93 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtHoger beroepPartijen houdt verdeeld het antwoord op de vraag of de vrijstelling als bedoeld in artikel 5.7, lid 1, letter…
Gerechtshof Den Haag|31 maart 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:755
Partijen houdt verdeeld het antwoord op de vraag of de vrijstelling als bedoeld in artikel 5.7, lid 1, letter c, Wet IB 2001 van toepassing is op de golfgronden.
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigEen stichting heeft een kasteel met ondergrond en tuinen aan een BV in erfpacht uitgegeven. Deze BV heeft dit…
Rechtbank Breda|21 augustus 2008|ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0512
onroerende zaak wordt aangemerkt is te vinden in het tweede lid van artikel 5.3, Wet IB 2001, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds onroerende zaken en anderzijds rechten op onroerende zaken
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigEen stichting heeft een kasteel met ondergrond en tuinen aan een BV in erfpacht uitgegeven. Deze BV heeft dit…
Rechtbank Breda|21 augustus 2008|ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0515
onroerende zaak wordt aangemerkt is te vinden in het tweede lid van artikel 5.3, Wet IB 2001, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds onroerende zaken en anderzijds rechten op onroerende zaken
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Schending hoorplicht. Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|4 augustus 2026|ECLI:NL:GHARL:2026:5195
gaat hierbij om het werkelijke rendement over de volledige in artikel 5.3 Wet IB 2001 bedoelde heffingsgrondslag, zonder aftrek van het bedrag van het heffingvrije vermogen." 4.13. Belanghebbenden stellen zich
- BelastingrechtHoger beroepArt. 5.20 Wet IB 2001; art. 17a UB IB 2001. Berekening waarde op basis van de leegwaarderatio wijkt niet in…
Gerechtshof Den Haag|21 september 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:2307
wordt in het kader van de bepaling van de rendementsgrondslag als bedoeld in artikel 5.3 Wet IB 2001, kortgezegd, de waarde van een andere dan de eigen woning gesteld op de volgens
- BelastingrechtHoger beroepArt. 5.20 Wet IB 2001; art. 17a UB IB 2001. Berekening waarde op basis van de leegwaarderatio wijkt niet in…
Gerechtshof Den Haag|21 september 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:2306
wordt in het kader van de bepaling van de rendementsgrondslag als bedoeld in artikel 5.3 Wet IB 2001, kortgezegd, de waarde van een andere dan de eigen woning gesteld op de volgens
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigDe contante waarde van een alimentatieverplichting kan als schuld in box 3 in aanmerking worden genomen.
Rechtbank Haarlem|16 december 2010|ECLI:NL:RBHAA:2010:BO7511
andere schulden expliciet worden uitgesloten. In de memorie van toelichting bij artikel 5.3 Wet IB 2001 (Kamerstukken II, 1998/1999, 26 727, nr. 3, blz. 227, 228) heeft de wetgever voor wat betreft
- BelastingrechtDe zaak van belanghebbende betreft één van de zes proefprocedures die in het kader van massaal bezwaar…
Parket bij de Hoge Raad|31 december 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1438
De zaak van belanghebbende betreft één van de zes proefprocedures die in het kader van massaal bezwaar gevoerd worden. In het besluit van 26 juni 2015, nr. BLKB 2015/903M, Stcrt. 2015, 18400 heeft de staatssecretaris van Financiën vermeld dat het in het massaal bezwaar gaat om de volgende rechtsvraag: “Is de…
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigEiser heeft op 1 januari 2017 een geldleningsovereenkomst gesloten. Daarbij heeft hij een bedrag van €…
Rechtbank Noord-Nederland|18 februari 2021|ECLI:NL:RBNNE:2021:555
5.3 en 5.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001). Artikel 5.3 Wet IB 2001. Artikel 5.2 Wet IB 2001. Zie HR 6 april 2018, ECLI
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigDeze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|2 maart 2022|ECLI:NL:RBZWB:2022:1066
Wet van 1829, Stb. 28, houdende algemeene bepalingen der wetgeving van het Koningrijk. Artikel 5.3 Wet IB 2001
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigVoor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|26 augustus 2021|ECLI:NL:RBZWB:2021:4502
inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. Schuld in box 3 2.22. Artikel 5.3 Wet IB 2001 luidt: “(…) l. De rendementsgrondslag is de waarde van de bezittingen verminderd met de waarde
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigBox 3 zaak. Ongegrond. Eiser is erfgenaam van erflaatster. Erflaatster is op 2 januari overleden. Voor de…
Rechtbank Noord-Holland|22 april 2025|ECLI:NL:RBNHO:2025:4206
waarde van de bezittingen verminderd met de waarde van de schulden (artikel 5.3 Wet IB 2001). 14. Uit de weergegeven wettelijke bepalingen volgt dat de grondslag sparen en beleggen wordt vastgesteld naar
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigGeen samenhang tussen de managementactiviteiten van belanghebbende en zijn aandelen bij zijn werkgever, omdat…
Rechtbank Haarlem|1 april 2008|ECLI:NL:RBHAA:2008:BD0225
aanmerking moet worden genomen bij het bepalen van de rendementsgrondslag zoals bedoeld in artikel 5.3 Wet IB 2001. De onder 2.10 bedoelde kosten komen derhalve niet voor aftrek in aanmerking
- BelastingrechtHoger beroepHet Hof is van oordeel dat de informatiebeschikking terecht is gegeven en dat, gezien de omstandigheden van…
Gerechtshof Amsterdam|9 juni 2023|ECLI:NL:GHAMS:2023:1757
buitenland aangehouden bankrekeningen behoren tot de bezittingen die de in artikel 5.3 Wet IB 2001 omschreven rendementsgrondslag vormen, behoeft die vraag ook geen nadere toelichting inzake het mogelijke belang voor de belastingheffing
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende stelt zich op het standpunt dat de heffing van belasting over het forfaitair bepaald…
Gerechtshof Den Haag|16 oktober 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:3126
saldo van het geheel van bezittingen en schulden als omschreven in artikel 5.3 Wet IB 2001 en dus niet over de opbrengst van een specifieke belegging, zoals in dit geval de huuropbrengst
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende stelt zich op het standpunt dat de heffing van belasting over het forfaitair bepaald…
Gerechtshof Den Haag|16 oktober 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:3125
saldo van het geheel van bezittingen en schulden als omschreven in artikel 5.3 Wet IB 2001 en dus niet over de opbrengst van een specifieke belegging, zoals in dit geval de huuropbrengst
- BelastingrechtA-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van het college van…
Parket bij de Hoge Raad|8 december 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1255
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van het college van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Goeree-Overflakkee tegen de uitspraak van het gerechtshof te Den Haag van 23 maart 2016, nr. 16/02411, ECLI:NL:GHDHA:2016:819. Belanghebbende is eigenaar van een bungalowpark,…
- Personen- en familierechtFamilierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging van partneralimentatie die bij…
Parket bij de Hoge Raad|22 december 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AZ3092
grondslag mede wordt bepaald door (de waarde van) de onroerende zaken (art. 5.2 en 5.3 Wet IB 2001). In de (bijzondere) relatie van het (belastbaar) inkomen tot de vaststelling van de uitkering
- BelastingrechtBelanghebbende heeft schuldvorderingen verkregen op zijn dochters, alsmede een belastingschuld aan de…
Parket bij de Hoge Raad|15 maart 2016|ECLI:NL:PHR:2016:120
aanslagbiljet vervalt en elk van de volgende termijnen telkens een jaar later. 4.5 Artikel 5.3 Wet IB 2001 luidt voor zover van belang in cassatie: 1. De rendementsgrondslag is de waarde
- BelastingrechtArt. 1.7, 3.81 en 3.82 Wet IB 2001; art. 10, 11 en 19d Wet LB. Op grond van welke bepaling in de Wet IB 2001…
Parket bij de Hoge Raad|6 oktober 2023|ECLI:NL:PHR:2023:891
Art. 1.7, 3.81 en 3.82 Wet IB 2001; art. 10, 11 en
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.