292 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigTerugvordering van pgb-gelden. Nasleep van zogenoemde "Dolia-fraude". Verzekerde heeft niet voldaan aan haar…
Rechtbank Amsterdam|9 augustus 2023|ECLI:NL:RBAMS:2023:5019
betaald in de zin van art. 6:203 BW. 4.3 Op grond van art. 3:309 BW verjaart een vordering uit onverschuldigde betaling door verloop van vijf jaren na aanvang … raakte met haar eventuele daaruit voortvloeiende vorderingsrecht jegens [gedaagde] in de zin van art. 3:309 BW, behoeft geen bespreking. Het was immers in geen geval vóór 8 februari 2017. Het beroep
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigVordering strekkende tot terugbetaling van de betaalde bemiddelingskosten. Artikel 7:417 lid 4 en 7:264 BW…
Rechtbank Noord-Nederland|30 april 2019|ECLI:NL:RBNNE:2019:2800
artikel 3:52 lid 1 sub d BW en op de in artikel 3:309 BW genoemde verjaringstermijn van vijf jaar. 4.5. [eiser] heeft haar vordering primair gebaseerd op de in artikel … betaling door [eiser] en is er sprake van onverschuldigde betaling. Gelet op artikel 3:309 BW geldt voor een vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling een verjaringstermijn van vijf jaar. In onderhavig
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigGedaagde heeft een aantal woningen van eiser in beheer en verhuurt deze (middels kamerverhuur) onder aan…
Rechtbank Midden-Nederland|27 november 2024|ECLI:NL:RBMNE:2024:6454
Gedaagde heeft een aantal woningen van eiser in beheer en verhuurt deze (middels kamerverhuur) onder aan particulieren. Tussen partijen is in geschil of de tussen bestaande rechtsverhouding kwalificeert als een beheerovereenkomst (en daarmee een opdrachtovereenkomst) of een huurovereenkomst. De rechtbank oordeelt dat…
- Civiel recht overigCassatie10 december 2004 Eerste Kamer Nr. C03/254HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Hoge Raad|10 december 2004|ECLI:NL:HR:2004:AR0309Aangehaald in 5 uitspraken
eiseres] heeft beoogd en begrepen, en niet of een "parkeer-afspraak" is totstandgekomen. Art. 3:309 BW houdt in, voorzover hier van belang, dat een rechtsvordering uit onverschuldigde betaling verjaart door verloop
- Bestuursrecht overigHoger beroepHerziening en terugvordering wachtgeld. Verrekening inkomsten uit eigen onderneming. Negatieve inkomsten niet…
Centrale Raad van Beroep|22 mei 2014|ECLI:NL:CRVB:2014:1871Aangehaald in 20 uitspraken
onverlet dat, tenzij uit de toepasselijke bestuursrechtelijke wet het tegendeel voortvloeit, artikel 3:309 BW van toepassing is indien met terugwerkende kracht een uitkering wordt herzien of ingetrokken.” In de inwerkingtreding
- Civiel recht overigHoger beroepEffectenlease. Verjaring. Stuitende werking WCAM-procedure. Bevoegdheid echtgenote tot vernietiging…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|31 maart 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:2681
verjaard. De verjaringstermijn van een vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling is (artikel 3:309 BW) vijf jaar en vangt aan nadat de schuldeiser zowel met het bestaan van zijn vordering … tijdig. Toepassing van artikel 7:907 lid 5 (oud) BW jo. artikel 3:309 BW brengt vervolgens mee dat met betrekking tot de vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling een nieuwe verjaringstermijn
- ArbeidsrechtEerste aanleg - enkelvoudigTerugvordering teveel betaalde aanvulling op arbeidsongeschiktheidspensioen. De pensioengerechtigde mocht er…
Rechtbank Midden-Nederland|3 juni 2020|ECLI:NL:RBMNE:2020:1986
uitleggen waarom niet. 4.3. Voor de beoordeling van het beroep op verjaring is artikel 3:309 BW van belang. Daarin is bepaald dat een vordering uit onverschuldigde betaling verjaart door verloop … periode van 1 september 2013 tot 1 september 2018. Gelet op de in artikel 3:309 BW opgenomen termijn van vijf jaar is van verjaring van (een deel van) de vordering derhalve
- Civiel recht overigBodemzaakEiseres meent dat de Ontvanger ten onrechte teruggaven Vpb aan moedermaatschappij heeft verrekend met…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|16 juli 2014|ECLI:NL:RBZWB:2014:9448
deze verbintenis voortvloeiende rechtsvordering is gezien de aard van de vordering art. 3:309 BW van overeenkomstige toepassing (zie in dit verband HR 18 april 2003, LJN AF4604). Op grond van artikel … 3:309 BW verjaart een rechtsvordering uit onverschuldigde betaling door verloop van vijf jaren na aanvang van de dag, volgend op die waarop de schuldeiser zowel met het bestaan van zijn vordering
- Civiel recht overigHoger beroep3:40 BW. Hoger beroep van ECLI:NL:RBOVE:2023:3730 Het hof oordeelt dat het samenstel van rechtshandelingen…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|29 juli 2025|ECLI:NL:GHARL:2025:4691
3:40 BW. Hoger beroep van ECLI:NL:RBOVE:2023:3730 Het
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigGepensioneerden spreken hun voormalig werkgever aan omdat deze niet heeft voldaan aan de verplichting tot…
Rechtbank Rotterdam|22 juli 2008|ECLI:NL:RBROT:2008:BD9176
betaling kunnen Albers c.s. zich niet beroepen op het bekendheidsvereiste op grond van artikel 3 :309 BW. Als de werknemerspremies niet verschuldigd zouden zijn, dan hebben Albers c.s. hoogstens een loonvordering … orde kwam. De kantonrechter onderschrijft dat als startpunt van de verjaring (artikel 3:309 BW) begin 2007 heeft te gelden, nu nergens uit blijkt dat voordien aan hen is bericht dat deze
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigTussenvonnis. Uitleg rentewijzigingsbeding in een kredietzaak. Vordering tot uitleg contra proferentem in die…
Rechtbank Overijssel|22 oktober 2019|ECLI:NL:RBOVE:2019:3957
vorderingen van [eiser 1 en 2] uit hoofde van onverschuldigde betaling ex artikel 3:309 BW zijn verjaard. Volgens Eurofintus was [eiser 1 en 2] in ieder geval op de laatste … kantonrechter overweegt als volgt. De termijn van vijf jaren zoals bedoeld in artikel 3:309 BW begint te lopen zodra aan twee vereisten is voldaan: bekendheid met de vordering en bekendheid
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|17 november 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8363
wegens onverschuldigde betaling is geen sprake. Een vordering uit onverschuldigde betaling verjaart ingevolge art. 3:309 BW door verloop van vijf jaar na aanvang van de dag volgende op die waarop … hofs arrest, waarin het hof heeft beslist dat uit art. 3:309 BW voortvloeit dat een vordering uit onverschuldigde betaling terzake van hetgeen op grond van een nietige overeenkomst is betaald
- VerbintenissenrechtBodemzaakovereenkomst van opdracht. (terug)betaling van aan betaalde gelden, omdat voorschotbedragen ten onrechte zijn…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|8 juli 2026|ECLI:NL:RBZWB:2026:6335
overeenkomst van opdracht. (terug)betaling van aan betaalde gelden, omdat voorschotbedragen ten onrechte zijn voldaan en gedaagde in tegenstelling tot de gemaakte afspraken een bedrag heeft ingehouden op een door eiser ontvangen slotuitkering. Gedaagde voert als verweer. Ambtshalve toetsing. vordering toegewezen.
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Faillietverklaring. Betwisting vordering aanvrager o.g.v. beroep op…
Parket bij de Hoge Raad|20 december 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1353
persoon van de ontvanger bekend is geworden (korte verjaringstermijn van art. 3:309 BW). Deze termijn staat (net als de korte verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW ) niet alleen
- Intellectueel-eigendomsrechtBodemzaaken inzake C/09/519949 / HA ZA 16-1169 en C/09/570561 / HA ZA 19-293. Thuiskopievergoeding. Vervolg op…
Rechtbank Den Haag|30 september 2020|ECLI:NL:RBDHA:2020:10057
Thuiskopie beroept zich op verjaring. De toepasselijke verjaringstermijnen zijn neergelegd in de artikel 3:309 BW (voor de vorderingen uit hoofde van onverschuldigde betaling) en artikel 3:310 BW (voor de vorderingen … zijn vordering als met de persoon van de ontvanger is bekend geworden (artikel 3:309 BW), respectievelijk de dag, volgend op die waarop de benadeelde zowel met de schade
- Civiel recht overigHoger beroepEffectenlease. Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Rechtstreeks belang van de antwoorden op de te stellen…
Gerechtshof Amsterdam|15 oktober 2019|ECLI:NL:GHAMS:2019:3735Aangehaald in 49 uitspraken
thans beoordelen. 2.4 De verjaringstermijn van een vordering uit onverschuldigde betaling is volgens artikel 3:309 BW vijf jaar nadat de schuldeiser zowel met het bestaan van de vordering als de persoon
- Civiel recht overigVerjaring. Vereisten voor stuiting verjaring; vraag of processtukken in eerdere procedure mogelijk een…
Parket bij de Hoge Raad|24 december 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BO5216
oordeel van de Rechtbank dat de verjaring wordt geregeerd door art. 3:309 BW en dat (in appel niet bestreden) [eiser] zich er reeds op het moment van het verrichten
- Civiel recht overigBodemzaakEiser huurt van gedaagde een gestoffeerde en gemeubileerde woning. In de tussen partijen gesloten…
Rechtbank Oost-Brabant|8 augustus 2024|ECLI:NL:RBOBR:2024:6817
verjaard. 3.6. De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in dit standpunt. Op grond van artikel 3:309 BW verjaart een rechtsvordering uit onverschuldigde betaling door verloop van vijf jaren na aanvang
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigRentewijzigingsbedingen in kredietovereenkomsten worden vernietigd/op de voor de consument meest gunstige…
Rechtbank Midden-Nederland|4 augustus 2021|ECLI:NL:RBMNE:2021:3535
door eisers gestelde vorderingen uit onverschuldigde betaling zijn verjaard, geldt het volgende. In artikel 3:309 BW is bepaald dat een rechtsvordering uit onverschuldigde betaling verjaart door verloop van vijf jaren … moment van de uitspraak van het vonnis. De verjaringstermijn van artikel 3:309 BW gaat niet eerder lopen dan het moment waarop de materiële vorderingen tot terugbetaling ontstaan. Daaraan doet niet
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigfaillissementspauliana - geen samenstel van rechtshandelingen - verjaring - bewijsopdracht.
Rechtbank Amsterdam|8 maart 2017|ECLI:NL:RBAMS:2017:1516
faillissementspauliana - geen samenstel van rechtshandelingen - verjaring - bewijsopdracht.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.