen voldoet een uitnodiging met een zodanige mededeling aan de hiervoor bedoelde
- BelastingrechtArt. 229b Gemeentewet. Rioolrecht. Kosten verwerking rioolslib hangen meer dan zijdelings met riolering samen.
Parket bij de Hoge Raad|4 juni 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL1015
Art. 229b Gemeentewet. Rioolrecht. Kosten verwerking rioolslib hangen meer dan zijdelings met riolering samen.
- BelastingrechtHoger beroepLH. Verkrijging certificaten van aandelen. Waarde in het economische verkeer. Loonvoordeel?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|25 mei 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:4948Aangehaald in 5 uitspraken
nader stuk is derhalve door het Hof ontvangen zonder overschrijding van de in artikel 8:58 Awb bedoelde termijn. Het stuk is eveneens per aangetekende post ingediend. Het poststuk is binnengekomen … dinsdag 6 april 2021 hetgeen een overschrijding betekent van de in artikel 8:58 Awb vermelde termijn. De per post ingediende versie is in kleur, waardoor – anders
- BelastingrechtHoger beroepBPM. Zijn kentekengegevens op de zaak betrekking hebbende stukken? Afschrijving. Rente, griffierecht, proceskosten.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|28 april 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:4152
nader stuk in de zin van artikel 8:58 van de Awb. 4.10. Artikel 8:58 Awb bepaalt dat partijen tot tien dagen voor de zitting nadere stukken kunnen indienen. Deze bepaling … AV0821). 4.11. Vaststaat dat belanghebbende zich niet aan de termijn van artikel 8:58 Awb heeft gehouden. De vraag of het stuk niettemin door de Rechtbank in beroep had moeten worden toegelaten
- BelastingrechtHoger beroepBPM. Zijn kentekengegevens op de zaak betrekking hebbende stukken? Afschrijving. Rente, griffierecht, proceskosten.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|28 april 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:4153
nader stuk in de zin van artikel 8:58 van de Awb. 4.10. Artikel 8:58 Awb bepaalt dat partijen tot tien dagen voor de zitting nadere stukken kunnen indienen. Deze bepaling … AV0821). 4.11. Vaststaat dat belanghebbende zich niet aan de termijn van artikel 8:58 Awb heeft gehouden. De vraag of het stuk niettemin door de Rechtbank in beroep had moeten worden toegelaten
- Civiel recht overigWrakingRechtbank Zeeland-West-Brabant · Wraking · Civiel recht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|8 februari 2016|ECLI:NL:RBZWB:2016:748
verzoeker is naar de mening van de rechter geen sprake. 4.3. Ofschoon artikel 8:58 Awb bepaalt dat tot tien dagen vóór de zitting nadere stukken kunnen worden ingediend, betreft dit volgens … goede procesorde te worden gehanteerd. Bovendien is in de opvatting van de rechter artikel 8:58 Awb niet van toepassing op het ter zitting overleggen van foto’s. Zij verwijst daarvoor naar
- BelastingrechtHoger beroepArt. 17 WOZ. Wet waardering onroerende zaken; indiening nadere stukken niet in strijd met goede procesorde…
Gerechtshof Amsterdam|27 januari 2022|ECLI:NL:GHAMS:2022:556
Art. 17 WOZ. Wet waardering onroerende zaken; indiening nadere stukken niet in strijd met goede procesorde; schending hoorplicht?; op de zaak betrekking hebbende stukken; iWOZ-rapportages; waardering woning; erfpachtcorrectie; beroep op diverse algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.