736 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie AG. Art. 69 AWR. Opzettelijk niet doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte…
Parket bij de Hoge Raad|13 januari 2026|ECLI:NL:PHR:2026:76
Conclusie AG. Art. 69 AWR. Opzettelijk niet doen van een bij de
- Strafrecht overigHoger beroepInkeerregeling, artikel 69 lid 3 AWR; toerekening opzet van directeur enig aandeelhouder aan de…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|11 oktober 2011|ECLI:NL:GHSHE:2011:BT7321
Inkeerregeling, artikel 69 lid 3 AWR; toerekening opzet van directeur enig aandeelhouder aan de rechtspersoon; feitelijk leiding geven aan opzettelijk onjuist doen van aangiften vennootschapsbelastingbelasting; artikel 69 lid 1 AWR; bij fiscale
- BelastingrechtArt. 5:1 Awb. Art. 67e AWR. Par. 2(6) BBBB. Deelnemersboete. Feitelijk leidinggeven. Medeplegen…
Parket bij de Hoge Raad|7 juli 2023|ECLI:NL:PHR:2023:661
Art. 5:1 Awb. Art. 67e AWR. Par. 2(6) BBBB. Deelnemersboete
- Belastingrechtartikel 30f, lid 3, AWR (tekst 2006), artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM, artikel 6:5, lid 1, onderdeel…
Parket bij de Hoge Raad|21 mei 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL4320
artikel 30f, lid 3, AWR (tekst 2006), artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM, artikel 6:5, lid 1, onderdeel c, Awb, gronden van het beroep in cassatie, artikel
- BelastingrechtCassatieArt. 16, lid 4, AWR. Verenigbaarheid met EG-recht van een navorderingsaanslag die wordt opgelegd met…
Hoge Raad|26 februari 2010|ECLI:NL:HR:2010:BJ9092Aangehaald in 150 uitspraken
tijdstip waarop de ten aanzien van binnenlandse tegoeden geldende vijfjaarstermijn van artikel 16, lid 3, AWR is verstreken. De rechtvaardiging die het Hof van Justitie aanwezig heeft geacht voor de aan toepassing … mede heeft gegrond op de stelling dat de Inspecteur de vijfjaarstermijn van artikel 16, lid 3, AWR verder heeft overschreden dan noodzakelijk was in de hierboven in 2.1 bedoelde zin. Het middel
- BelastingrechtHoger beroepArt. 25, lid 3, AWR, art 27e, lid 1, AWR, art. 67e AWR. Navorderingsaanslagen IB/PVV 2011 en 2012…
Gerechtshof Den Haag|7 september 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:1683
3, AWR, art 27e, lid 1, AWR, art. 67e AWR. Navorderingsaanslagen IB/PVV 2011 en 2012. Onverklaarde verschillen tussen gegevens uit het kassasysteem en in de aangiften vermelde bedragen leiden tot niet verantwoorde
- BelastingrechtHoger beroepArt. 25, lid 3, AWR en art. 27e, lid 1, AWR. Artikel 3.14, lid 4, Wet IB 2001. Niet doen van vereiste…
Gerechtshof Den Haag|19 januari 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:102
3, AWR en art. 27e, lid 1, AWR. Artikel 3.14, lid 4, Wet IB 2001. Niet doen van vereiste aangifte. Inkomsten uit (betrokkenheid bij) handel in verdovende middelen. Bewijs door middel
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigTwee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf van 100 uur voor belastingadviseur die…
Rechtbank Amsterdam|8 november 2017|ECLI:NL:RBAMS:2017:8805
omzetbelasting aangeven) heeft gepleegd. OM gedeeltelijk niet-ontvankelijk i.v.m. geslaagd beroep op art. 69 lid 3 AWR RECHTBANK AMSTERDAM VERKORT VONNIS Parketnummer: 13/993133-16 Datum uitspraak: 8 november 2017 Verkort vonnis
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigAls gevolg van de gewijzigde objectafbakening heeft verweerder nieuwe beschikkingen en daarop gebaseerde…
Rechtbank Midden-Nederland|10 mei 2022|ECLI:NL:RBMNE:2022:1946
juiste afgebakende nieuwe onroerende zaken. Verweerder is daartoe bevoegd op grond van artikel 11, lid 3, AWR. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: UTR 21/942 t/m UTR 21/947, UTR 21/948
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 25, lid 3, AWR en artikel 27e, lid 1, AWR. Verkoop van onroerende zaak door Holding aan kinderen van…
Gerechtshof Den Haag|7 maart 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:592
Artikel 25, lid 3, AWR en artikel 27e, lid 1, AWR. Verkoop van onroerende zaak door Holding aan kinderen van directeur-grootaandeelhouder tegen te lage prijs? Niet doen van de vereiste aangifte
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 25, lid 3, AWR en artikel 27e, lid 1, AWR. Verkoop van onroerende zaak door Holding aan kinderen van…
Gerechtshof Den Haag|7 maart 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:594
Artikel 25, lid 3, AWR en artikel 27e, lid 1, AWR. Verkoop van onroerende zaak door Holding aan kinderen van directeur-grootaandeelhouder tegen te lage prijs? Niet doen van de vereiste aangifte
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigArtikel 47, 49 en 52a AWR. Informatiebeschikkingen niet van rechtswege vervallen op grond van artikel 52a…
Rechtbank Gelderland|7 februari 2017|ECLI:NL:RBGEL:2017:610
AWR. Informatiebeschikkingen niet van rechtswege vervallen op grond van artikel 52a, lid 3, AWR. De informatiebeschikkingen worden (deels) vernietigd omdat verweerder zich ten aanzien van een aantal vragen niet in redelijkheid
- BelastingrechtCassatieArt. 16, lid 4 AWR. Verenigbaarheid met EG-recht van een navorderingsaanslag die wordt opgelegd met…
Hoge Raad|26 februari 2010|ECLI:NL:HR:2010:BJ9120Aangehaald in 75 uitspraken
tijdstip waarop de ten aanzien van binnenlandse tegoeden geldende vijfjaarstermijn van artikel 16, lid 3, AWR is verstreken. De rechtvaardiging die het Hof van Justitie aanwezig heeft geacht voor de aan toepassing … standpunt dat de Inspecteur de voor binnenlandse tegoeden geldende navorderingstermijn van artikel 16, lid 3, AWR heeft overschreden met een langere termijn dan noodzakelijk was. Het middel is gegrond. De uitspraak
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|16 december 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2576
inspecteur, 'die inzake rijksbelastingen bevoegd is' (art. 2, lid 3, onderdeel b, AWR). Art. 3 AWR, oorspronkelijke tekst, luidde: "Voor zover dit niet bij de belastingwet is geschied, bepaalt Onze Minister welke … geheven' (art. 1, leden 1 en 2, AWR). Daarbij zag de eerste zinsnede van art. 3 AWR op toenmalige relatieve competentie-regelingen in de heffingswetten. 5.3.Blijkens de aangehaalde bepalingen veronderstelt de AWR
- Strafrecht overigConclusie AG. Herzieningzaak. Aangevoerd wordt dat nieuw verkregen stukken tot geen andere conclusie kunnen…
Parket bij de Hoge Raad|20 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:428
beroep toekomt op de vervolgingsuitsluitingsgrond als bedoeld in art. 69 lid 3 AWR, en dat gelet op de nieuwe gegevens het ernstige vermoeden ontstaat dat indien één en ander bekend zou zijn
- Belastingrecht(i) Moeder met HIR-vrijval richt dochter op die (i) meteen gevoegd wordt, (ii) een even groot verlies op…
Parket bij de Hoge Raad|10 september 2014|ECLI:NL:PHR:2014:1797
(i) Moeder met HIR-vrijval richt dochter op die (i) meteen gevoegd wordt, (ii) een even groot verlies op optiecontracten organiseert en (iii) op basis van een put-optie meteen daarna weer ontvoegd wordt, commercieel met medeneming van het verlies. Is het verlies een resultaat uit (belanghebbendes) onderneming?…
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|22 april 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2420
voor 1990: art. 10, leden 1 en 6 Uitvoeringsbeschikking AWR 1964 j° art. 6, lid 3 AWR ). 2.2.9. Een (al dan niet op aanvraag) uitgereikt aangiftebiljet moet binnen de door de inspecteur … echter voor, dat het Hof hier met 'wettelijke bepalingen' slechts doelt op art. 11, lid 3 AWR. In r.o. 5.1.3. lijkt het Hof namelijk te erkennen, dat de belanghebbende in beginsel recht
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigAb-winst belast in jaar dat obligatoire overeenkomst perfect wordt; geen definitieve aanslag opgelegd…
Rechtbank Arnhem|26 februari 2008|ECLI:NL:RBARN:2008:BC6453
jaar dat obligatoire overeenkomst perfect wordt; geen definitieve aanslag opgelegd; vijfjaarstermijn van artikel 16, lid 3, AWR verstreken; belastingplichtige te kwader trouw; voordeel in buitenland opgekomen; verlengde navorderingstermijn niet in strijd
- BelastingrechtA-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of de per aangetekende post aan het Poolse adres van…
Parket bij de Hoge Raad|28 september 2020|ECLI:NL:PHR:2020:857
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of de per aangetekende post aan het Poolse adres van belanghebbende verzonden aanslag geacht kan worden aldaar ordelijk bekend te zijn gemaakt. Overschrijding van de driejaarstermijn voor oplegging van een aanslag? Heeft belanghebbende zijn fiscale woonplaats in…
- BelastingrechtHoger beroepAan belanghebbende is o.a. een navorderingsaanslag IB/PVV 2005 opgelegd. In hoger beroep is het antwoord op…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|18 november 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:5159
ECLI:NL:HR:2014:930, is het volgende beslist: “3.3.2. Ingevolge artikel 11, lid 3, AWR vervalt de bevoegdheid tot het vaststellen van een aanslag (…) door verloop van drie jaren … vaststelling van de aanslag. Indien voor de toepassing van de in artikel 11, lid 3, AWR voorziene termijn onverkort zou worden vastgehouden aan de dagtekening van het aanslagbiljet, ook in gevallen waarin
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.