167 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9964
onjuist zou zijn. De klacht in het cassatiemiddel voldoet mitsdien niet aan art. 407 lid 2 Rv.(3). 2.2 Overigens is het oordeel van de rechtbank juist
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|23 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD3980
uitgebracht voor de dienende dag. Bovendien is niet voldaan aan het door art. 92 lid 2 Rv gestelde vereiste, aangezien bij het uitbrengen van het exploit niet de voor dagvaarding voorgeschreven termijn
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|2 april 2001|ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1214
zaak aan zich houden om daarop in hoger beroep te beslissen [artikel 157a, lid 2 Rv]. 4.4.1 In de kantongerechtsprocedure heeft [appellant] slechts eenmaal [mondeling] geantwoord op de door [geïntimeerde] tegen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Maastricht · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Maastricht|9 mei 2001|ECLI:NL:RBMAA:2001:AD8202
begrepen onder de werking van artikel 591 Sv. De wetgever heeft bij artikel 591a lid 2 Rv. de vergoeding van de kosten van de raadsman geregeld, onder toepasselijkver-klaring
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|13 juli 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3673
dagen hoger beroep mogelijk is op de rechtbank.(3) Op grond van artikel 426 lid 2 Rv kan mitsdien van de beschikking van de rechtbank gedurende tien dagen cassatieberoep worden ingesteld
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep kort geding · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|3 april 2001|ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1197
gronden bevoegd verklaard om van het onderhavige geschil kennis te nemen. Ingevolge art. 1022 lid 2 Rv belet een overeenkomst tot arbitrage niet dat een partij zich wendt tot de president
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Amsterdam|22 november 2001|ECLI:NL:GHAMS:2001:AD7868
zaak zelf afdoen op de voet van art. 355 lid 2 Rv. 2.12 De schadevergoeding die KIN vordert, bestaat uit twee onderdelen, te weten het bedrag dat KIN aan CAP heeft voldaan
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 mei 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1698
achterwege indien de beide gedingen zijn gesplitst en daarin afzonderlijk is gevonnist (art. 253 lid 2 Rv.). 2.4 In het onderhavige geval heeft [eiser] in reconventie veroordeling van [verweerster] gevorderd tot betaling
- SocialezekerheidsrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Socialezekerheidsrecht
Parket bij de Hoge Raad|7 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD4937
zijn geschonden. Het middel voldoet daarom niet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv. Mogelijk heeft de steller van het middel voor ogen gehad dat de man sedert zijn huwelijksdatum
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD5363
dagen onredelijk bezwarend is. Deze klacht voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv. Conclusie Deze conclusie strekt tot verwerping. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|15 maart 2001|ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1186
welke partij bewijs wordt opgedragen en welke feiten deze partij moet bewijzen (art. 192 lid 2 Rv.). Als de rechtbank derhalve al niet bij interlocutoir vonnis van 17 april 1997 had dienen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Zutphen · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Zutphen|29 november 2001|ECLI:NL:RBZUT:2001:AD6907
aangenomen dat de geheimhoudingsplicht wordt versterkt door een verschoningsrecht als bedoeld in artikel 191 lid 2 Rv. en wel met betrekking tot alle gegevens die onder de geheimhoudingsplicht vallen. In dit geval
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 september 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3651
betrokkene H] en [betrokkene I], voldoet het niet aan de vereisten die art. 407 lid 2 Rv. aan een middel stelt, omdat het niet aangeeft om welke (onderdelen van de) getuigenverklaringen
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|2 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD3942
gesteld dat het, wat het bewijsthema betreft, nader wordt gespecificeerd. In gevolge art. 178 lid 2 Rv staat tegenbewijs immers vrij, tenzij de wet het uitsluit. Zie HR 9 januari
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD5364
2 bevatten geen klachten (die voldoen aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv.). 2.2 Onderdeel 3 behelst, als ik het goed zie, de klacht dat het Hof zou hebben miskend
- InsolventierechtEerste aanleg - meervoudigRechtbank 's-Gravenhage · Eerste aanleg - meervoudig · Insolventierecht
Rechtbank 's-Gravenhage|14 februari 2001|ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0481
weergegeven in rechtsoverweging 3.8; sluit op de voet van artikel 337 lid 2 Rv tussentijds hoger beroep van dit tussenvonnis uit; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2174
zijn voor het oordeel van de rechtbank, voldoet het onderdeel niet aan art. 407 lid 2 Rv. 2.28 De onderdelen 6.7 en 6.8 bevatten geen zelfstandige klachten. 2.29 Onderdeel 7 richt zich
- Personen- en familierechtKort gedingRechtbank Assen · Kort geding · Personen- en familierecht
Rechtbank Assen|6 maart 2001|ECLI:NL:RBASS:2001:AB0461
blijft aan dit vonnis te voldoen, dan wel uitvoerbaar bij lijfsdwang ex art. 587 lid 2 Rv., met veroordeling van de vrouw in de kosten van de procedure in conventie
- SocialezekerheidsrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Socialezekerheidsrecht
Parket bij de Hoge Raad|5 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3699
aard van de klachten en de hoofdregel van art. 422a (jo. 429 lid 2) Rv, verwijzing naar de rechtbank te Groningen voor. Mocht de rechtbank na verwijzing tot de conclusie komen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|14 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD4928
andere grondslagen heeft aangevoerd, voldoet het middel niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv., aangezien niet wordt aangegeven waar een en ander in de feitelijke instanties is gesteld
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.