736 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtHoger beroepDe naheffingsaanslag is blijkens de dagtekening binnen de termijn van artikel 20, lid 3, Awr vastgesteld. De…
Gerechtshof Amsterdam|19 december 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:4876
naheffingsaanslag is blijkens de dagtekening binnen de termijn van artikel 20, lid 3, Awr vastgesteld. De bekendmaking is geen voorwaarde voor de totstandkoming. Het feit dat de naheffingsaanslag niet aangetekend is verzonden
- BelastingrechtHoger beroepInkomstenbelasting. Verzwegen vermogen in Zwitserland. Navordering. Ambtelijk verzuim? Voortvarendheidstoets…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|25 maart 2014|ECLI:NL:GHARL:2014:2583Aangehaald in 5 uitspraken
voortvarend is opgelegd. Voor zover kan worden nagevorderd op de voet van artikel 16, lid 3, AWR, betoogt belanghebbende dat ook in dat geval moet worden getoetst of de navorderingsaanslag voortvarend … april 2011 opgelegd. Deze navorderingsaanslag is derhalve binnen de vijfjaarstermijn van artikel 16, lid 3, AWR opgelegd. De Inspecteur heeft bij het opleggen van deze navorderingsaanslag geen gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid
- BelastingrechtA-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of de per aangetekende post aan het Poolse adres van…
Parket bij de Hoge Raad|28 september 2020|ECLI:NL:PHR:2020:856
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of de per aangetekende post aan het Poolse adres van belanghebbende verzonden aanslag geacht kan worden aldaar ordelijk bekend te zijn gemaakt. Overschrijding van de driejaarstermijn voor oplegging van een aanslag? Heeft belanghebbende zijn fiscale woonplaats in…
- Strafrecht overigHoger beroepHet vereiste van kenbaarheid bij een beroep op de inkeerbepaling van artikel 69, lid 3 AWR: Voor een geslaagd…
Gerechtshof Amsterdam|4 maart 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5141
vereiste van kenbaarheid bij een beroep op de inkeerbepaling van artikel 69, lid 3 AWR: Voor een geslaagd beroep op de inkeerbepaling is vereist dat alsnog een juiste aangifte wordt gedaan
- Strafrecht overigHoger beroepHet vereiste van kenbaarheid bij een beroep op de inkeerbepaling van artikel 69, lid 3 AWR: Voor een geslaagd…
Gerechtshof Amsterdam|4 maart 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5140
vereiste van kenbaarheid bij een beroep op de inkeerbepaling van artikel 69, lid 3 AWR: Voor een geslaagd beroep op de inkeerbepaling is vereist dat alsnog een juiste aangifte wordt gedaan
- BelastingrechtCassatieMotorrijtuigenbelasting; artt. 7, 13, 34, en 37 Wet MRB; art. 67c AWR; VWEU; prejudiciële vragen rechtbank…
Hoge Raad|5 april 2019|ECLI:NL:HR:2019:483Aangehaald in 97 uitspraken
Nederland heeft gemaakt, kan de inspecteur op grond van artikel 20, lid 3, AWR mrb naheffen tot maximaal vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan. Indien
- BelastingrechtCassatieart. 21j en 21k AWR, ontvankelijkheid bezwaar voor zover gericht tegen inkomensgegevens ex-partner; art. 25…
Hoge Raad|5 februari 2021|ECLI:NL:HR:2021:179Aangehaald in 14 uitspraken
oorspronkelijke besluit van de afnemer is bekendgemaakt op grond van artikel 21f, lid 3, AWR. In dit geval gaat het echter om inkomensgegevens, bedoeld onder 1 van artikel 21, letter e, AWR … zoals dat met het oorspronkelijke besluit van de afnemer op grond van artikel 21f, lid 3, AWR is bekendgemaakt in alle gevallen waarin het inkomensgegeven niet reeds voorafgaand aan dat besluit
- BelastingrechtHoger beroepBekendmaking van de aanslagen heeft plaatsgevonden binnen de daarvoor gestelde termijn
Gerechtshof Amsterdam|8 juli 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:2659
Bekendmaking van de aanslagen heeft plaatsgevonden binnen de daarvoor gestelde termijn
- BelastingrechtHoger beroepNaheffingsaanslag bpm. Artikel 20, lid 3, AWR. De naheffingsaanslag is binnen de wettelijke termijn opgelegd…
Gerechtshof Den Haag|17 december 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:2872
Naheffingsaanslag bpm. Artikel 20, lid 3, AWR. De naheffingsaanslag is binnen de wettelijke termijn opgelegd. Geen geslaagd beroep op vertrouwensbeginsel. Verdere waardevermindering wegens schade niet aannemelijk gemaakt. GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht
- BelastingrechtHoger beroepJuiste tenaamstelling aanslagen watersysteemheffing. Terecht tarief voor natuurterrein toegepast. Geen strijd…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|23 augustus 2018|ECLI:NL:GHSHE:2018:3551
EVRM. Aanslagen zijn tijdig - binnen drie jaar na ontstaan belastingschuld - opgelegd (artikel 11, lid 3, AWR). GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 17/00629 Uitspraak op het hoger beroep
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigWOZ. Objectafbakening. Ambtshalve vermindering. Artikel 11 lid 3 AWR. Artikel 29 Wet WOWZ. Ongegrond.
Rechtbank Midden-Nederland|25 oktober 2023|ECLI:NL:RBMNE:2023:5567
Objectafbakening. Ambtshalve vermindering. Artikel 11 lid 3 AWR. Artikel 29 Wet WOWZ. Ongegrond. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/2709 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 oktober
- BelastingrechtVerbod op precario op nutsnetwerken per 1 juli 2017. Overgangsrecht: tot 1 januari 2022 mag geheven worden…
Parket bij de Hoge Raad|27 oktober 2023|ECLI:NL:PHR:2023:950
toepassing. Dat betekent dat de aanslag is opgelegd buiten de driejaarstermijn in art. 11(3) AWR. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 23/00876 Datum 27 oktober 2023 Belastingkamer … laat, want meer dan drie jaar na ontstaan van de schuld (art. 11(3) AWR). Kan de omvang van de belastingschuld pas worden vastgesteld na afloop van het jaar, dan wordt
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigAanslag watersysteemheffing. Hoor- en inzagerecht. Erfgenamen en juistheid tenaamstelling aanslag. Opgelegd…
Rechtbank Oost-Brabant|17 juli 2017|ECLI:NL:RBOBR:2017:3857
tenaamstelling aanslag. Opgelegd binnen een termijn van 3 jaar als bedoeld in art. 11 lid 3 AWR. Juistheid toegepast tarief. RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummers: SHE 16/3905 en 16/3906
- BelastingrechtHoger beroepTijdens beroep is opnieuw uitspraak op bezwaar gedaan. Het hoger beroep heeft opschortende werking, zodat nog…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|17 december 2025|ECLI:NL:GHSHE:2025:3628
geen gevolg had mogen worden gegeven aan de uitspraak van de rechtbank (art. 27h, lid 3, Awr). Vernietiging van die uitspraak op bezwaar. Pas na het onherroepelijk worden van de uitspraak
- Strafrecht overigAls plaats waar de misdrijven, overtreding van art. 68 lid 1 en 3 AWR en art. 225 lid 1 Sr, zijn begaan is…
Parket bij de Hoge Raad|16 februari 1993|ECLI:NL:PHR:1993:65
plaats waar de misdrijven, overtreding van art. 68 lid 1 en 3 AWR en art. 225 lid 1 Sr, zijn begaan is mede aan te merken de plaats waar de ingevulde
- BelastingrechtCassatieArt. 16, lid 4, AWR. Navorderingsaanslagen opgelegd in strijd met het EG-rechtelijke evenredigheidsbeginsel.
Hoge Raad|7 mei 2010|ECLI:NL:HR:2010:BM3301
tijdstip waarop de ten aanzien van binnenlandse tegoeden geldende vijfjaarstermijn van artikel 16, lid 3, AWR is verstreken. 2.2. Op grond van deze regels moet, na het verkrijgen van aanwijzingen … veronderstelling dat navordering vanwege het verstrijken van de navorderingstermijn van artikel 16, lid 3, AWR niet meer mogelijk was (onderdeel 5.2.2 van de uitspraak van het Hof). Nadat de Inspecteur
- BelastingrechtHoger beroepArt. 25, lid 3, AWR, art. 27e, lid 1, AWR en art. 27h, lid 2, AWR. Art. 67d AWR. Art. 8:60, lid 4, Awb en…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|10 juni 2026|ECLI:NL:GHSHE:2026:1538
3, AWR, art. 27e, lid 1, AWR en art. 27h, lid 2, AWR. Art. 67d AWR. Art. 8:60, lid 4, Awb en art. 8:108, lid 1, Awb. Vereiste aangifte IB/PVV
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigAanslag rioolrecht. Artikelen 5 en 11, lid 3, AWR. Bezwaar is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard…
Rechtbank Arnhem|1 februari 2008|ECLI:NL:RBARN:2008:BI0753
Aanslag rioolrecht. Artikelen 5 en 11, lid 3, AWR. Bezwaar is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Aanslag wordt vernietigd omdat deze niet binnen drie jaren na het ontstaan van de belastingschuld
- BelastingrechtHoger beroepArt. 25, lid 3, AWR en art. 27e, lid 1, AWR. Niet doen van vereiste aangifte. Inkomsten uit (betrokkenheid…
Gerechtshof Den Haag|19 januari 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:103
3, AWR en art. 27e, lid 1, AWR. Niet doen van vereiste aangifte. Inkomsten uit (betrokkenheid bij) handel in verdovende middelen. Bewijs door middel van bewijsvermoeden. Redelijke schatting. Niet aangetoond
- BelastingrechtA-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], belanghebbende…
Parket bij de Hoge Raad|2 maart 2015|ECLI:NL:PHR:2015:192Aangehaald in 6 uitspraken
Relevante regelgeving, jurisprudentie en literatuur Wettekst 4.1 Tot 1 juli 2011 luidde artikel 25, lid 3, AWR als volgt: 3. Indien het bezwaar is gericht tegen een aanslag, een navorderingsaanslag, een naheffingsaanslag … gericht tegen een vergrijpboete. 4.2 Met ingang van 1 juli 2011 luidt artikel 25, lid 3, AWR als volgt: 3. Indien het bezwaar is gericht tegen een aanslag, een navorderingsaanslag, een naheffingsaanslag
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.