1.197 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|9 oktober 1996|ECLI:NL:HR:1996:AA1913
middelen van cassatie 3.1. Geen rechtsregel, met name niet het bepaalde in de artikelen 6 EVRM en 21, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, staat eraan
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|27 november 1996|ECLI:NL:HR:1996:AA1759Aangehaald in 5 uitspraken
regeling van art. 26, lid 1 (oud) AWR in strijd werd geacht met art. 6 EVRM indien "(...) als gevolg van een in de sfeer van de belastingadministratie of van de PTT gelegen
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|17 maart 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5166
termijnoverschrijding kan niet tot een ander oordeel leiden. Noch art. 14 IVBPR noch art. 6 EVRM staat eraan in de weg dat, hoewel de bestreden beschikking eerst tien dagen na te zijn
- Strafrecht overigCassatieLiquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren en zes maanden voor…
Hoge Raad|23 april 2019|ECLI:NL:HR:2019:604Aangehaald in 10 uitspraken
sprake is van een vormverzuim – waaronder ook kan worden begrepen een schending van art. 6 EVRM – waaraan één van de in art. 359a, eerste lid, Sv genoemde rechtsgevolgen moet worden verbonden
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|19 oktober 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD4171
bekende tijdsverloop van dien aard was dat in strijd met art. 6 EVRM de berechting niet had plaatsgevonden binnen een redelijke termijn. Op grond daarvan heeft het Hof een gevangenisstraf opgelegd welke
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|25 juni 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE2742
openbaar ministerie in zijn strafvervolging niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard omdat het in artikel 6 EVRM bedoelde recht van verdachte op een openbare behandeling van de strafzaak binnen een redelijke termijn
- BelastingrechtCassatieArtikel 8, lid 1, aanhef en letter c, van de Structuurrichtlijn minerale oliën 92/81/EEG; artikelen 2 en 66…
Hoge Raad|20 februari 2009|ECLI:NL:HR:2009:BA3304
cassatieprocedure betreft een overschrijding op van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM met meer dan twaalf maanden. De Hoge Raad zal om die reden de verhoging verminderen
- Strafrecht overigCassatieAflatoxinepinda's. Contra-expertise. Beroep op afwezigheid van alle schuld. HR ontslaat verdachte van alle…
Hoge Raad|2 februari 1993|ECLI:NL:HR:1993:AB7899Aangehaald in 5 uitspraken
strafrechtelijke vervolging vanwege de Staat geconfronteerd worden en derhalve de minimumwaarborgen uit art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR kunnen en mogen geldend maken. Anders dan de Rechter overwoog brengen
- Strafrecht overigCassatieFeitelijk leiding geven aan medeplegen oplichting begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 326.1…
Hoge Raad|8 oktober 2024|ECLI:NL:HR:2024:1361
voorstel als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 EVRM stelt. (...) 5.7.1 Op grond van artikel 348 en 350 Sv beslist de rechtbank op de grondslag
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|8 mei 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB1517
geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting, met name ook niet van het bepaalde in art. 6 EVRM, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. 3.8. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat het middel tevergeefs
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|4 maart 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF3334
behoorlijke strafrechtspleging, althans met de eisen die aan een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM moeten worden gesteld. Het [Hof] overweegt hierop als volgt. Het hof is van oordeel
- Civiel recht overigCassatieIPR, internationaal publiekrecht. Bevoegdheid Nederlandse rechter inzake vorderingen tot opheffing van in…
Hoge Raad|22 februari 2019|ECLI:NL:HR:2019:292Aangehaald in 5 uitspraken
beroep van SHAPE op immuniteit van executie is niet in strijd met art. 6 EVRM. (rov. 3.15-3.15.1) Het belang van SHAPE bij handhaving van immuniteit van executie prevaleert boven het belang
- Strafrecht overigCassatieMega ‘Zevenblad’. Boilerroomfraude. Medeplegen oplichting (art. 326.1 Sr), medeplegen valsheid in geschrift…
Hoge Raad|8 juli 2025|ECLI:NL:HR:2025:1089Aangehaald in 6 uitspraken
beoordeling of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces – van belang (i) de reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend
- Strafrecht overigCassatieHernieuwde overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, nadat het hof op dezelfde grond tot…
Hoge Raad|19 oktober 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD1563
bekende tijdsverloop van dien aard was dat in strijd met art. 6 EVRM de berechting niet had plaatsgevonden binnen een redelijke termijn. Op grond daarvan heeft het Hof lagere straffen opgelegd - respectievelijk
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|24 juli 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2773
juli 1993 - , het Hof zijn in zijn uitspraak besloten liggende oordeel dat niettemin artikel 6 EVRM niet was geschonden, had behoren te motiveren, nu slechts bijzondere omstandigheden, waarvan uit de uitspraak niet
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|18 december 2001|ECLI:NL:HR:2001:AD4292
risico zal lopen te worden blootgesteld aan een flagrante schending van enig hem ingevolge art. 6 EVRM toekomend recht, is dat oordeel evenmin onvoldoende gemotiveerd. 4.5. Voorzover het middel voorts berust
- Strafrecht overigCassatieOndervragingsrecht. Art. 6 lid 3 sud d EVRM is in acht genomen indien de verdachte de gelegenheid is geboden…
Hoge Raad|25 november 2003|ECLI:NL:HR:2003:AM2772
Beoordeling van het eerste middel 3.1. Het middel bevat onder meer de klacht dat art. 6 EVRM is geschonden, nu de verdachte in hoger beroep op geen enkel moment de gelegenheid heeft
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|8 september 2015|ECLI:NL:HR:2015:4162Aangehaald in 5 uitspraken
aard van de niet in acht genomen vormen, in het bijzonder de artt. 6 EVRM, alsmede 416, 287, 288,315 en 415 Sv, en wel om het navolgende: In zijn appelschriftuur heeft
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|25 juni 1997|ECLI:NL:HR:1997:AA2207
orde zijnde omstreden aansprakelijkheid is bij uitstek een onderwerp dat tot de in art. 6 EVRM bedoelde "burgerlijke rechten en plichten" gerekend moet worden." B. . Onderdeel 2 van de bij deze conclusie
- Strafrecht overigCassatieMoord op vriend en zakenpartner (art. 289 Sr) en verbranding stoffelijk overschot in loods (art. 157.1 Sr) in…
Hoge Raad|28 mei 2019|ECLI:NL:HR:2019:834
leggen straf tot slot rekening gehouden met de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Deze redelijke termijn is in deze zaak aangevangen op 16 december 2012, de dag waarop verdachte
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.