225 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- OndernemingsrechtEerste aanleg - enkelvoudigFaillissement van taxibedrijf dat in opdracht personenvervoer verzorgt. Opdrachtgever doet beroep op…
Rechtbank Rotterdam|24 februari 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:1371
Faillissement van taxibedrijf dat in opdracht personenvervoer verzorgt. Opdrachtgever doet beroep op verrekeningen met leasetermijnen en de restsom die failliet verschuldigd is aan dochtermaatschappij. Is eigendomsvoorbehoud op taxibussen rechtsgeldig?
- VerbintenissenrechtGoederenrecht. Verbintenissenrecht. Erfgrenskwestie. Uitleg van koop en levering. Betekenis kadastrale…
Parket bij de Hoge Raad|20 maart 2026|ECLI:NL:PHR:2026:285
Goederenrecht. Verbintenissenrecht. Erfgrenskwestie. Uitleg van koop en levering. Betekenis kadastrale aanduiding in dit verband.
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|28 juni 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE1542
juli 1997, steeds te vermeerderen met de wettelijke rente daarover conform art. 3:119 BW, zulks tot de dag der algehele voldoening; 3. Nationale-Nederlanden te veroordelen om met ingang
- Civiel recht overigHoger beroepKort geding. Vordering tot afgifte van inboedelgoederen door de man. Deze goederen zijn in bezit van de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|16 september 2014|ECLI:NL:GHARL:2014:7154
deze goederen, zodat zij ingevolge de artikelen 3:107 lid 1, 3:109 en 3:119 BW, gelezen in hun onderlinge verband, wordt vermoed daarvan rechthebbende te zijn. [geïntimeerde] doet daarop
- Civiel recht overigHoger beroep[geïntimeerde] heeft in de onderhavige procedure een verklaring voor recht gevorderd dat hij eigenaar is van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|30 mei 2006|ECLI:NL:GHSHE:2006:AY0441
schilderij voor [vertegenwoordiger] te verkopen. 4.7.3 Gelet op het bepaalde in artikel 3:119 BW in verband met voornoemde stellingen van partijen dient [geïntimeerde] te bewijzen dat het schilderij niet
- Civiel recht overigKort gedingVordering omgang met hond na verbreking samenleving afgewezen. Gezamenlijk eigendom niet aannemelijk.
Rechtbank Zutphen|14 november 2006|ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ2293
bezit impliceert dat zij op grond van de artikelen 3:118 lid 2 en 3:119 BW wordt vermoed de rechthebbende en te goeder trouw te zijn, zodat zij op grond
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Limburg · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Limburg|11 december 2014|ECLI:NL:RBLIM:2014:10756
zijn, en dat de bezitter van een goed - gelet op het bepaalde in art. 3:119 BW - wordt vermoed de rechthebbende op dat goed te zijn. Dat vermoeden had door [eiseres] dienen
- Civiel recht overigHoger beroepVeroordeling tot betaling van aan erfgenamen toekomend contant geld. Vordering tot afgifte van een hond…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|28 januari 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:249
alleen eigenaresse van de hond. Dienaangaande oordeelt het hof dat [geïntimeerde 1] gezien artikel 3:119 BW in verbinding met de artikelen 3:2a BW, 3:107 BW, 3:108 BW, 3
- BelastingrechtHoger beroepAanslag IB/PVV 2019. Het inkomen uit werk en woning is juist vastgesteld. Geen recht op schadevergoeding. Het…
Gerechtshof Den Haag|11 augustus 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1745
verjaringstermijn (3:121 van het Burgerlijk Wetboek (BW)) of stuiting van de verjaring (3:119 BW), slaagt evenmin. Belanghebbende heeft hierbij – zo begrijpt het Hof – het oog op het vaststellen van verliezen
- Civiel recht overigHoger beroepGeschil over afgifte ras-kat. Rechtsvermoeden van bezit. Beter recht van ander in kort geding niet komen vast…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|10 juli 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:6334
3:109 BW) en voorts dat die bezitter vermoed wordt rechthebbende te zijn (artikel 3:119 BW). Dit vermoeden is weerlegbaar. Het is dan aan [appellante] om haar gestelde betere recht
- Civiel recht overigHoger beroepEigendom auto. Rechtsvermoedens houderschap, bezit en rechthebbende.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|14 augustus 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:7349
rechthebbende te zijn. Tegen de wettelijke vermoedens van artikel 3:109 BW en artikel 3:119 BW staat tegenbewijs open. De wederpartij die stelt een beter recht te hebben op het goed
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingKattenbezitster is gedwongen opgenomen in een GGZ-instelling. Katten uit haar woning gehaald en bij derden…
Gerechtshof Amsterdam|14 december 2006|ECLI:NL:GHAMS:2006:BA1237
woning van [X.]. In het licht van artikel 3:109 jo. artikel 3:119 BW moet er daarom voorshands van worden uitgegaan dat [X.] terecht stelt dat de katten aan haar toebehoorden
- Civiel recht overigHoger beroepVervreemding van een nog niet teboekgesteld scheepscasco door een werf. Was de werf beschikkingsbevoegd en…
Gerechtshof Amsterdam|16 juli 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:2231
recht konden doen gelden. 3.6. Ingevolge het bepaalde in de artikelen 3:118 en 3:119 BW wordt Waterland geacht rechthebbende te zijn met betrekking tot het casco en wordt haar goede
- Civiel recht overigHoger beroepTussenarrest. Aanneemovereenkomst op basis van regie. Heeft aannemer uren en verschillende posten voldoende…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|22 februari 2022|ECLI:NL:GHARL:2022:1330
worden toegelaten dit te bewijzen. Het hof gaat voorbij aan het beroep op artikel 3:119 BW van [appellant] en het daaraan gerelateerde bewijsaanbod, omdat de stellingen van [appellant] , indien bewezen, niet
- Personen- en familierechtHoger beroep kort gedingProcespartij. eigendom en afgifte van een hond.
Gerechtshof 's-Gravenhage|5 april 2011|ECLI:NL:GHSGR:2011:BR3761
kort geding, in weerwil van het door de vrouw gedane beroep op artikel 3:119 BW, voldoende is komen vast te staan dat (alleen) de man de eigenaar van [de hond
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingVordering tot afgifte van auto en schilderijen in kort geding
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|29 januari 2013|ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ0395
oordeel van het hof dat [appellante] op grond van de artikelen 3:109 en 3:119 BW vermoed wordt rechthebbende op de auto te zijn en dat het aan [geïntimeerde
- Civiel recht overigKort gedingOpheffing executoriaal beslag. Te executeren vonnis niet overgelegd, zodat geldigheid van de te executeren…
Rechtbank Overijssel|28 augustus 2014|ECLI:NL:RBOVE:2014:4669
auto. [eiseres] wordt vermoed eigenaar / rechthebbende te zijn op grond van artikel 3:119 BW en door [gedaagde 1] wordt hiertegen geen enkele valide grondslag opgeworpen. [gedaagde 1] maakt zich volgens [eiseres
- Personen- en familierechtHoger beroepVergoedingsvordering conform artikel 1:87 BW kan het hof niet vaststellen. de vordering van de vrouw wordt…
Gerechtshof Den Haag|25 oktober 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:3166
gehuwde echtgenoten. Dit in het bijzonder in het perspectief van de uitsluiting van artikel 3:119 BW, inhoudende dat een echtgenoot die een goed onder zich heeft juist niet een beroep
- Strafrecht overig6 mei 2003 Strafkamer nr. 01501/02 B PB/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie…
Parket bij de Hoge Raad|6 mei 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF5271
zijn minderjarige kinderen en zou op de voet van art. 3:109 BW jo 3:119 BW aan de eigenaar teruggegeven dienen te worden. 3.2. Vooropgesteld dient te worden dat, anders
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingKort geding. Afgifte hond. Houderschap (3:110 BW) en interversieverbod (3:111 BW).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|21 december 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:11665
zich niet beroepen op de bewijsvermoedens van artt. 3:109 en 3:119 BW. Verder betekent het gegeven dat zij houder (voor een ander) was, dat zij dat ook blijft, zolang niet
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.