108 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|10 april 1996|ECLI:NL:PHR:1996:AA1808
maart 1994, zaak C-16/93 (Tolsma), Jur 1994, I-743. 2.5.Art. 4, lid 1, Wet OB 1968 bepaalt: "Diensten zijn alle prestaties, niet zijnde leveringen van goederen, welke tegen vergoeding worden
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|6 december 1995|ECLI:NL:PHR:1995:AA3128
laatste slaat kennelijk op de belasting, verschuldigd over de vergoeding (art. 8, lid 1 Wet OB 1968). Omdat de prijssubsidie tot de vergoeding behoort (art. 8, lid 2 Wet OB 1968
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 1997|ECLI:NL:PHR:1997:AA2106
Voor zover evenbedoelde prestatie evenwel wordt verricht door landbouwers die ingevolge artikel 27, lid 1, (Wet OB 1968) geen belasting zijn verschuldigd ter zake van de in die wetsbepaling genoemde prestaties, ontmoet
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigUitleg clausule in koopovereenkomst, luidend "Over de koopprijs van de onroerende zaak is geen omzetbelasting…
Rechtbank Gelderland|28 september 2016|ECLI:NL:RBGEL:2016:5700
teruggave van de omzetbelasting in het geval artikel 11, lid 1, onderdeel a, sub 1 Wet OB 1968 van toepassing zou zijn op de transactie, zelfs in het geval [gedaagde] c.s. deze
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|26 maart 1997|ECLI:NL:PHR:1997:AA2136
vooraftrek, verschuldigde belasting, indien deze niet hoger is dan ƒ 4.150,- (art. 25, lid 1, Wet OB 1968; tekst 1987-1992). 3.2.Behoeft de betreffende ondernemer dientengevolge in het geheel geen belasting
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigNiet in geschil is dat voor een viertal van de door belanghebbende aan A verhuurde panden niet wordt voldaan…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|15 januari 2008|ECLI:NL:GHSHE:2008:BC6769
geldtelwerkzaamheden onder de vrijstelling van art. 11, eerste lid, aanhef en onderdeel i, onder 1, Wet OB 1968 valt. Vooraftrek is mitsdien uitgesloten. Voorts heeft belanghebbende geen feiten of omstandigheden aannemelijk gemaakt
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|21 augustus 1996|ECLI:NL:PHR:1996:AA1702
verrichte leveringen of diensten aan omzetbelasting is verschuldigd (art. 17 en 33, lid 1 Wet OB 1968). 4.6.Ten aanzien van naheffing geldt niet de eis van afwezigheid van een zgn. ambtelijk verzuim
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigHet is aan de Inspecteur om het bewijs te leveren dat belanghebbende de economische eigendom van de drie…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|3 januari 2008|ECLI:NL:GHSHE:2008:BC6781
Het is aan de Inspecteur om het bewijs te leveren dat belanghebbende de economische eigendom van de drie percelen heeft verkregen. De Inspecteur voert in zijn beroepschrift aan dat belanghebbenden uiterlijk in mei 1997 de economische eigendom van de percelen verkreeg. Immers, aldus de Inspecteur, toen is begonnen met…
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|9 oktober 1996|ECLI:NL:PHR:1996:AA1706
entrepot." C. . Op de aansluiting bij het douanerecht wijst ook art. 22, lid 1, Wet OB 1968 (tekst tot 1 januari 1993) dat - inzake de wijze van heffing - de AWDA van toepassing
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|1 juli 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2329
persoon dan de belastingplichtige hoofdelijk verplicht is de belasting te voldoen; (…)". Art. 12, lid 1 Wet OB 1968 luidt: "De belasting wordt geheven van de ondernemer die de levering of de dienst
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|8 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE7308
tegen vergoeding diensten als bedoeld in de artikelen 1, onderdeel a, en 4, lid 1, Wet OB 1968 heeft geleverd. In zijn opvatting heeft belanghebbende de omzetbelasting terecht voldaan. 1.10. In beroep
- Civiel recht overigVerdeling huwelijksgoederengemeenschap. Belastingschuld. Vrouw niet betrokken bij overleg en totstandkoming…
Parket bij de Hoge Raad|14 juni 2013|ECLI:NL:PHR:2013:CA3748
inschatting van de belastingplichtige niet doorslaggevend is. Bij de toepassing van art. 29 lid 1 Wet OB 1968 geldt daarentegen dat de ondernemer/crediteur enige beoordelingsvrijheid heeft, zodat ook met diens subjectieve inschatting
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|15 december 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA4066
wonende ondernemer moet dat verzoek in beginsel in zijn aangifte doen (art. 33, lid 1 Wet OB 1968), maar hij kan het ook later doen, bij voorbeeld in zijn bezwaarschrift tegen hetgeen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigOp basis van een overeenkomst tussen Rabobank en Buma is aan Rabobank, tegen een vergoeding aan Buma, voor de…
Rechtbank Amsterdam|17 september 2008|ECLI:NL:RBAMS:2008:BF3735
door Buma gemotiveerd weersproken - standpunt overweegt de rechtbank het volgende. 4.4. Artikel 7 lid 1 Wet OB 1968 bepaalt dat ieder die een bedrijf zelfstandig uitoefent, ondernemer is. Artikel 9 lid 1
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|6 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8852
transactie (...) waarbij een prijs of tegenwaarde is bedongen'.). 2.3. Art. 4, lid 1 Wet OB 1968 omschrijft diensten als "alle prestaties, niet zijnde leveringen van goederen, welke tegen vergoeding worden verricht", maar
- Civiel recht overigOnteigeningsrecht, belastingrecht. Vergoeding van proceskosten (art. 50 Ow). Komt aan onteigende partij in…
Parket bij de Hoge Raad|13 november 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2280
Onteigeningsrecht, belastingrecht. Vergoeding van proceskosten (art. 50 Ow). Komt aan onteigende partij in rekening gebrachte omzetbelasting voor vergoeding in aanmerking? Is de bijstand gebruikt voor belaste handelingen? Art. 2, 15 en 17 Wet op de omzetbelasting 1968.
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|26 maart 1997|ECLI:NL:PHR:1997:AA2135
1968). Onder ondernemer wordt verstaan 'ieder die een bedrijf zelfstandig uitoefent' (art. 7, lid 1, Wet OB 1968). Onder bedrijf werd in art. 7, lid 2, onder a, Wet OB 1968, tekst
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|14 april 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA2727
zuivere houdstervennootschap, hoewel zelf geen ondernemer in de zin van art. 7, lid 1 Wet OB 1968, samen met andere (dochter-) vennootschappen van hetzelfde concern tot een fiscale eenheid zou kunnen behoren
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|15 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4796
waarde van het zilver in genoemde afvalstoffen? 7. Artikel 15, lid 1, Wet OB 1968 stelt voorop dat een ondernemer recht heeft op aftrek van de omzetbelasting welke hem in rekening
- BelastingrechtIn geschil is of de regeling voor kleine ondernemers slechts geldt voor natuurlijke personen of dat ook…
Parket bij de Hoge Raad|13 januari 1993|ECLI:NL:PHR:1993:47
leidde uit de wetsgeschiedenis af dat de vermindering o.g.v. art. 25, lid 1, Wet OB 1968 een sociaal karakter heeft. Volgens C.P. Tuk (noot BNB 1978/210, blz. 1133) is de "(...) formele ratio
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.