245 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieCassatie. Herstelbeschikking. In HR 8 juli 2011, LJN BQ7302 borgersbrief ten onrechte buiten beschouwing…
Hoge Raad|25 november 2011|ECLI:NL:HR:2011:BU5786
conclusie was genomen, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv., bij de Hoge Raad was ingekomen. 2.2 Genoemde advocaat heeft bij brief van 18 juli … Advocaat-Generaal is verzonden op 20 mei 2011 zodat de in art. 44 lid 3 Rv. genoemde termijn van twee weken normaal gesproken zou eindigen op 3 juni 2011. Deze datum
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Cassatie, ontvankelijkheid van beroep tegen een uitspraak van het hof Leeuwarden in een…
Hoge Raad|28 april 2006|ECLI:NL:HR:2006:AV0050Aangehaald in 10 uitspraken
welk geval geen hogere voorziening is toegelaten. Die hogere rechter is ingevolge art. 74 lid 3 Rv. niet aan die verwijzing gebonden. 3.4.3 Daarom ligt het voor de hand in gevallen … Rv. en thans is te vinden in art. 71 lid 5 en art. 110 lid 3 Rv., welke laatstgenoemde bepalingen hogere voorziening tegen een verwijzing binnen de rechtbank door of naar
- Civiel recht overigCassatie17 januari 2003 Eerste Kamer Nr. C02/273HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Hoge Raad|17 januari 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF1568
vaststellen (in de uitvoeringswetgeving) van een regeling die thans is neergelegd in art. 56 lid 3 Rv. en die als volgt luidt: "Wanneer de betekening binnen een bepaalde termijn moet worden verricht … Tegen de achtergrond van het in de EG-betekeningsverordening gekozen stelsel moet art. 56 lid 3 Rv. aldus worden uitgelegd dat in de door de verordening bestreken gevallen de betekening
- Burgerlijk procesrechtCassatieArbeidsrecht. Procesrecht. Bewijsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst. Klokkenluidersrichtlijn. Art. 17eb…
Hoge Raad|7 februari 2025|ECLI:NL:HR:2025:190Aangehaald in 13 uitspraken
geding worden vertegenwoordigd door een advocaat bij de Hoge Raad (art. 407 lid 3 Rv en art. 409 Rv respectievelijk art. 426a lid 1 Rv, art. 426b Rv en art. 427a … Hoge Raad (art. 417 Rv, art. 408a lid 4 Rv en art. 428 lid 3 Rv). Voor de schriftelijke reactie op de conclusie van de Procureur-Generaal op de voet
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht, verzetprocedure in hoger beroep; exploot van appeldagvaarding met formeel gebrek, relatieve…
Hoge Raad|13 juli 2007|ECLI:NL:HR:2007:BA2499Aangehaald in 6 uitspraken
appeldagvaarding nietig is. Het hof had daarom op de voet van art. 121 lid 3 Rv. de nietigheid van de appeldagvaarding moeten uitspreken als gevolg waarvan het vonnis van de kantonrechter kracht … heeft bereikt, zodat de nietigheid van de appeldagvaarding had moeten worden uitgesproken (artikel 121 lid 3 Rv). 4.6. [verweerster] beroept zich echter terecht op het bepaalde in artikel 122 Rv. Deze bepaling
- Civiel recht overigCassatieCassatie. Herstelbeschikking. In HR 8 juli 2011, LJN BQ7308 borgersbrief ten onrechte buiten beschouwing…
Hoge Raad|25 november 2011|ECLI:NL:HR:2011:BU5776
conclusie was genomen, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv., bij de Hoge Raad was ingekomen. 2.2 Genoemde advocaat heeft bij brief van 18 juli … Advocaat-Generaal is verzonden op 20 mei 2011 zodat de in art. 44 lid 3 Rv. genoemde termijn van twee weken normaal gesproken zou eindigen op 3 juni 2011. Deze datum
- Civiel recht overigCassatieCassatie. Herstelbeschikking. In HR 8 juli 2011, LJN BQ7311 borgersbrief ten onrechte buiten beschouwing…
Hoge Raad|25 november 2011|ECLI:NL:HR:2011:BU5778
conclusie was genomen, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv., bij de Hoge Raad was ingekomen. 2.2 Genoemde advocaat heeft bij brief van 18 juli … Advocaat-Generaal is verzonden op 20 mei 2011 zodat de in art. 44 lid 3 Rv. genoemde termijn van twee weken normaal gesproken zou eindigen op 3 juni 2011. Deze datum
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Beschermingsbewind en mentorschap. Hybride zitting. Deelname door deel belanghebbenden…
Hoge Raad|13 juni 2025|ECLI:NL:HR:2025:902Aangehaald in 7 uitspraken
mondelinge behandeling en beveelt hij de oproeping van de verzoeker en belanghebbenden. Art. 279 lid 3 Rv bepaalt dat de opgeroepene ter terechtzitting verschijnt in persoon of bij een gemachtigde … videoverbinding aan een zitting nog niet aan de orde was. Uit art. 279 lid 3 Rv valt daarom niet af te leiden dat de bepaling eraan in de weg staat
- OndernemingsrechtCassatieOndernemingsrecht, procesrecht. Uitkoopprocedure (art. 2:92a BW). Verstekarrest tegen de gezamenlijke andere…
Hoge Raad|1 oktober 2021|ECLI:NL:HR:2021:1407Aangehaald in 5 uitspraken
kader op het standpunt gesteld dat de verzettermijn op de voet van art. 143 lid 3 Rv is aangevangen vanaf de consignatie die op 19 november 2018 heeft plaatsgevonden, aangezien het verstekarrest … moment dat de verstekuitspraak in kracht van gewijsde gaat. 3.1.2 Art. 143 leden 2 en 3 Rv luiden als volgt: “2. Het verzet moet worden gedaan bij exploot van dagvaarding binnen vier
- Civiel recht overigCassatie(Appel)procesrecht. Toepassing art. 140 en 339 Rv. Verschoonbare termijnoverschrijding? Geval waarin…
Hoge Raad|3 oktober 2014|ECLI:NL:HR:2014:2894Aangehaald in 50 uitspraken
wordt één vonnis gewezen, dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd (art. 140 lid 3 Rv). In de dagvaarding moet hierop worden gewezen (art. 111 lid 2, aanhef en onder … gedaagde die bij verstek is veroordeeld in een vonnis dat volgens art. 140 lid 3 Rv een vonnis op tegenspraak is, heeft slechts het rechtsmiddel van hoger beroep. Termijnen voor het instellen
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Kan in een meervoudig te beslissen zaak een mondelinge behandeling plaatsvinden ten overstaan…
Hoge Raad|22 december 2017|ECLI:NL:HR:2017:3264Aangehaald in 87 uitspraken
behandeling wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevindt (art. 15 leden 2 en 3 Rv). De meervoudige kamer kan bepalen dat de behandeling geheel of ten dele geschiedt door … Indien op de voet van art. 15 lid 2 Rv of art. 16 lid 3 Rv verwijzing van een zaak van de enkelvoudige kamer naar de meervoudige kamer plaatsvindt na een mondelinge
- Personen- en familierechtCassatie26 maart 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/076HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Hoge Raad|26 maart 2004|ECLI:NL:HR:2004:AO1991Aangehaald in 24 uitspraken
hier aan de orde zijnde rechtsvraag het navolgende te overwegen. 3.3 Ingevolge art. 800 lid 3 Rv. kan de kinderrechter een beschikking tot machtiging van de gezinsvoogdij-instelling om een minderjarige … gevolge dat de door de kinderrechter gewezen beschikking met overeenkomstige toepassing van art. 800 lid 3 Rv. haar kracht verloor - dat wil zeggen: is komen te vervallen (vgl. Kamerstukken II, 1992/93
- Civiel recht overigCassatie16 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/208HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser]…
Hoge Raad|16 januari 2004|ECLI:NL:HR:2004:AM2341Aangehaald in 37 uitspraken
algemeen de veroordeelde, doordat het verstekvonnis aan hem betekend moet worden (art. 430 lid 3 Rv.), vervolgens ook het beslagexploot binnen acht dagen na het leggen van het derdenbeslag aan hem betekend … verstrijken van vier weken na de beslaglegging door de derdebeslagene gedane verklaring (476b lid 3 Rv.), voldoende gelegenheid zal hebben de aangevangen tenuitvoerlegging van het verstekvonnis te beletten voordat de derdebeslagene
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Kan in een meervoudig te beslissen zaak een mondelinge behandeling plaatsvinden ten overstaan…
Hoge Raad|22 december 2017|ECLI:NL:HR:2017:3259Aangehaald in 64 uitspraken
behandeling wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevindt (art. 15 leden 2 en 3 Rv). De meervoudige kamer kan bepalen dat de behandeling geheel of ten dele geschiedt door … Indien op de voet van art. 15 lid 2 Rv of art. 16 lid 3 Rv verwijzing van een zaak van de enkelvoudige kamer naar de meervoudige kamer plaatsvindt na een mondelinge
- Personen- en familierechtCassatiePersonen- en familierecht. Gezag. Procesrecht. Verzoek ouder tot belasting met gezag (art. 1:274 lid 2 BW)…
Hoge Raad|27 juni 2025|ECLI:NL:HR:2025:1011
grond van art. 282 lid 1 Rv in verbinding met art. 278 lid 3 Rv wordt een verweerschrift ondertekend en ingediend door een advocaat, tenzij indiening bij de kantonrechter plaatsvindt of ingevolge … bijzondere wettelijke bepaling niet door een advocaat behoeft te geschieden. Art. 278 lid 3 Rv en art. 282 lid 1 Rv zijn ingevolge art. 362 Rv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Incident tot zekerheidstelling proceskosten in art. 69 Fw-procedure in cassatie. Analoge…
Hoge Raad|11 oktober 2019|ECLI:NL:HR:2019:1580Aangehaald in 18 uitspraken
stellen. Op grond van art. 353 lid 2 Rv en art. 414 leden 2 en 3 Rv kan in hoger beroep, respectievelijk cassatie alleen zekerheid worden verlangd van de partij … vereisten van art. 224 lid 1 in verbinding met art. 414 leden 2 en 3 Rv is dus voldaan. 3.3.2 Van een verdrag tussen Nederland en de Verenigde Arabische Emiraten zoals bedoeld
- OndernemingsrechtCassatieOndernemingsrecht; enquêterecht; procesrecht. Onderzoek naar beleid en gang van zaken van…
Hoge Raad|3 april 2020|ECLI:NL:HR:2020:600Aangehaald in 52 uitspraken
burgerlijk recht onder meer uitdrukkelijk erkenning in art. 165 lid 2, onder b, en lid 3 Rv en art. 843a lid 3 Rv. 3.2.3 Het hiervoor genoemde algemene rechtsbeginsel geldt
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Subjectieve cumulatie van verschillende, voor afzonderlijke berechting vatbare…
Hoge Raad|21 november 2008|ECLI:NL:HR:2008:BF1032Aangehaald in 21 uitspraken
alvorens te beslissen, al dan niet op de voet van art. 34 lid 3 Rv., een afschrift van de ontbrekende stukken moeten opvragen bij (de griffier van) de rechtbank en [verweerster … betoogt, was het hof dan ook niet verplicht op de voet van art. 34 lid 3 Rv. die stukken bij de griffier van de rechtbank op te vragen. In het licht
- Civiel recht overigCassatieVerjaring. Vordering uit overeenkomst van geldlening. Is art. 3:324 BW van toepassing op in executoriale vorm…
Hoge Raad|27 november 2015|ECLI:NL:HR:2015:3423Aangehaald in 9 uitspraken
verlangen van een partij opgemaakte proces-verbaal volgens artikel 87 lid 3 Rv de verbintenissen, die partijen als gevolg van de schikking op zich nemen, worden vastgelegd. Duidelijk is dat het zodoende … vastgelegd. Hoewel de uitgifte van dit proces-verbaal geschiedt in executoriale vorm (art. 87 lid 3 Rv), wordt daarin derhalve de overeenkomst van partijen vastgelegd. Ook de in het onderhavige proces-verbaal
- Burgerlijk procesrechtCassatieOverheidsprivaatrecht. Procesrecht. Strafrecht. Door advocaten onder de Staat (openbaar ministerie) gelegd…
Hoge Raad|19 februari 2021|ECLI:NL:HR:2021:273Aangehaald in 66 uitspraken
bewijsbeslag ook in niet-IE-zaken en dat art. 1019a leden 1 en 3 Rv, art. 1019b leden 3 en 4 Rv en art. 1019c Rv, voor zover nodig, overeenkomstig van toepassing
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.