377 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigKantonrechter legt, op vordering van werknemer, eiser, in voorlopige voorziening de werkgever een…
Rechtbank Rotterdam|22 oktober 2014|ECLI:NL:RBROT:2014:8766
december 2011 zijn gestuit en dat deze stuiting naar analogie van het in artikel 3:316 BW bepaalde terugwerkt tot een periode van 6 maanden liggend voor de 1ste … rechtbank verwerpt de stelling dat de stuiting naar analogie van het in artikel 3:316 BW bepaalde terugwerkt tot een periode van 6 maanden liggend voor de 1ste dag van de mediation
- Civiel recht overig611g lid 1 Rv., aanvang verjaringstermijn dwangsommen door moment van verbeurte. Verjaring niet geschorst…
Parket bij de Hoge Raad|29 juni 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW1260
sprake van een eis of andere daad van rechtsvervolging in de zin van art. 3:316 BW).(14) Overigens kunnen de processtukken van de dwangsomcrediteur eventueel wel als stuitingshandelingen … hoger beroep door de dwangsomdebiteur geen daad van rechtsvervolging in de zin van art. 3:316 BW oplevert die de verjaring stuit (art. 3:324 lid 2 BW was in die procedure
- MededingingsrechtCassatieEuropees mededingingsrecht. Lift- en roltrapkartel. Follow-on-vorderingen kartelschade, ingesteld door…
Hoge Raad|28 november 2025|ECLI:NL:HR:2025:1764Aangehaald in 5 uitspraken
overwogen. Voor de beoordeling van de verjaring zijn art. 3:310 BW en art. 3:316 BW uitgangspunt. De Kartelschaderichtlijn en de implementatie daarvan in art. 6:193s BW e.v. zijn temporeel
- Civiel recht overigBodemzaakKorte samenvatting: ICT. Ontwikkeling computerprogramma. Vordering tot vernietiging wegens dwaling verjaard…
Rechtbank Oost-Brabant|23 oktober 2013|ECLI:NL:RBOBR:2013:6246
aanmaning, indien deze binnen zes maanden wordt gevolgd door een stuitingshandeling als in artikel 3:316 BW omschreven. Niet alleen kan de hiervoor genoemde brief niet worden aangemerkt als een schriftelijke aanmaning … brief binnen zes maanden is gevolgd door een stuitingshandeling als bedoeld in artikel 3:316 BW. Van stuiting van de verjaringstermijn is derhalve geen sprake. 4.1.3. De slotsom van het voorgaande
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigBloemkwekerij vordert ontbinding en schade n.a.v. ondeugdelijke koelinstallatie. Gemengde overeenkomst van…
Rechtbank Rotterdam|19 februari 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:1101
Bloemkwekerij vordert ontbinding en schade n.a.v. ondeugdelijke koelinstallatie. Gemengde overeenkomst van koop en aanneming. Beroep op verjaring ex artikel 7:761 lid 1 BW. Eiser moet bewijzen dat zij de verjaring heeft gestuit.
- Strafrecht overigConclusie AG. Geen sprake van verjaring van de vordering van de benadeelde partij. Voor de verjaring is art…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2019|ECLI:NL:PHR:2019:764
niet door verjaring of door de dood van de aansprakelijke persoon is vervallen.” - art. 3:316 BW: “1. “1. De verjaring van een rechtsvordering wordt gestuit door het instellen
- Civiel recht overigBodemzaakVerzekeringsrecht. Schade na brand. Verzekeraar moet uitkeren. Geen schending medewerkingsplicht. Persoonlijk…
Rechtbank Oost-Brabant|28 september 2023|ECLI:NL:RBOBR:2023:4856
Klaverblad heeft laten betekenen, is de gecedeerde vordering daarmee op grond van artikel 3:316 BW rechtsgeldig en tijdig gestuit. 5.5. Dat de dagvaarding abusievelijk namens de zoon van [eiser] , [zoon eiser … procedure namens [eiser] is gestart en niet namens diens zoon. Daarnaast moet artikel 3:316 BW, en in het bijzonder de zinssnede “aan de zijde van de gerechtigde” in dat artikel, ruim
- VerbintenissenrechtBodemzaakHet gaat in deze procedure kort gezegd om de vraag wie eigenaar is van een bepaalde strook grond. Gedaagde…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|17 juli 2024|ECLI:NL:RBZWB:2024:5505
Het gaat in deze procedure kort gezegd om de vraag wie eigenaar is van een bepaalde strook grond. Gedaagde betwist niet dat de betreffende strook grond onderdeel uitmaakt van het kadastrale perceel van eiser, maar stelt dat hij eigenaar is geworden door verkrijgende danwel bevrijdende verjaring. Eiser betwist dat en…
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigInternationale zaak. Bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van een vordering die is…
Rechtbank Zutphen|1 augustus 2007|ECLI:NL:RBZUT:2007:BB5156
3: 50 BW als ten aanzien van artikel 3: 45 BW verjaard overeenkomstig artikel 3:316 BW. Het betreft immers geen verjaring ten aanzien van vorderingen met betrekking tot nakoming … zodat de brief van 22 december 2003 geen stuitingshandeling is als bedoeld in artikel 3:316 BW. Betwist wordt dat [vader] aan [gedaagde A] een bedrag van f 15.000,-- heeft geleend
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Vordering tot schadevergoeding in verband met toepassing…
Parket bij de Hoge Raad|12 oktober 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BX5638
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Vordering tot schadevergoeding in verband met toepassing strafvorderlijke dwangmiddelen en strafvervolging. Beroep op verjaring; art. 3:310 lid 1 BW.
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigMiskenning gezag van gewijsde van oordeel over verjaring van rechtsvordering. Tal van cessies. Miskenning…
Rechtbank Rotterdam|17 augustus 2022|ECLI:NL:RBROT:2022:7073
heeft gestuit. 16. [eiser] doet een beroep op stuiting in de zin van artikel 3:316 BW. 17. Naar het hof begrijpt beroept [eiser] zich in 70 tot en met 75 memorie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVerzekeringsrecht. Hagelschade in 2010. Coulancehalve vergoeding. Verjaring, art. 3:316 lid 2 BW. Afhandeling…
Rechtbank Gelderland|17 maart 2021|ECLI:NL:RBGEL:2021:1234
eisers] c.s. Bovendien beoogt artikel 7:942 BW niet af te wijken van artikel 3:316 BW. Op grond van lid 2 van laatst vermeld artikel wordt de verjaring ook gestuit indien … waarop de hagelschade is afgewikkeld. Wat betreft het beroep van [eisers] c.s. op artikel 3:316 BW miskent [eisers] c.s. dat de eis in de vrijwaringsprocedure een andere
- Burgerlijk procesrechtPersonenvennootschapsrecht. Procesrecht. Overgebleven maten veroordeeld tot betaling van…
Parket bij de Hoge Raad|23 mei 2025|ECLI:NL:PHR:2025:588
Personenvennootschapsrecht. Procesrecht. Overgebleven maten veroordeeld tot betaling van uittredingsvergoeding aan uitgetreden maat. Vraag of onbetaald gebleven gedeelte van de toegewezen uittredingsvergoedingsvordering kan worden verhaald op het afgescheiden maatschapsvermogen. Art. 3:192 BW. Grenzen rechtsstrijd.…
- Civiel recht overigHoger beroepVervolg op prejudiciële beslissing van de HR van 9 oktober 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3018)…
Gerechtshof Amsterdam|14 juni 2016|ECLI:NL:GHAMS:2016:2291Aangehaald in 7 uitspraken
Hoge Raad gesteld: 1. strekt de stuitende werking op de voet van art. 3:316 BW van een collectieve vordering in de zin van art. 3:305a BW zich
- Civiel recht overigHoger beroepAlgemene voorwaarden (CBW) onredelijk bezwarend, ambtshalve toetsing.
Gerechtshof Den Haag|6 mei 2014|ECLI:NL:GHDHA:2014:1487
aangevangen verjaringstermijn van twee jaar heeft geen stuitingshandeling in de zin van artikel 3:316 BW plaatsgevonden. Brugman heeft deze grief bestreden. Naar het hof begrijpt stelt Brugman zich op het standpunt
- VerbintenissenrechtHoger beroepVordering advocaat tot betaling van zijn werkzaamheden. Aanvang verjaringstermijn ingevolge artikel 3:307 lid…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|10 november 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:4497
vordering niet is verjaard. In dat geval is de verjaring op grond van artikel 3:316 BW gestuit door de dagvaarding op 4 december 2013. 3.5. Het hof overweegt als volgt
- Civiel recht overigHoger beroepVerjaring en stuiting. Appellant had een hypothecaire geldlening en er ontstond achterstand in de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|20 augustus 2024|ECLI:NL:GHARL:2024:5300
geoordeeld dat het executoriaal beslag een daad van rechtsvervolging is als bedoeld in artikel 3:316 BW en dat daarmee de verjaringstermijn is gestuit (rov. 4.13-14). Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld
- Civiel recht overigHoger beroepOpenbare betekening, terwijl gedaagde stond ingeschreven in GBA. Onvoldoende onderzoeksinspanning. Verstek…
Gerechtshof Den Haag|6 oktober 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:1919
niet als stuitingshandeling. Hieruit volgt dat de daad van rechtsvervolging als bedoeld in artikel 3:316 BW niet in de vereiste vorm is geschied. Het (primair gedane) beroep van [appellant] op verjaring
- Burgerlijk procesrechtHoger beroepVordering tot vergoeding van schade ten gevolge van een strafbaar feit. Beroep op verjaring gehonoreerd…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|6 september 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:4033
Vordering tot vergoeding van schade ten gevolge van een strafbaar feit. Beroep op verjaring gehonoreerd. Artikelen 310 lid 1 en lid 4 en 316 lid 1 en lid 4 Boek 3 BW.
- Civiel recht overigBodemzaakeffectenlease – waiverzaak – vernietiging door eega – verjaring vernietigingsbevoegdheid – stuitende werking…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|29 april 2015|ECLI:NL:RBZWB:2015:2915
volgende prejudiciële vragen heeft gesteld: - Strekt de stuitende werking op de voet van art. 3:316 BW van een collectieve vordering in de zin van art. 3:305a BW zich
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.