1.197 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatie1. Redelijke termijn. 2. Aftrek voorarrest. Ad 1. In ‘s Hofs oordeel ligt besloten dat het Hof niet alleen…
Hoge Raad|18 maart 2008|ECLI:NL:HR:2008:BC2339
Hoge Raad en heden behelst 19 maanden zodat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM niet is overschreden. Daarom heeft het feit dat behandeling door het hof na terugkeer … betreft het antwoord op de vraag of de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM in enige fase van de procedure is overschreden - niet alleen is gelet op het tijdsverloop nadat
- BelastingrechtCassatieArt. 6, lid 1, EVRM. Navorderingsaanslag met verhoging. Vuistregels inzake overschrijding van de redelijke termijn.
Hoge Raad|22 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AO9006Aangehaald in 1.129 uitspraken
heeft - eveneens in cassatie onbestreden - geoordeeld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden nu zijn uitspraak in de onderhavige zaak pas ongeveer vier jaar na dat tijdstip
- Civiel recht overigCassatieVerzekeringsrecht. Brandstichting. Merkelijke schuld als bedoeld in art. 294 (oud) K. Misbruik van…
Hoge Raad|6 april 2012|ECLI:NL:HR:2012:BV7828Aangehaald in 728 uitspraken
gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM. 5.2 Het hof heeft, uitgaande van de hiervoor vermelde maatstaven, geoordeeld dat in dit geval
- Strafrecht overigCassatieDe klacht inzake de schending van art. 268 Sv op de grond dat de R-C die na verwijzing van de zaak door het…
Hoge Raad|27 maart 2007|ECLI:NL:HR:2007:AZ6108
vergaande bemoeienis in het vooronderzoek kan leiden tot een functiecumulatie welke een schending van artikel 6 EVRM oplevert, vooral als deze handelingen verricht zijn op het verzamelen van bewijsmateriaal. In Hoge Raad … artikel 268 van het Wetboek van Strafvordering. Van schending van enig andere rechtsregel, waaronder artikel 6 EVRM, is naar het oordeel van het hof geen sprake. Daarbij is nog in aanmerking
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad herijkt regels inzake overschrijding van de redelijke termijn. De HR acht het dienstig de…
Hoge Raad|17 juni 2008|ECLI:NL:HR:2008:BD2578Aangehaald in 1.774 uitspraken
meer specifieke regel daaromtrent valt niet te geven. Anders dan wel wordt aangenomen, dwingt art. 6 EVRM niet tot de opvatting dat het eerste verhoor van de verdachte door de politie steeds
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|8 april 2003|ECLI:NL:HR:2003:AE9231
zaak in volle omvang in hoger beroep beoordeelt is geen sprake van schending van art. 6 EVRM." 3.4.1. Bij de beoordeling van het middel dient te worden vooropgesteld dat in hoger beroep … aanleiding heeft gezien dat vonnis te vernietigen - komt erop neer dat het bepaalde in art. 6 EVRM niet eraan in de weg stond dat het onderzoek in hoger beroep, ondanks het ontbreken
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|19 juni 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2201
termijn die thans na aanzegging van de rechtsdag gegund was zich niet verdraagt met artikel 6 EVRM, in het bijzonder niet met het bepaalde omtrent voldoende tijd voor voorbereiding van de verdediging … december 2000, NJ 2001, 83, rov. 3.4). 3.3. Van de gestelde schending van art. 6 EVRM in de cassatiefase is geen sprake in aanmerking genomen: a) dat ingevolge art. 438, tweede
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|19 juni 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2200
termijn die thans na aanzegging van de rechtsdag gegund was zich niet verdraagt met artikel 6 EVRM, in het bijzonder niet met het bepaalde omtrent voldoende tijd voor voorbereiding van de verdediging … december 2000, NJ 2001, 83, rov. 3.4). 3.3. Van de gestelde schending van art. 6 EVRM in de cassatiefase is geen sprake in aanmerking genomen: a) dat ingevolge art. 438, tweede
- Strafrecht overigCassatieWitwassen van geldbedragen, art. 420bis.1.b Sr. Post-Keskin. Afwijzing van ttz. in hoger beroep bij pleidooi…
Hoge Raad|14 oktober 2025|ECLI:NL:HR:2025:1556
Witwassen van geldbedragen, art. 420bis.1.b Sr. Post-Keskin. Afwijzing van ttz. in hoger beroep bij pleidooi gedaan voorwaardelijk verzoek tot horen van belastende getuigen (verbalisanten), op de grond dat niet aannemelijk is dat getuigen binnen aanvaardbare termijn kunnen worden gehoord, art. 288.1.a. Sv. Welke…
- BelastingrechtCassatieArt. 16, lid 4, AWR. Verenigbaarheid met EG-recht van een navorderingsaanslag die wordt opgelegd met…
Hoge Raad|26 februari 2010|ECLI:NL:HR:2010:BJ9092Aangehaald in 151 uitspraken
door de nationale rechter te bewaken, redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6 EVRM, dient de tijd die gemoeid is geweest met het verkrijgen van een prejudiciële beslissing
- Civiel recht overigCassatieFinancieel recht. Effectenlease (Dexia). Negatieve verklaring voor recht; daarvoor vereist belang; stelplicht…
Hoge Raad|12 april 2019|ECLI:NL:HR:2019:590Aangehaald in 1.299 uitspraken
rechtsvraag is gegeven. Die aanspraak zou te zeer afbreuk doen aan het mede in art. 6 EVRM gewaarborgde belang van de andere partij om binnen een redelijke termijn zekerheid te verkrijgen over
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|25 oktober 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE9354Aangehaald in 117 uitspraken
dupliek ingediend. 3. Beoordeling van de klachten 3.1. De klacht over schending van artikel 6 EVRM kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|25 juni 1997|ECLI:NL:HR:1997:AA2210
moet worden uitgelegd dat wordt voorkomen dat in strijd met artikel 6 EVRM op een essentieel onderdeel van het geschil - de beoordeling van de juistheid van de naheffingsaanslag - de toegang … betrekking tot de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in (blz. 4) artikel 6 EVRM doet niet af aan de verbindendheid van artikel 50, lid 5, van de Invorderingswet
- Strafrecht overigCassatiePublicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een…
Hoge Raad|10 januari 2017|ECLI:NL:HR:2017:893
en/of vormen zijn verzuimd waarvan niet-naleving nietigheid meebrengt. In het bijzonder zijn de artikelen 6 EVRM en art. 29 en 415 Sv. geschonden, doordat het hof in zijn nadere bewijsoverweging … niet-naleving nietigheid meebrengt. In het bijzonder zijn de artikelen 341 en 415 Sv. en 6 EVRM geschonden, doordat het Gerechtshof in zaak A ten onrechte de verklaring van verzoeker als kennelijk
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting; art. 16 AWR; navordering. Oordeel van het Hof dat de Inspecteur een ambtelijk verzuim…
Hoge Raad|22 maart 2013|ECLI:NL:HR:2013:BX6666Aangehaald in 270 uitspraken
behandeling van zijn zaak teneinde de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM te voorkomen (vgl. HR 16 december 1998, nr. 34148, LJN AA2596, BNB 1999/303). Reeds daarom
- Civiel recht overigCassatieOnteigeningsrecht. Deskundigenbericht; hoor en wederhoor indien deskundigen een derde raadplegen. Verdeling…
Hoge Raad|2 december 2016|ECLI:NL:HR:2016:2742
aldus sprake is van schending van het beginsel van hoor en wederhoor en van art. 6 EVRM, en betoogt dat de rechtbank de schadeloosstelling niet mocht vaststellen met gebruikmaking van het tweede … partij zich niet voldoende heeft kunnen uitlaten. Dit volgt uit de art. 19 Rv en 6 EVRM, die ook in het onteigeningsgeding van toepassing zijn. Dit brengt mee dat de desbetreffende partij
- Civiel recht overigCassatieOnrechtmatige daad vanwege te zwaar detentieregime. Vergoeding van immateriële schade op grond van art. 6:106…
Hoge Raad|15 maart 2019|ECLI:NL:HR:2019:376Aangehaald in 463 uitspraken
klagen dat het hof heeft miskend dat bij schending van de art. 3, 5 en 6 EVRM verondersteld moet worden dat nadeel is geleden, ook als geen sprake is van (feitelijk aangetoonde
- Civiel recht overigCassatieVerzoeken om wraking (alle) leden Hoge Raad. Verplichte procesvertegenwoordiging in cassatie.
Hoge Raad|18 december 1998|ECLI:NL:HR:1998:AD2977Aangehaald in 55 uitspraken
wraking geen uitzondering op de verplichte procesvertegenwoordiging in cassatie. Anders dan verzoeker stelt noopt art. 6 EVRM niet tot het maken van een dergelijke uitzondering, terwijl ook de aard van deze processuele
- Strafrecht overigCassatie's-Hofs kennelijk oordeel dat sprake was van een zekere mate van bewustheid van de verdachte omtrent de…
Hoge Raad|26 januari 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD1169Aangehaald in 49 uitspraken
berechting van de verdachte niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR. Daartoe wordt blijkens de op het middel gegeven toelichting aangevoerd
- BelastingrechtCassatieFiscale vergrijpboetes; HR komt terug van BNB 1988/270; opzet/grove schuld van adviseur wordt niet…
Hoge Raad|1 december 2006|ECLI:NL:HR:2006:AU7741Aangehaald in 89 uitspraken
levert wat de cassatieprocedure betreft een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM op. Indien na verwijzing de aan belanghebbende opgelegde boete tot enig bedrag in stand blijft
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.