245 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieBeslagrecht. Merkenrecht. Vordering tot opheffing conservatoir beslag. Schending van art. 438 lid 5 (oud) Rv…
Hoge Raad|9 september 2022|ECLI:NL:HR:2022:1173Aangehaald in 6 uitspraken
volgt overwogen: “4.3 In artikel 438 lid 5 Rv, dat in artikel 705 lid 3 Rv van overeenkomstige toepassing is verklaard op vorderingen tot opheffing van een gelegd conservatoir beslag, is bepaald … door dagvaarding van zowel de executant als de geëxecuteerde. Op grond van art. 705 lid 3 Rv is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op vorderingen tot opheffing van een conservatoir beslag
- Civiel recht overigCassatieArbitrage. Tenuitvoerlegging in Nederland van vier Russische arbitrale vonnisssen die door de Russische…
Hoge Raad|25 juni 2010|ECLI:NL:HR:2010:BM1679Aangehaald in 19 uitspraken
geval van verlening van het exequatur alsnog op de voet van art. 1064 lid 3 Rv. het rechtsmiddel van vernietiging of herroeping tegen het betrokken arbitrale vonnis kan worden aangewend … York vallende buitenlandse arbitrale vonnissen, is van belang of een met art. 1064 lid 3 Rv. vergelijkbare voorziening bestaat in het recht van het land waar het arbitrale vonnis is uitgesproken. Indien
- Civiel recht overigCassatieArbitrage. Internationaal privaatrecht. Staat tegen de verlening van verlof tot tenuitvoerlegging in…
Hoge Raad|1 mei 2015|ECLI:NL:HR:2015:1194Aangehaald in 24 uitspraken
gewezen arbitrale vonnissen berust op art. 1062 lid 4 (oud) Rv (thans: art. 1062 lid 3 Rv) in verbinding met art. 1064 lid 1 (oud) Rv (thans: art. 1064 Rv), en voor … York vallende buitenlandse arbitrale vonnissen, is van belang of een met art. 1064 lid 3 Rv vergelijkbare voorziening bestaat in het recht van het land waar het arbitrale vonnis is uitgesproken. Indien
- Civiel recht overigCassatieBuitenlands vonnis; Conservatoir (derden)beslag; Derdenwerking overeenkomst (jurisdictieclausule); Exequatur…
Hoge Raad|17 december 1993|ECLI:NL:HR:1993:ZC1183Aangehaald in 12 uitspraken
voorkomen of opgeheven beslag - heeft verleend, welke rechtbank bovendien bevoegd is krachtens art. 126 lid 3 Rv. Onderdeel 4a voegt daaraan toe dat deze bevoegdheid in elk geval moet worden aangenomen … anders dan onderdeel 3 suggereert, de jurisdictieclausule naar haar aard toepasselijkheid van art. 126 lid 3 Rv. uitsluit. 3.3.6 In een geval als het onderhavige dient de rechter zijn beslissing
- Civiel recht overigCassatie1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/022HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van:[De vrouw]…
Hoge Raad|1 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS5824Aangehaald in 9 uitspraken
conclusie was genomen, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv., bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd. 3 … derde klacht faalt, nu deze berust op de onjuiste opvatting dat art. 69 lid 3 Rv. ruimte biedt om in een geval als het onderhavige, waarin - aldus de klacht - voldoende connexiteit tussen
- Civiel recht overigCassatie26 maart 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/045HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Hoge Raad|26 maart 2004|ECLI:NL:HR:2004:AO1330Aangehaald in 8 uitspraken
opdrachtgever wordt uitgebracht. Op de onderhavige situatie is daarentegen wel art. 198 lid 3 Rv. van toepassing, ingevolge welke bepaling partijen verplicht zijn mee te werken aan een onderzoek door deskundigen. Wordt … civiele procedure is - sedert 1 januari 2002 op grond van art. 198 lid 3 Rv. - verplicht mee te werken aan een door de rechter gelast deskundigenonderzoek. Wordt aan deze verplichting niet voldaan
- Personen- en familierechtCassatie10 oktober 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/095HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Hoge Raad|10 oktober 2003|ECLI:NL:HR:2003:AL8115
opvatting uitgaat, faalt derhalve. 3.4 Onderdeel 2 wordt evenwel terecht voorgesteld. Ingevolge art. 816 lid 3 Rv. zijn de art. 120 en 121 Rv. van overeenkomstige toepassing indien het exploot van betekening … zijn kosten te herstellen. Indien de rechtbank op de voet van art. 121 lid 3 Rv. zou hebben geoordeeld dat aannemelijk is dat het exploot de vrouw als gevolg van het gebrek
- Civiel recht overigCassatie3 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/294HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE…
Hoge Raad|3 oktober 2003|ECLI:NL:HR:2003:AI0347Aangehaald in 9 uitspraken
worden aangemerkt als eis in de hoofdzaak in de zin van art. 700 lid 3 Rv. Tegen deze aanslag kan bezwaar worden gemaakt bij de inspecteur en tegen diens uitspraak … worden aangemerkt als eis in de hoofdzaak in de zin van art. 700 lid 3 Rv. Zoals hiervoor overwogen is die bedoeling immers dat binnen de termijn die daartoe wordt gesteld door
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Vonnis op tegenspraak of verstekvonnis? Aanwending van juiste rechtsmiddel? Beoordeling door…
Hoge Raad|8 februari 2019|ECLI:NL:HR:2019:207Aangehaald in 9 uitspraken
door Credivance gestarte procedure was verschenen. Gelet op het bepaalde in artikel 140 lid 3 Rv was het eindvonnis van 28 november 2013 ook jegens [eiseres] een vonnis op tegenspraak. [eiseres … procedure voor de kantonrechter was verschenen (en dat daarom art. 140 lid 3 Rv van toepassing was en zij tegen dat vonnis hoger beroep en niet verzet had moeten instellen). In cassatie
- Civiel recht overigCassatie11 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/313HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: COÖPERATIEVE…
Hoge Raad|11 maart 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS2619Aangehaald in 7 uitspraken
heeft daarbij overwogen dat [betrokkene 1] en Eastside op grond van art. 486 lid 3 Rv. geacht worden de aanmelding van hun vorderingen te hebben ingetrokken. 3.3 De Rabobank heeft onder aanvoeren … geoordeeld (rov. 1) dat hun verweer in verband met het toepasselijke art. 486 lid 3 Rv., op grond waarvan [betrokkene 1] geacht moet worden zijn tegenspraak tegen de vorderingen van de Rabobank
- Strafrecht overigCassatieJaarrekening rechtspersonen. Vordering procureur-generaal ex art. 999 lid 2 Rv (oud). Geldigheid dagvaarding…
Hoge Raad|5 september 1990|ECLI:NL:HR:1990:AB9154
eiser te vertegenwoordigen in het geding, zoals - aldus de exceptie - vereist ingevolge artikel 407 lid 3 Rv. Dit betoog kan niet als juist worden aanvaard. Gelijk de Hoge Raad onder andere … wettelijke vertegenwoordigingsplicht rechtvaardigen gelden eveneens voor afwijking van de in artikel 407 lid 3 Rv gegeven regel omtrent vertegenwoordiging door een advocaat in het geding in cassatie, in geval de Procureur-Generaal
- Civiel recht overigCassatieArbitrage. Erkenning van in buitenland gewezen arbitraal vonnis (art. 1075 Rv, Verdrag van New York)…
Hoge Raad|31 maart 2017|ECLI:NL:HR:2017:555Aangehaald in 6 uitspraken
volgens Nelux c.s., het geval (i) omdat naar Amerikaans recht een met artikel 1064 lid 3 Rv vergelijkbare voorziening, te weten de rechtsmiddelen van vernietiging en herroeping, niet (meer) bestaat … EVRM geen sprake is, is van belang of een met artikel 1064 lid 3 Rv vergelijkbare voorziening bestaat in het recht van het land waar het arbitrale vonnis is uitgesproken. Nelux
- Civiel recht overigCassatieExecutiegeschil. Invordering belastingschuld horecabedrijf. Bodembeslag (art. 22 Inv.wet) gelegd op…
Hoge Raad|11 april 2014|ECLI:NL:HR:2014:896
Jaargetijden Franchise, heeft tezamen met Vier Jaargetijden Hengelo op de voet van art. 435 lid 3 Rv bij de belastingdeurwaarder verzet gedaan tegen verhaal van de Ontvanger op de bedrijfsinventaris. Hierdoor … vordert de Ontvanger, ter verkrijging van een executoriale titel als bedoeld in art. 435 lid 3 Rv, te bepalen dat Horeca Holding c.s. de executie door de Ontvanger van de voor
- Civiel recht overigCassatieArbitrage; art. 1027 Rv. Verzoek tot benoeming arbiters kan worden afgewezen indien aanstonds en zonder nader…
Hoge Raad|21 oktober 2011|ECLI:NL:HR:2011:BQ8777
verzoeker] strekt tot benoeming van drie arbiters op de voet van art. 1027 lid 3 Rv. Volgens [verzoeker] is sprake van een overeenkomst tot arbitrage … hebben miskend dat een benoemingsprocedure op de voet van art. 1027 lid 3 Rv. zich niet leent voor een onderzoek naar de vraag of er een geldige overeenkomst tot arbitrage bestaat
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Strafvordering; geen taak voor de burgerlijke rechter bij de beoordeling of de staat in de…
Hoge Raad|19 maart 2010|ECLI:NL:HR:2010:BL1116Aangehaald in 1.113 uitspraken
nakosten niet heeft vastgesteld, omdat de vaststelling van kosten ingevolge art. 237 lid 3 Rv. beperkt blijft tot vóór de uitspraak gemaakte kosten. Het middel betoogt dat deze bepaling niet eraan
- Personen- en familierechtCassatie5 september 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/088HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1…
Hoge Raad|5 september 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF8578
toepassing worden geacht en kan de rechter derhalve met overeenkomstige toepassing van art. 986 lid 3 Rv. legalisatie van de overgelegde huwelijksverklaring verlangen. Anders dan in het middel wordt betoogd, staan … geweigerd, brengt het discretionaire karakter van het van overeenkomstige toepassing zijnde art. 986 lid 3 Rv. mee, dat de rechter de vrijheid heeft om toch te oordelen dat is komen vast
- Civiel recht overigCassatieInternationaal privaatrecht. Procesrecht. Verzoek tot uitvoerbaarverklaring civielrechtelijke veroordeling in…
Hoge Raad|26 september 2014|ECLI:NL:HR:2014:2816
overstaan van de rechtbank mag slechts worden verleend door een advocaat (art. 279 lid 3 Rv). 3.7.3 Niettemin kan gegrondbevinding van deze klacht niet tot cassatie leiden. De kennelijk aan de klacht … aldus is getroffen in het belang dat de art. 282 lid 1 en 279 lid 3 Rv beogen te beschermen, is niet onderbouwd met een motivering waaruit dit kan volgen. 3.7.4 Opmerking
- Civiel recht overigCassatieCollectieve actie. WAMCA. Ontvankelijkheidseisen belangenorganisatie (art. 3:305a lid 1-3 BW). Toetsing…
Hoge Raad|17 juli 2026|ECLI:NL:HR:2026:1198
door TPC gevraagd aangaande de mogelijkheid tot opt-out etc. (art. 1018 f lid 3 Rv) en evenmin als onder [art.] 1018 e Rv bedoeld. Die beslissingen zijn aan de rechtbank. Tussentijds
- Civiel recht overigCassatiePrejudiciële zaak (art. 392 Rv). Huurrecht. Procedure op de voet van art. 7:262 BW tegen uitspraak…
Hoge Raad|23 april 2021|ECLI:NL:HR:2021:657Aangehaald in 94 uitspraken
Hoge Raad gesteld : “1. brengt het huurrechtelijk systeem en/of analoge toepassing van artikel 339 lid 3 Rv mee dat als (in conventie) tijdig tegen een uitspraak van de huurcommissie is opgekomen
- Civiel recht overigCassatieOnbevoegde vertegenwoordiging, art. 3:61 lid 2 BW. Toerekening aan de achterman op grond van het…
Hoge Raad|3 februari 2017|ECLI:NL:HR:2017:142Aangehaald in 101 uitspraken
optreden door mr. De Wit in rechte, waarop het bepaalde in artikel 80 lid 3 Rv. betrekking heeft, maar nu [betrokkene 3] mr. De Wit kende als advocaat van [verzoeker
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.