136 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepVerzoek toelating schuldsaneringsregeling. Schulden uit onderneming niet te goeder trouw ontstaan en…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|27 juli 2017|ECLI:NL:GHARL:2017:6485
bijzondere omstandigheden op grond waarvan het verzoek van [appellant] op grond van artikel 288 lid 3 Fw toch zou moeten worden toegewezen is niet gebleken. [appellant] heeft haar beroep hierop niet gemotiveerd
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigVerzoek faillietverklaring afgewezen. Vorderingsrecht aanvrager niet summierlijk gebleken.
Rechtbank Den Haag|10 oktober 2017|ECLI:NL:RBDHA:2017:11701
centrum van voornaamste belangen van [verweerder] in Nederland ligt. Ingevolge art. 6 lid 3 Fw is voor faillietverklaring onder meer vereist dat summierlijk blijkt van het vorderingsrecht van de aanvrager
- Civiel recht overigHoger beroepVerzoek tot homologatie van het tijdens de schuldsaneringsregeling aangeboden akkoord geweigerd.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|14 december 2017|ECLI:NL:GHARL:2017:11069
daarnaast ook op andere gronden en ook ambtshalve de homologatie kan weigeren (art. 153 lid 3 Fw). 3.5 Het hof oordeelt als volgt. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting
- InsolventierechtHoger beroepVerzoek dwangakkoord door rechtbank afgewezen, verzoek toepassing WSNP toegewezen. Verzoeker is door de…
Gerechtshof Den Haag|23 mei 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:2503
appellant] in zijn beroep ontvankelijk is. Daarover wordt het volgende overwogen. Ingevolge artikel 292 lid 3 Fw kan de schuldenaar tegen de uitspraak tot afwijzing van zijn verzoek tot toepassing
- Personen- en familierechtHoger beroepkinderalimentatie Bekrachtiging van de beschikking van de rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|4 mei 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:1940
rechter-commissaris het vrij te laten bedrag op de voet van art. 295 lid 3 Fw op een hoger bedrag heeft bepaald. Van dit laatste is geen sprake. Uit de brieven
- InsolventierechtHoger beroepToewijzing verzoek tot opheffing van op eigen aangifte uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig…
Gerechtshof Den Haag|23 mei 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:1445
vallen. Tot slot heeft [appellant] een beroep gedaan op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw. [appellant] heeft de oorzaken van zijn schulden, die in de zakelijke sfeer lagen, onder controle
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigArt. 288 lid 1, aanhef en onder c en b Fw; Afwijzing schuldsanering; schulden te kwader trouw (geldboetes) en…
Rechtbank Overijssel|24 april 2017|ECLI:NL:RBOVE:2017:3336
onder c Fw. is er voor toepassing van de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw, zo daar een beroep op zou zijn gedaan, geen plaats. De beslissing De rechtbank: Wijst
- InsolventierechtHoger beroepGeen nieuwe feiten en omstandigheden bekend geworden, die op het tijdstip van de indiening van het…
Gerechtshof Den Haag|23 mei 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:1446
gestaan aan toelating. Daarnaast doet [appellante] een beroep op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw. 3. De bewindvoerder heeft het volgende verklaard. Uit de door [appellante] overgelegde voorintake-rapportage
- Civiel recht overigHoger beroepEen tijdens de schuldsaneringsregeling uitgesproken strafrechtelijke veroordeling van de bestuurder van een…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|14 augustus 2017|ECLI:NL:GHARL:2017:6987
deze feiten en omstandigheden op grond van de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 288 lid 3 Fw zou hebben toegelaten, omdat hij de onderneming reeds in augustus 2011 had verlaten, niets wist
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigFaillissement, aanhoudingsverzoek van verweerder teneinde de mogelijkheid te krijgen een minnelijk traject te…
Rechtbank Rotterdam|11 juli 2017|ECLI:NL:RBROT:2017:5455
Daartoe heeft verzoekster – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd: verweerder heeft niet binnen de in artikel 3 Fw genoemde termijn van veertien dagen een verzoek als bedoeld in artikel 284 Fw ingediend. Daarnaast
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigVerzoek WSNP. Afgewezen o.g.v. 288 lid 1 onder b Fw. Ontstaan schulden dusdanig onduidelijk dat verzoeker…
Rechtbank Overijssel|3 april 2017|ECLI:NL:RBOVE:2017:3377
artikel 288 lid 1 onder b Fw. Omstandigheden als bedoeld in artikel 288 lid 3 Fw. zijn evenmin aannemelijk geworden, zodat het verzoek ook op deze grond niet kan worden toegewezen
- Civiel recht overigHoger beroepArt. 242 lid 1 sub 1, 3 en 4 Fw van toepassing. In hoger beroep alsnog intrekking voorlopige surseance van…
Gerechtshof Amsterdam|19 april 2017|ECLI:NL:GHAMS:2017:1326
niet heeft gevraagd. Hiermee is voldaan aan de intrekkingsgrond van artikel 242 lid 1 sub 3 Fw. 5.8. Citicorp betoogt met grief 4 dat PTIF in Brazilië actief stappen heeft ondernomen
- Civiel recht overigHoger beroepOnvoldoende aanleiding toepassing te geven aan de hardheidsclausule en daarmee voorbij te gaan aan de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|20 maart 2017|ECLI:NL:GHARL:2017:2289
problematiek zich niet zal herhalen, omdat de oorzaak daarvan is weggenomen. Art. 288 lid 3 Fw behelst een discretionaire bevoegdheid. 3.7 De door [appellant] in dit verband aangevoerde omstandigheden, te weten
- Civiel recht overigHoger beroepVerzoek toelating schuldsaneringsregeling. Hypotheekschuld niet te goeder trouw ontstaan. Onvoldoende sprake…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|9 oktober 2017|ECLI:NL:GHARL:2017:8746
geworden dat het verzoek op grond van de hardheidclausule als bedoeld in artikel 288 lid 3 Fw kan worden toegewezen. 3.5 [appellant] voert in hoger beroep – kort samengevat – aan dat de rechtbank
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigVerzoek WSNP. Art. 288 lid 1 onder b Fw. Schuldenlijst is niet compleet. Onduidelijkheid over de schulden die…
Rechtbank Overijssel|10 juli 2017|ECLI:NL:RBOVE:2017:3339
artikel 288 lid 1 onder b Fw. Omstandigheden als bedoeld in artikel 288 lid 3 Fw. zijn thans niet aannemelijk geworden, zodat het verzoek ook op deze grond niet kan worden toegewezen
- InsolventierechtHoger beroepBekrachtiging weigering toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 288 lid 1 aanhef en sub b nu…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|19 oktober 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:4566
Voor zover [appellant] een beroep heeft willen doen op de hardheidsclausule ex artikel 288 lid 3 Fw is het hof daarbij van oordeel dat een dergelijk verzoek
- Civiel recht overigHoger beroepWijzing kinderalimentatie. Geen primaat alimentatierechter boven rechter-commissaris in schuldsanering…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|7 december 2017|ECLI:NL:GHARL:2017:10797
bijstandsniveau is gelegen, tenzij de rechter-commissaris op de voet van artikel 295 lid 3 Fw anders heeft bepaald, moet worden aangenomen dat een dergelijke saniet, behoudens bijzondere omstandigheden, niet over draagkracht
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigAfwijzing wsnp-verzoek, goede trouw onvoldoende aannemelijk gemaakt
Rechtbank Overijssel|27 maart 2017|ECLI:NL:RBOVE:2017:3453
aanhef en onder b Faillissementswet (Fw). Omstandigheden als bedoeld in artikel 288 lid 3 Fw. zijn evenmin aannemelijk geworden, zodat de verzoeken ook op deze grond niet kunnen worden toegewezen. De beslissing
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigfaillissement, verstekvonnis, vernietiging onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2015:1473.
Rechtbank Noord-Nederland|15 maart 2017|ECLI:NL:RBNNE:2017:1095
curator – zoals MTI ook zonder voorbehoud heeft aangeboden- op de voet van artikel 15 lid 3 Fw volledig ten laste van MTI moet worden gebracht. 3.6 Vervolgens dient de rechtbank het salaris
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigVerzoek WSNP afgewezen o.g.v. art. 288 lid 1, aanhef en onder b en c Fw. Te lichtvaardig handelen opstarten…
Rechtbank Overijssel|15 maart 2017|ECLI:NL:RBOVE:2017:3379
aanhef en onder b en c Faillissementswet (Fw.). Omstandigheden als bedoeld in artikel 288 lid 3 Fw. zijn evenmin aannemelijk geworden, zodat het verzoek ook op deze grond niet kan worden toegewezen
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.