1.200 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigDe wrakingskamer verklaart het verzoek tot wraking van mr. G.W.G. Wijnands ongegrond.
Rechtbank Overijssel|22 augustus 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:4539
gedaan ‘zodra de feiten en omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden’, zoals artikel 37 lid 1 Rv voorschrijft. 4.2 Vooropgesteld dat rechters een grote vrijheid hebben om kritische vragen te stellen over
- ArbeidsrechtKort gedingDeze zaak gaat over het ontslag op staande voet dat werkgever werknemer op 29 juli 2024 heeft gegeven…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|9 december 2024|ECLI:NL:RBZWB:2024:9583
maar daarmee is de vervaltermijn niet gered. Immers, de zogenoemde ‘spoorwissel’ van artikel 69 lid 1 Rv is in dit geval niet mogelijk, omdat het een kort geding (dagvaarding) betreft. Het bepaalde
- VerbintenissenrechtHoger beroep30 eisers stellen Nedtrain aansprakelijk voor gezondheidsschade wegens blootstelling aan chroom-6 tijdens…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|12 maart 2024|ECLI:NL:GHSHE:2024:754
30 eisers stellen Nedtrain aansprakelijk voor gezondheidsschade wegens blootstelling aan chroom-6 tijdens werkzaamheden aan treinen in het kader van het project tROM in Tilburg. De vorderingen worden integraal afgewezen omdat niet is voldaan aan de stelplicht. Geïntimeerden hebben slechts gesteld dat zij allen in een…
- Civiel recht overigHoger beroepVerzoek voorlopig getuigenverhoor. Afgewezen wegens arbitragebeding.
Gerechtshof Den Haag|9 juli 2024|ECLI:NL:GHDHA:2024:1379
arbitrageovereenkomst beroept – spreekt hij, zonodig ambtshalve, een proceskostenveroordeling uit overeenkomstig artikel 237 lid 1 Rv. Het verzoek van EYAN om [verzoeker] te veroordelen in de werkelijke proceskosten, in plaats van de proceskosten
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudig[eiseres] is eind 2018 opgericht met [A] en [gedaagde sub 3] als indirecte grootaandeelhouders en…
Rechtbank Midden-Nederland|17 januari 2024|ECLI:NL:RBMNE:2024:194
wijziging in strijd is met de eisen van een goede procesorde (zie artikel 130 lid 1 Rv). Die situatie doet zich hier niet voor. De eiswijziging houdt kort gezegd in dat [eiseres
- Personen- en familierechtRekestprocedureProvo afwijzen; niet meer nodig; afspraken gemaakt en bodem op korte termijn behandelen
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|15 mei 2024|ECLI:NL:RBZWB:2024:3316
beoordeling van het verzoek, hierna ingegaan. 4 De beoordeling Ontvankelijkheid 4.1 Ingevolge artikel 223 lid 1 Rv kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening
- Personen- en familierechtHoger beroepHof bekrachtigt de beschikking waarvan beroep waarin de ouders gezamenlijk met het gezag over de kinderen…
Gerechtshof Amsterdam|19 maart 2024|ECLI:NL:GHAMS:2024:711
elkaar gehad, zodat het hof de proceskosten tussen partijen op grond van artikel 237 lid 1 Rv zal compenseren, in die zin dat ieder van hen de eigen kosten draagt
- Civiel recht overigKort gedingVordering vrouw tot uitspreken straat- en contactverbod tegen (aanstaande) ex-man grotendeels afgewezen…
Rechtbank Limburg|15 januari 2024|ECLI:NL:RBLIM:2024:176
gelijk en ongelijk zijn gesteld en gelet op het bepaalde in artikel 237 lid 1 Rv zal de voorzieningenrechter de proceskosten compenseren, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt
- Civiel recht overigHoger beroepHerroepingsprocedure (art. 382 Rv.). Burenrecht. Beroep op herroeping arrest van het hof slaagt niet.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|20 augustus 2024|ECLI:NL:GHARL:2024:5307
geoordeeld. Dat was in dit geval het hof. Het rechtsmiddel moet ingevolge artikel 383 lid 1 Rv worden aangewend binnen drie maanden nadat de grond voor de herroeping is ontstaan
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigincidenteel vonnis; vordering ex art. 843a Rv; rechtmatig belang; onrechtmatige daad; identiteitsfraude…
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten|6 augustus 2024|ECLI:NL:OGEAM:2024:64
Voorop wordt gesteld dat voor toewijsbaarheid van de vordering op grond van art. 843a lid 1 Rv er drie cumulatieve voorwaarden zijn: (i) de eiser of verzoeker moet een rechtmatig belang hebben
- Civiel recht overigBodemzaakVordering tot voeging 222 Rv afgewezen vanwege verwachte vertraging en geen gesteld/gebleken risico op…
Rechtbank Oost-Brabant|3 januari 2024|ECLI:NL:RBOBR:2024:14
E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2024. In artikel 222 lid 1 Rv is ook de situatie beschreven dat voor eenzelfde rechter zaken aanhangig zijn tussen dezelfde partijen
- Personen- en familierechtRekestprocedureRechtbank Zeeland-West-Brabant · Rekestprocedure · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|5 april 2024|ECLI:NL:RBZWB:2024:2468
zover relevant voor de beoordeling, ingegaan. 4 De beoordeling Ontvankelijkheid 4.1. Ingevolge artikel 223 lid 1 Rv kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening
- Burgerlijk procesrechtBodemzaakIncident. Moet een in de Verenigde Arabische Emiraten gevestigde vennootschap zekerheid stellen voor de…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|14 augustus 2024|ECLI:NL:RBZWB:2024:5720
oordeel is gekomen. 4.2. Op grond van artikel 224 lid 1 Rv moet de (rechts)persoon zonder woon- of vestigingsplaats die bij een Nederlandse rechter een vordering instelt zekerheid stellen voor
- Personen- en familierechtVoogdijzaak. Vervangende toestemming voor het wijzigen van de verblijfplaats van de minderjarigen (art…
Parket bij de Hoge Raad|20 september 2024|ECLI:NL:PHR:2024:973
voorop. Tegen eindbeschikkingen staat hoger beroep open tenzij de wet anders bepaalt (art. 358 lid 1 Rv). Art. 807 Rv sluit ten aanzien van beschikkingen, gegeven op de voet
- Personen- en familierechtHoger beroepArtikel 1:255 en 1:265b, lid 1 en 2 BW: ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing De moeder en de advocaat…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|11 januari 2024|ECLI:NL:GHARL:2024:272
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) niet de waarheid verteld. Op grond van artikel 149 lid 1 Rv had de kinderrechter het agressieregulatie probleem en de mishandelingen door de vader als vaststaand moeten
- Civiel recht overigKort gedingVerstekvonnis. IPR. Gedaagden wonen in het Verenigd Koninkrijk. Door de Brexit is de Brussel I…
Rechtbank Midden-Nederland|10 juli 2024|ECLI:NL:RBMNE:2024:4266
aanzien van de relatieve bevoegdheid heeft op de voet van artikel 99 lid 1 Rv als hoofdregel te gelden dat bevoegd is de rechter van de woonplaats van de gedaagde. Aangezien [gedaagde
- Personen- en familierechtHoger beroepVerzoekschriftprocedure. Juridisch vaderschap en omgang. Gelast deskundigenonderzoek in de vorm van een…
Gerechtshof Den Haag|17 april 2024|ECLI:NL:GHDHA:2024:890
begrijpt: op grond van artikel 194 Rv, in verbinding met artikel 284 lid 1 Rv). In dit hoger beroep gaat het niet om het gelasten van dat onderzoek als zodanig; het hoger
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBevoegdheidsincident: vorderingen kunnen niet in geld worden uitgedrukt en zijn derhalve van onbepaalde…
Rechtbank Limburg|18 september 2024|ECLI:NL:RBLIM:2024:7782
zodat de zaak ingevolge artikel 93 aanhef en sub b Rv juncto artikel 94 lid 1 Rv niet wordt behandeld en beslist door de kantonrechter, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigDe rechtbank wijst de incidentele vordering van partij B af en bepaalt in de hoofdzaak dat de zaak weer op de…
Rechtbank Overijssel|5 maart 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:1195
waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,00. 4.4. [partij B] meent (onder verwijzing naar artikel 94 lid 1 Rv) dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de vorderingen van [partij A], inclusief de vorderingen
- Burgerlijk procesrechtHoger beroepVerzoek tot tenuitvoerlegging van een buitenlands arbitraal vonnis in Nederland. Ambtshalve toetsing van…
Gerechtshof Den Haag|8 augustus 2024|ECLI:NL:GHDHA:2024:1376
afschrift aan een van de (andere) personen als bedoeld in artikel 46 lid 1 Rv onmogelijk is, overeenkomstig de wijze als omschreven in artikel 47 Rv. Daaruit volgt dat de deurwaarder
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.