643 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- ArbeidsrechtCassatieArbeidsrecht. Geldigheid studiekostenbeding in verband met beroepsopleiding advocatuur, art. 7:611a lid 4 BW…
Hoge Raad|26 september 2025|ECLI:NL:HR:2025:1386Aangehaald in 5 uitspraken
werkneemster en de werkgever hebben geen schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend. Na daartoe desgevraagd in de gelegenheid te zijn gesteld, hebben S.F. Sagel en I.L.N. Timp
- Civiel recht overigCassatieLuchtvaartwet (LVW), schadeloosstelling ex art. 50 (oud), waardevermeerdering ex art. 55 (oud). Geschil over…
Hoge Raad|19 februari 2010|ECLI:NL:HR:2010:BK4476Aangehaald in 13 uitspraken
Luchtvaartwet (LVW), schadeloosstelling ex art. 50 (oud), waardevermeerdering ex art. 55 (oud). Geschil over schade door bouwverbod voor terrein in nabijheid van luchthaven Schiphol (zie ook HR 6 februari 2009, LJN BG5056). Ontvankelijkheid in cassatie (art. 54 lid 4 en 5 LVW jo. 53 Ow), herstel vormverzuim…
- Strafrecht overigCassatieMishandeling met zwaar lichamelijk letsel als gevolg, art. 300.2 Sr. Vordering benadeelde partij in strafzaak…
Hoge Raad|22 november 2022|ECLI:NL:HR:2022:1718
strafrechter komt gezag van gewijsde toe op de voet van artikel 236 lid 1 Rv voor zover daarin de vordering van de benadeelde partij (gedeeltelijk) is toe- of afgewezen
- Personen- en familierechtCassatiePrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Meerderjarigenbewind. Erfrecht. Is…
Hoge Raad|16 mei 2025|ECLI:NL:HR:2025:758
Hoge Raad gesteld. De bewindvoerder heeft schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot beantwoording van de prejudiciële vragen
- Civiel recht overigCassatieContractenrecht. Onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW). Aan ontbinding gekoppelde schadevergoeding (art…
Hoge Raad|20 mei 2016|ECLI:NL:HR:2016:922
geen hogere voorziening openstaat (art. 130 lid 2 Rv in verbinding met art. 353 lid 1 Rv). 3.8.2 Onderdeel 5 heeft betrekking op de eis vóór verwijzing. Onder a klaagt het onderdeel
- Internationaal privaatrechtCassatiePrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Internationaal privaatrecht; conflictenrecht. Europees mededingingsrecht…
Hoge Raad|21 maart 2025|ECLI:NL:HR:2025:414Aangehaald in 10 uitspraken
Hoge Raad gesteld. Partijen hebben schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend. Na daartoe desgevraagd in de gelegenheid te zijn gesteld, hebben P.A. Fruytier, H. Boom, advocaten
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|21 april 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5595
voorgelegd, had de Rechtbank deze dan ook op de voet van art. 157a lid 1 Rv. in de stand van hoger beroep behoren te verwijzen naar het gerechtshof. Doende wat de Rechtbank
- InsolventierechtCassatiePrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht; arbeidsrecht. Is boedel over loon dat o.g.v. art. 40…
Hoge Raad|13 februari 2026|ECLI:NL:HR:2026:239
Hoge Raad gesteld. Namens partijen zijn schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot beantwoording
- Personen- en familierechtCassatiePersonen- en familierecht. Procedure tot wijziging of aanvulling van gegevens in vervangende geboorteakte…
Hoge Raad|8 november 2024|ECLI:NL:HR:2024:1599
deze procedure zich verzet tegen overeenkomstige toepassing van art. 166 Rv (vgl. art. 284 lid 1 Rv). 3.1.3 Verzoekster heeft in hoger beroep aangeboden om haar moeder als getuige te doen horen
- Civiel recht overigCassatie11 juli 2003 Eerste Kamer Nr. R02/006HR MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende…
Hoge Raad|11 juli 2003|ECLI:NL:HR:2003:AH9339
komen in hoeverre [eiser] bevoegd is -ondanks het be- paalde in art. 263 lid 1 Rv en het ontbreken van een vergunning tot tussentijds hoger beroep- zijn hoger beroep tegen het deelvonnis
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|6 december 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE9402
niet een voorlopige voorziening heeft toegestaan of geweigerd op de voet van art. 401a lid 1 Rv., en er evenmin sprake is van een van de uitzonderingen, genoemd in het tweede
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|1 december 1989|ECLI:NL:HR:1989:AB7833
Voor zodanige compensatie is immers alleen plaats in de in art. 56 lid 1 Rv. genoemde gevallen en het concubinaat van partijen behoort daar niet toe. 4.2 Nu het principaal beroep leidt
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|29 juni 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2374
heeft de RvdK als belanghebbende in de zin van art. 426 lid 1 Rv. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vader
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|23 februari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0221
niet anders bepaalt, stond tegen de bestreden beschikking van het Hof ingevolge art. 426 lid 1 Rv. derhalve gedurende twee maanden na de dagtekening van de beschikking beroep in cassatie open
- Personen- en familierechtCassatiePersonen- en familierecht. Nationaliteitsrecht. Procesrecht. Verzoek op voet van art. 1:26 BW dat…
Hoge Raad|6 december 2024|ECLI:NL:HR:2024:1802
hier hooguit een indirect belang, niet een rechtstreeks belang als bedoeld in art. 798 lid 1 Rv. (rov. 5.3.5) Bij een procedure met het verzoek tot erkenning van een buitenlandse adoptie
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|18 mei 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB1694
Rechtbank te ¢s-Gravenhage ingediend verweerschrift ex artikel 429q lid 4 jo 429h lid 1 Rv. heeft verzoeker tot cassatie in de zaak R00/020HR - verder te noemen: de notaris - zich gewend
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|17 december 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3875
zaak in hoger beroep was voorgelegd, deze op de voet van art. 157a lid 1 Rv in de stand van hoger beroep had behoren te verwijzen naar het hof. Nu evenwel
- Europees bestuursrechtCassatieInternationaal privaatrecht. Cassatietermijn; rechtsmiddel als bedoeld in art. 43 EEX-Verordening geen hoger…
Hoge Raad|12 maart 2010|ECLI:NL:HR:2010:BK4932
betrekking tot het beroep in cassatie tegen beschikkingen op rekest. Ingevolge art. 426 lid 1 Rv. bedraagt de cassatietermijn drie maanden. Aangezien het rechtsmiddel als bedoeld in art. 43 EEX-Verordening niet
- Internationaal privaatrechtCassatieInternationaal privaatrecht; bevoegdheid; Verdrag conservatoir beslag op zeeschepen (Trb. 1981, 165)…
Hoge Raad|3 oktober 2025|ECLI:NL:HR:2025:1468
Zodiac c.s. op de voet van art. 223 Rv in verbinding met art. 353 lid 1 Rv een provisionele vordering ingesteld. Bij arrest van 13 november 2018 heeft het hof de provisionele
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|14 februari 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF1306
Rendite en Hanse betreft, en op grond van art. 4 EEX en art. 629 lid 1 Rv., voorzover het [verweerster 3] betreft, nu de eindbestemming Amsterdam was. (rov. 3.10) d) De forumkeuzeclausule
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.