121 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|22 februari 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA4894Aangehaald in 9 uitspraken
22 februari 2000 Strafkamer nr. 112611 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 27 oktober 1998 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1936, wonende te [woonplaats]. 1. De bestreden uitspraak 1.1.…
- Strafrecht overigCassatieWOTS-zaak. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT7122. Het oordeel van de Rb dat de feiten die door…
Hoge Raad|24 januari 2012|ECLI:NL:HR:2012:BU6017
basis van het artikel 278 paragraaf 1 Sr, in samenhang met het artikel 11 paragraaf 3 Sr 8 maanden vrijheidsstraf." De rechtbank heeft betrokkene een "totaalstraf" opgelegd van 15 jaar vrijheidsberoving
- Strafrecht overigCassatieVerdachte en haar toenmalige vriend hebben in het bijzijn van haar destijds 13-/14-jarige en 10-/11-jarige…
Hoge Raad|26 juni 2018|ECLI:NL:HR:2018:1002
strafrechtelijke aanpak van de in artikel 22 van het Verdrag omschreven gedragingen. Artikel 239, onder 3°, Sr stelt strafbaar de schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats, indien een ander
- Strafrecht overigCassatieAbsolute verjaringstermijn schuldwitwassen door geldbedragen om te zetten in chalets, art. 72.2 en…
Hoge Raad|5 juni 2018|ECLI:NL:HR:2018:842
tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis. 2.4. Op grond van art. 70, aanhef en onder 3°, Sr in verbinding met het tweede lid van art. 72 Sr beloopt de verjaringstermijn wat betreft
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|2 november 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3838
inleidende dagvaarding houdt primair het aan verzoeker verweten feit van art. 141, tweede lid, sub 3 Sr in. Zakelijk weergegeven was primair tenlastegelegd dat verzoeker op 13 september 1997 te Leeuwarden
- Strafrecht overigCassatieMeineed (meermalen gepleegd) door als getuige in tuchtzaak en strafzaak tegen zijn broer, die wordt verdacht…
Hoge Raad|13 december 2022|ECLI:NL:HR:2022:1824
woorden “onder ede” hebben in die bepaling. 2.3.2 Artikel 207 leden 1 en 3 Sr luidt: “1. Hij die in de gevallen waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert
- Strafrecht overigCassatieOM-cassatie. Bouwfraude-zaak. Art. 177 (oud) Sr. 1. HR ambtshalve: verjaring. 2. n.o.-verklaring OM. Ad 1. De…
Hoge Raad|6 juli 2010|ECLI:NL:HR:2010:BK6346
moet worden uitgegaan van het nieuwe strafmaximum. Op grond van art. 70, eerste lid onder 3°, Sr vervalt het recht tot strafvordering door verjaring in dit geval derhalve in twaalf jaren
- Strafrecht overigCassatieVerdachte en zijn toenmalige vriendin hebben in het bijzijn van haar destijds 13-/14-jarige en 10-/11-jarige…
Hoge Raad|26 juni 2018|ECLI:NL:HR:2018:1001
strafrechtelijke aanpak van de in artikel 22 van het Verdrag omschreven gedragingen. Artikel 239, onder 3°, Sr stelt strafbaar de schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats, indien een ander
- Strafrecht overigCassatieKilometerblokker. Beschikking Rb op vordering OvJ ex art. 552f.2 Sv tot onttrekking aan het verkeer van…
Hoge Raad|22 september 2026|ECLI:NL:HR:2026:1435
grond van artikel 36b lid 1, aanhef en onder 1 tot en met 3, Sr heeft de rechter de bevoegdheid om in de strafzaak de maatregel van onttrekking aan het verkeer
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|5 september 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA6992
geen verweer gevoerd. 5.4 Naar Nederlands recht vervalt, gelet op art. 70 aanhef en onder 3°, Sr het recht tot strafvervolging ter zake van de feiten waarvoor de uitlevering is verzocht
- Strafrecht overigCassatieProfijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr…
Hoge Raad|1 juli 2025|ECLI:NL:HR:2025:955
zijn voor de gezamenlijke betalingsverplichting.” 2.4 Als de rechter toepassing geeft aan artikel 36e lid 3 Sr is oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting niet mogelijk, omdat artikel 36e lid 7 Sr
- Strafrecht overigCassatieSeksueel corrumperen door zich in bosjes naast mountainbikeroute af te trekken, terwijl viertal 13- en…
Hoge Raad|11 oktober 2022|ECLI:NL:HR:2022:1422
strafrechtelijke aanpak van de in artikel 22 van het Verdrag omschreven gedragingen. Artikel 239, onder 3°, Sr stelt strafbaar de schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats, indien een ander
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen witwassen, meermalen gepleegd (art. 420bis.1.b Sr). 1. Verstrekken van informatie door…
Hoge Raad|13 februari 2026|ECLI:NL:HR:2026:233
duur van de vervangende hechtenis is bepaald op 365 dagen. 5.4.2 Artikel 24c lid 3 Sr bepaalt dat de vervangende hechtenis bij een geldboete ten hoogste een jaar beloopt, waarbij in deze
- Strafrecht overigCassatieEx art. 126 Sv kan op vordering van de OvJ door de RC een machtiging worden verleend tot het instellen van…
Hoge Raad|16 augustus 2005|ECLI:NL:HR:2005:AT7026
vereiste verdenking ten aanzien van andere feiten als bedoeld in art. 36e lid 3 Sr onvoldoende heeft geconcretiseerd. Zij wijst derhalve het hoger beroep van het openbaar ministerie af." 3.3. Voor
- Strafrecht overigCassatieProfijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen of uit andere strafbare feiten. Methode van eenvoudige…
Hoge Raad|17 maart 2026|ECLI:NL:HR:2026:439
heeft blijkens zijn overwegingen de ontnemingsmaatregel opgelegd op grond van artikel 36e lid 3 Sr, waarbij het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft geschat aan de hand van een kasopstelling. Het oordeel
- Strafrecht overigCassatiePoging tot medeplegen wederrechtelijk verblijven op een in haven gelegen besloten plaats voor distributie…
Hoge Raad|30 juni 2026|ECLI:NL:HR:2026:1030
meer van) de in artikel 138aa lid 2 Sr bedoelde middelen. Artikel 138aa lid 3 Sr noemt twee omstandigheden waaronder de in artikel 138aa lid 1 en 2 Sr bedreigde straf (verder
- Strafrecht overigCassatieOM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94a.2 Sv op geldbedragen onder klager t.z.v. verdenking en veroordeling…
Hoge Raad|31 mei 2022|ECLI:NL:HR:2022:806
staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.” - Artikel 36e leden 1, 2 en 3 Sr: “1. Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene
- Strafrecht overigCassatieInvoer van draadloze telefoons in Nederland vanuit Taiwan en opslag ter distributie in Nederland van deze…
Hoge Raad|21 maart 2006|ECLI:NL:HR:2006:AU3477
strafbaar feit. Nu echter met toepassing van art. 36b, eerste lid onder 3°, Sr de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen telefoons is bevolen, was - nu die bepaling eist dat enig
- Strafrecht overigCassatieKilometerblokker. Beschikking Rb op vordering OvJ ex art. 552f.2 Sv tot onttrekking aan het verkeer van 3…
Hoge Raad|22 september 2026|ECLI:NL:HR:2026:1433
grond van artikel 36b lid 1, aanhef en onder 1 tot en met 3, Sr heeft de rechter de bevoegdheid om in de strafzaak de maatregel van onttrekking aan het verkeer
- Strafrecht overigCassatieOM-cassatie en cassatie klager, die als tussenpersoon werkzaamheden verricht voor de aan scheepsbouwer…
Hoge Raad|8 september 2026|ECLI:NL:HR:2026:1427
voldoende grond voor een ontneming van de commissies als wederrechtelijk verkregen voordeel. Artikel 36e lid 3 Sr vereist niet dat de daar bedoelde strafbare feiten door dezelfde (rechts-)persoon zijn gepleegd
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.