191 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4360
voorgedragen. Ware dat al anders dan vinden zij hun Waterloo in art. 407 lid 2 Rv. omdat niet wordt aangegeven waar dat zou zijn gebeurd.(6) Aan dit laatste doet niet … iets nieuws beoogt te vertolken, voldoet zij niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. nu niet wordt aangegeven waarom 's Hofs oordeel onjuist zou zijn. 2.15 Het onderdeel veronderstelt
- Civiel recht overigVoorlopige voorziening+bodemzaakRechtbank Arnhem · Voorlopige voorziening+bodemzaak · Civiel recht overig
Rechtbank Arnhem|8 februari 2002|ECLI:NL:RBARN:2002:AD9077
aanrijdingsformulier met de tekening geen dwingende bewijskracht als bedoeld in artikel 184 lid 2 Rv. heeft ten aanzien van de door Y gestelde oorzaak van de aanrijding, te weten dat J - zonder … aanrijdingsformulier met de tekening geen dwingende bewijskracht als bedoeld in artikel 184 lid 2 Rv. heeft ten aanzien van de door Y gestelde oorzaak van de aanrijding, te weten dat J - zonder
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9239
geen vennootschapsbelastingschulden bestonden. 2.7 De klacht voldoet niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv, nu geen vindplaats in de processtukken van de in het subonderdeel bedoelde stelling wordt vermeld … niet aangeeft tegen welke rechtsoverweging het zich richt - aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv voldoet, meen ik dat het bij gebrek aan feitelijke grondslag niet kan slagen. Het aangevochten
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|28 juni 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE1538
Gemeentewet, dat op zijn beurt is ontleend aan art. 611g leden 1 en 2 Rv. Voor elk van deze artikelen geldt dat de verjaringstermijn van zes maanden is ingegeven enerzijds door
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|20 december 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE9391
juni 2001 op de voet van het bepaalde in art. 398, aanhef en onder 2°, Rv. beroep in cassatie ingesteld tegen het op 7 mei 2001 door de President in kort geding
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|14 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE2369
geciteerd. 3.25 Deze klacht zou m.i. niet voldoen aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. omdat onvoldoende uit de doeken wordt gedaan waarom de deskundige - wiens oordeel door … niet heeft plaatsgevonden. 3.27 Zou de klacht voldoen aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. dan zou zij falen. 3.28 De tweede klacht van onderdeel 3 ziet op de hiervoor
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|7 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE3784
eiser] in zijn beroep ontvankelijk is ondanks de regel van art. 401a lid 2 Rv, zulks in het licht van artikel VII lid 2 van de Wet tot herziening van het procesrecht … daardoor ingeroepen "bijzondere regel" voldoet het niet aan de daaraan ingevolge art. 407 lid 2 Rv te stellen eisen, aangezien het middel niet aangeeft op welke regel het doelt. Daarbij kan worden
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD7354
menen dat deze klacht niet voldoet aan de eisen van art. 407, lid 2, Rv. Zij geeft nl. niet aan waarom de feiten en omstandigheden waarnaar … Deanmoor niet te goeder trouw is geweest in de zin van art. 453a, lid 2, Rv. Deze vaststelling zou niet van belang zijn voor de vraag of vereenzelvigd mag worden, althans
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|1 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD7353
verduidelijkt. Om die reden voldoet het onderdeel niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. Zou het onderdeel echter zo moeten worden opgevat dat de daarin vervatte klacht is gericht … anders zijn, dan zou het onderdeel niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv voldoen. Het aangevochten oordeel is op de rov. 9-22 ("op grond van al het vorenoverwogene
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1538
exploit, zoals aan de voet hiervan vermeldƒ 101,52 ƒ 4692,52 kosten art. 2 Rv ƒ 22,15 Totaal ƒ 4714,67 Zulks onverminderd de verder nog te vervallen kosten … Gemeentewet is op zijn beurt ontleend aan art. 611g leden 1 en 2 Rv(15). De parlementaire geschiedenis tot dit artikel vermeldt met betrekking tot de ratio van de korte verjaringstermijn
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|15 november 2002|ECLI:NL:HR:2002:AF0576
hebben zich tot de Rechtbank gewend en op de voet van art. 477a lid 2 Rv. gevorderd de notaris te veroordelen tot het doen van een gerechtelijke verklaring van de vorderingen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9260
Rolnr. C01/069 mr J. Spier Zitting 13 september 2002 Conclusie inzake Epenhuysen Chemie N.V. (hierna: Epenhuysen) tegen [Verweerder] 1. Feiten 1.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten waarvan de Rechtbank, in navolging van de Kantonrechter (rov. 1), is uitgegaan (rov. 2.3). 1.2 Op 3 mei 1976 is [verweerder]…
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4289
klacht van subonderdeel 2a voldoet slechts aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv(26) voor zover de vindplaatsen van de betreffende stellingen in het verzoekschrift tot cassatie zijn genoemd
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD7318
onderdeel niet voldoet aan de daaraan op de voet van artikel 407 lid 2 Rv te stellen eisen. Afgezien daarvan is de door het hof aan de overeenkomst gegeven uitleg feitelijk
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|11 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE5157
Rolnr.: C01/068 Zitting: 21 juni 2002 (bij vervroeging)(1) Conclusie mr J. Spier inzake: AEGON SCHADEVERZEKERING N.V. (hierna: Aegon) tegen [Verweerder] 1. Feiten 1.1 In deze procedure heeft de Rechtbank 's-Gravenhage in rov. 1 van haar vonnis van 4 maart 1998 de navolgende feiten vastgesteld. Ook het Hof is in zijn…
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|29 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE8456
verschil en loopt dus in dit opzicht reeds vast op art. 407 lid 2 Rv. 4.20. Onderdeel 1.7 klaagt dat 'mede in het licht van het vorenstaande' onbegrijpelijk … voor het overige niet voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. Bovendien is, zoals gezegd, het oordeel van het hof naar mijn mening niet onbegrijpelijk. 4.21. Onderdeel
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|24 mei 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD9601
voldoet het middel op dit punt niet aan de eisen die ingevolge art. 407 lid 2 Rv. aan een cassatiemiddel moeten worden gesteld, zodat het in zoverre niet tot cassatie kan leiden
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE2343
processueel belang van de wederpartij - aan diskwalificatie overeenkomstig art. 410 j° art. 407 lid 2 Rv. te ontkomen, gaat zij niet op. Ik verwijs naar de vorige paragraaf, tweede alinea. Ad principaal
- OndernemingsrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Ondernemingsrecht
Parket bij de Hoge Raad|13 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE7940
Nrs. OK 93 en 94 (Derde kamer A) (enquête) Mr. M.R. Mok Parket, 20 februari 2002 Conclusie inzake (OK 93) [Verzoeker] tegen De ADVOCAAT-GENERAAL bij het gerechtshof te Amsterdam en inzake (OK 94) BTG HOLDINGS B.V. tegen De ADVOCAAT-GENERAAL bij het gerechtshof te Amsterdam 1. INLEIDING 1.1. Bij beschikkingen van 1…
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|29 november 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE7368
hier toepasselijke art. 203 lid 2 (oud) Rv. - zie thans het gelijkluidende art. 177 lid 2 Rv. - bepaalt dat de getuigen, alvorens hun getuigenis af te leggen
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.