139 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigGerechtshof 's-Hertogenbosch · Eerste aanleg - meervoudig · Belastingrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|25 april 2000|ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6085
structurele onderbezetting van de Belastingkamer van het Hof - is de redelijke termijn van artikel 6 EVRM overschreden. Het Hof vindt hierin aanleiding de verhoging van 100% te matigen tot 50%. De Inspecteur
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6336
verschillende dagen verstreken voordat de cassatiedagvaarding is uitgebracht. 8. Volledigheidshalve zij nog vermeld dat art. 6 EVRM, waarop de onder 7 genoemde brief doelt, niet meebrengt dat de rechter partijen de gelegenheid
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|5 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8827
eerste middel bevat de klacht dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM in de cassatiefase is overschreden, nu tussen het instellen van het cassatieberoep op 3 juni
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|11 januari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4243
redelijke termijn oplevert. Op een schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM door een vertraging van ruim drie jaar is - het belang van de gemeenschap bij normhandhaving
- Strafrecht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|12 december 2000|ECLI:NL:GHSHE:2000:AA8967
strafvervolging De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM, eerste lid, is overschreden en dat dit primair zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheidverklaring
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5730
behandeling van zijn strafzaak groot gewicht toe. Het gaat om een in art. 6 EVRM neergelegde waarborg voor een “fair trial”. Maar dat belang krijgt niet onder alle omstandigheden voorrang. Strafzaken moeten
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|14 november 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8297
middel wordt geklaagd over overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM, nu tussen het door verzoeker ingestelde cassatieberoep op 21 september 1998 en het inkomen der stukken
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9069
betoogd dat in casu een afwijzing van het verzoek in strijd zou zijn met art. 6 EVRM. Verdachte zou niet tijdig een schriftuur hebben kunnen indienen, omdat zijn raadsman hem ongeveer
- VreemdelingenrechtEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Rotterdam · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Rotterdam|12 september 2000|ECLI:NL:RBROT:2000:AA8662
eerlijkheid van de beroepsprocedure niet aangetast. Voorts valt op te merken dat ingevolge artikel 6 EVRM zekere beperkingen op de openbaarheid van de procedure zijn toegelaten. Voorzover de in artikel
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|5 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8828
vraag betreffen of er sprake kan zijn van een fair trial als bedoeld in art. 6 EVRM - uitgaan van het vermoeden dat de verdachte van zijn in art. 6, eerste lid, EVRM
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5530
delay” sprake was. Behalve dat sprake is van undue delay in de zin van art. 6 EVRM, liggen in de overwegingen nog twee oordelen besloten. Ten eerste - zoals gezegd - dat, bij afweging
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4938
klacht dat het oordeel van het hof in strijd is met het in art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een “fair trial”. 2.19 Deze klacht dient te falen, nu het middel niet
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Amsterdam · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Amsterdam|6 september 2000|ECLI:NL:RBAMS:2000:AA7003
feite om een verkapte "Pluk ze"-procedure tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel gaat. Artikel 6 EVRM is niet van toepassing op de belastingprocedure (behoudens met betrekking tot de boete), maar
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Arnhem · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem|22 augustus 2000|ECLI:NL:GHARN:2000:AA7855
sche beoogde toets van het bewijsmateriaal aan het beginsel van equality of arms van artikel 6 EVRM. 4.5 Ook moet ervan worden uitgegaan dat de T-kruising van de Wilhelmina-laan - waarover
- OmgevingsrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Omgevingsrecht
Parket bij de Hoge Raad|25 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8259
onteigeningsrechter naar het tijdstip van zijn uitspraak in strijd. Weliswaar brengt het bepaalde in artikel 6 EVRM mee dat, voorzover door dit stelsel wordt tekortgedaan aan de in dat verdragsartikel bedoelde waarborgen
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|14 december 2000|ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9122
geschonden dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak als bedoeld in art. 6 EVRM geen sprake is geweest. 4.6.2. Het hof is op grond daarvan voorshands van oordeel
- SocialezekerheidsrechtBodemzaakRechtbank Haarlem · Bodemzaak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Haarlem|27 april 2000|ECLI:NL:RBHAA:2000:AA6709
aldus A, tot de “merits of the matter” die door haar op grond van artikel 6 EVRM aan de rechter moeten kunnen worden voorgelegd, zodat deze zowel feitelijk als rechtens volledig kunnen
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|17 november 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8360
geeft de gezinsvoogdij-instelling enkel de vrijheid invulling te geven aan de omgangsregeling. Art. 6 EVRM wordt niet geschonden aangezien de moeder zich zo nodig opnieuw tot de rechter kan wenden
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|5 september 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6992
uitlevering zou worden blootgesteld aan zodanig risico van flagrante inbreuk op enig hem ingevolge art. 6 EVRM toekomend recht dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|23 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6297
jaar na diens laatste brief is gegeven en dat [verzoeker] daardoor, in strijd met art. 6 EVRM en de regels van een behoorlijke procesorde, niet (voldoende) gelegenheid heeft gehad te reageren
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.