118 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VreemdelingenrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|21 april 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6565
verzoekster bij terugkeer zal worden onderworpen aan een behandeling die strijd oplevert met artikel 3 EVRM. 2.6 Ten aanzien van de vraag of verweerder op juiste gronden heeft geoordeeld dat verzoekster niet
- VreemdelingenrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|16 mei 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6424
niet aannemelijk geworden dat gedwongen terugkeer van verzoekers naar Azerbeidzjan strijd oplevert met artikel 3 EVRM. 10. Evenmin is gebleken van klemmende redenen van humanitaire aard op grond waarvan verweerder een vergunning
- VreemdelingenrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|23 juni 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7447
naar Afghanistan dan wel Tadzjikistan niet worden blootgesteld aan een situatie als bedoeld in artikel 3 EVRM. Van een structurele etnische hetze tegen de Russische minderheid in Tadzjikistan is niet gebleken. Russen
- VreemdelingenrechtMondelinge uitspraakRechtbank 's-Gravenhage · Mondelinge uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|29 februari 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5506
nemen dat dit land bij een eventuele uitzetting van verzoeker toetsing aan artikel 3 EVRM achterwege zal laten. 10. Niet is gebleken van klemmende redenen van humanitaire aard op grond waarvan verweerder
- VreemdelingenrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|6 april 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6275
uitzetting naar Somalië onderworpen te worden aan een behandeling die in strijd is met artikel 3 EVRM. Er zijn geen met de persoon van eiseres samenhangende individuele feiten en omstandigheden naar voren
- VreemdelingenrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|27 juli 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8272
verzoeker naar het land van herkomst geen gevaar voor vervolging c.q. schending van artikel 3 EVRM bestaat. De president is zich er daarbij van bewust dat voormelde vragen eerst na de thans
- VreemdelingenrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|28 juli 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8264
vanwege zijn desertie bij terugkeer te vrezen heeft voor een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM. 2.8 De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt. 2.9 Voorop staat dat de situatie in Soedan
- VreemdelingenrechtBodemzaakNoord-Irak / Koerd / risicocategorieën. Eiser behoort tot de Koerdische bevolkinggroep uit Noord-Irak. Eiser…
Rechtbank 's-Gravenhage|8 november 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9821
vertaling zal worden toegezonden. Voorts is gesteld dat terugzending een schending inhoudt van artikel 3 EVRM dan wel artikel 3 van het Anti-Folterverdrag. Ten slotte is gesteld dat eiser in aanmerking
- VreemdelingenrechtVoorlopige voorzieningSudan / Nuba / werkinstructie 237. Verzoeker heeft de Sudanese nationaliteit en behoort tot een van de…
Rechtbank 's-Gravenhage|20 december 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AB1181
niet aannemelijk geworden dat gedwongen terugkeer van verzoeker naar Soedan strijd oplevert met artikel 3 EVRM. 8. Evenmin is gebleken van klemmende redenen van humanitaire aard op grond waarvan verweerder een vergunning
- VreemdelingenrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|21 augustus 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8372
reëel gevaar loopt om het slachtoffer te worden van een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM. Eiser is van mening dat verweerder ten onrechte tot intrekking van het vvtv-beleid
- VreemdelingenrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|21 maart 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6681
risico lopen te worden onderworpen aan folteringen of onmenselijke behandelingen als bedoeld in artikel 3 EVRM. Evenmin is het bestaan van klemmende redenen van humanitaire aard op grond waarvan verblijf van eisers
- VreemdelingenrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|27 juli 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7346
Europese hof voor de rechten van de mens bij de toetsing van artikel 3 EVRM voor de bodemrechter als maatstaf dient te gelden dat er daadwerkelijk concrete gronden zijn
- VreemdelingenrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|12 oktober 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8387
personen die een reëel risico lopen bij uitzetting een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM te ondergaan, in beginsel een vergunning tot verblijf te verlenen. In haar uitspraak van 25 juni
- VreemdelingenrechtBodemzaakAfghanistan / Khad / artikel 1F. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht gemeend dat de…
Rechtbank 's-Gravenhage|1 december 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9331
niet zal worden uitgezet naar Afghanistan. De rechtbank deelt de visie van verweerder dat artikel 3 EVRM op zichzelf niet noopt tot het verlenen van een verblijfstitel. Verweerder heeft zichzelf beleidsmatig voldoende
- VreemdelingenrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|24 mei 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7191
Eiser heeft voorts zijn stelling dat verwijdering naar Iran in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM niet aannemelijk gemaakt. In het verweerschrift voert verweerder nog aan dat eiser geen tastbaar bewijs
- VreemdelingenrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|5 juli 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7588
terugkeer niet zal worden onderworpen aan een behandeling die strijd zou kunnen opleveren met artikel 3 EVRM. Bovendien is niet gebleken van overige klemmende redenen van humanitaire aard op grond waarvan
- VreemdelingenrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|18 januari 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6419
preken. Tenslotte heeft eiser in bezwaar gesteld dat zijn uitzetting in strijd is met artikel 3 EVRM. In beroep heeft eiser zijn asielrelaas aangevuld en onder meer het volgende gesteld. Eiser
- VreemdelingenrechtVoorlopige voorziening+bodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Voorlopige voorziening+bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|25 juli 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7581
niet aannemelijk geworden dat gedwongen terugkeer van verzoeker naar Irak strijd oplevert met artikel 3 EVRM. 12. Ten aanzien van het bezwaar van verzoeker voorzover dat is gericht tegen de weigering
- VreemdelingenrechtVoorlopige voorziening+bodemzaakNigeria / rituele moord / binnenlands vluchtalternatief. Verzoeker is burger van Nigeria en behoort tot de…
Rechtbank 's-Gravenhage|6 november 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9197
aanleiding om verzoeker een vergunning tot verblijf te verlenen. Een behandeling zoals bedoeld in artikel 3 EVRM wordt niet waarschijnlijk geacht. Tevens is verweerder van oordeel dat verzoeker niet in aanmerking komt
- VreemdelingenrechtBodemzaakRechtbank 's-Gravenhage · Bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank 's-Gravenhage|17 april 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7452
partij was door de vlucht van eiser onhoudbaar geworden. Eiser doet een beroep op artikel 3 EVRM. Uit brieven van 19 juli en 30 oktober 1998 blijkt dat de Chinese autoriteiten
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.