Zoekresultaten

Voor “"2:248 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

1.086 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW: wettelijke rente over het tekort van de boedel

    Rechtbank Rotterdam20 januari 2010ECLI:NL:RBROT:2010:BL7424Aangehaald in 8 uitspraken

    Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW: wettelijke rente over het tekort van de boedel RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 248382 / HA ZA 05-2985 Uitspraak: 20 januari 2010 VONNIS … betaling een overschot in het faillissement kunnen resteren. Hiervoor is de regeling van artikel 2:248 BW niet bedoeld. Voor zover de rente gevorderd wordt als schadevergoeding voor mogelijke vertragingsschade

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement (artikel 2:248 BW) en op grond van onrechtmatige daad (artikel…

    Gerechtshof Amsterdam14 april 2026ECLI:NL:GHAMS:2026:1031

    Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement (artikel 2:248 BW) en op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Doorstart van modeketens uit eerder faillissement, waarbij activa van passiva gescheiden worden gehouden. Opvolgend faillissement … BW en ten aanzien van [appellant 1] in ieder geval het bepaalde in artikel 2:248 BW (zie ook hierna onder 6.21). Doorstart en structuur; bijzondere zorgplicht 6.4. [appellanten] , althans MFG, hebben

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    statutaire bestuurder wordt op grond van artikel 2:248 BW aanprakelijk gehouden voor het gehele boedeltekort…

    Rechtbank Rotterdam15 juli 2009ECLI:NL:RBROT:2009:BJ3358

    statutaire bestuurder wordt op grond van artikel 2:248 BW aanprakelijk gehouden voor het gehele boedeltekort vanwege ondeugdelijke financiering van de vennootschap. Rechtbank Rotterdam Sector Civiel Recht Uitspraak: 15 juli 2009 Zaaknummer … hetgeen hierna wordt overwogen. Juridische duiding 5.20. In de dagvaarding is primair artikel 2:248 BW aan de vordering ten grondslag gelegd en subsidiair artikel 2:9 BW. Meer subsidiair wordt artikel

  • OndernemingsrechtHoger beroep
    Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. Omvang administratieplicht. Is sprake van kennelijk…

    Gerechtshof Den Haag7 november 2023ECLI:NL:GHDHA:2023:2178

    taak als bestuurder kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld als bedoeld in artikel 2:248 BW, 2. aannemelijk is dat deze kennelijk onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement van TSE is geweest … door de rechtbank van de vorderingen van de curator uit hoofde van de artikelen 2:248 BW en 2:9 BW. 5.3 [geïntimeerden] concluderen in het principaal hoger beroep tot bekrachtiging

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW; kennelijk onbehoorlijk bestuur van bestuurders…

    Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden22 juni 2021ECLI:NL:GHARL:2021:6157

    Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW; kennelijk onbehoorlijk bestuur van bestuurders van gefailleerde transportonderneming; geen gronden voor disculpatie; beroep op matiging kan aan de orde komen in de schadestaatprocedure. GERECHTSHOF … curator heeft de bestuurders aansprakelijk gesteld voor het boedeltekort op grond van artikel 2:248 BW. Bij de grondslag voor die vordering kan een driedeling worden gemaakt. De curator betoogt ten eerste

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Onbehoorlijk bestuur. Art. 2:248 BW. Vordering afgewezen. Art. 2:9 BW onbehoorlijke taakvervulling. De…

    Rechtbank Arnhem21 december 2011ECLI:NL:RBARN:2011:BV2131

    Onbehoorlijk bestuur. Art. 2:248 BW. Vordering afgewezen. Art. 2:9 BW onbehoorlijke taakvervulling. De curator heeft ter comparitie verklaard dat hetgeen door gedaagden is aangevoerd over het opstalrecht en de kwijtschelding … gedaagde sub 2] hun taak als bestuurder van ACD onbehoorlijk hebben vervuld ex artikel 2:248 BW en te verklaren voor recht dat zij aansprakelijk zijn voor het bedrag van de schulden

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement, 2:248 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door…

    Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden16 september 2025ECLI:NL:GHARL:2025:5734

    Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement, 2:248 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door bestuurder(s) en feitelijk medebeleidsbepaler, belangrijke oorzaak van het faillissement. Niet voldaan aan administratieplicht (2:10 BW); gevolgen van verschillende rechtshandelingen niet … faillissement van de vennootschappen. Hij baseert die vordering (onder meer) op artikel 2:248 BW: kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door [bestuurder1] en [bestuurder2] , als bestuurder dan wel feitelijk (mede-) beleidsbepaler, die een belangrijke

  • Civiel recht overig
    Bestuurdersaansprakelijkheid. Faillissementsrecht. Valt de procedure tot faillietverklaring onder het bereik…

    Parket bij de Hoge Raad29 maart 1988ECLI:NL:PHR:1988:AD0329

    faillissement van een bestuurder worden uitgesproken op basis van een vordering ex art. 2:248 BW? AP Rekest nr. 7346 (Faillissement) Parket, 29 maart 1988 Mr. Mok Conclusie inzake: [verzoeker] tegen … zijde van mr. Van Nie (bij pleidooi) expliciet verwezen naar art. 2:248 BW. Volgens mr. Van Nie was er geen boekhouding van [A] BV over 1987, noch een balans

  • Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudig
    De primaire vordering van de curator is gbaseerd op artikel 2:248 BW: de hoofdelijke aansprakelijkheid van de…

    Rechtbank Arnhem18 april 2007ECLI:NL:RBARN:2007:BA5588

    primaire vordering van de curator is gbaseerd op artikel 2:248 BW: de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders jegens de boedel voor het tekort op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur en aannemelijkheid … beoordeling 4.1. De primaire vordering van de curator is gebaseerd op artikel 2: 248 BW: de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders jegens de boedel voor het tekort op grond van kennelijk onbehoorlijk

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    In conventie: bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW i.v.m. gebreken in de administratie…

    Rechtbank Rotterdam6 januari 2010ECLI:NL:RBROT:2010:BL4315

    conventie: bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW i.v.m. gebreken in de administratie (waaronder niet bijgehouden grootboekrekeningen) en op grond van artikel 6:162 BW i.v.m. gestelde onttrekkingen door de bestuurders … curator stelt [gedaagden] aansprakelijk voor het tekort in het faillissement op grond van artikel 2:248 BW (kennelijk onbehoorlijk bestuur). Zij legt aan deze vordering ten grondslag dat [bedrijf 1] niet heeft

  • OndernemingsrechtEerste aanleg - enkelvoudig
    Bestuurdersaansprakelijkheid. Geen schending administratieplicht artikel 2:10 BW. Geen kennelijk onbehoorlijk…

    Rechtbank Midden-Nederland2 augustus 2019ECLI:NL:RBMNE:2019:3529

    schending administratieplicht artikel 2:10 BW. Geen kennelijk onbehoorlijk bestuur als bedoeld in artikel 2:248 BW door overname onderneming. Niet gebleken dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers zijn geschaad. VONNIS … omdat zij hun taak als bestuur kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld als bedoeld in artikel 2:248 BW. Voor aansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW moet worden vastgesteld of het bestuur

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. De vennootschap bloedt leeg als gevolg van ruzie tussen de…

    Rechtbank Rotterdam24 maart 2010ECLI:NL:RBROT:2010:BM0306

    Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. De vennootschap bloedt leeg als gevolg van ruzie tussen de bestuurders: kennelijk onbehoorlijk bestuur. Het staat de curator in beginsel vrij om te schikken … verschillende wetsartikelen leiden tot aansprakelijkheid van [gedaagden] De curator beroept zich hierbij op artikel 2:248 BW (kennelijk onbehoorlijke bestuur waarvan aannemelijk is dat deze heeft geleid tot het faillissement), artikel 2

  • InsolventierechtHoger beroep
    Art. 18 Fw (hoger beroep bevel opheffing)/Criterium van art. 18 Fw/Bewijsvermoeden ex 2:248 BW leidt niet tot…

    Gerechtshof 's-Hertogenbosch23 mei 2019ECLI:NL:GHSHE:2019:1902

    hoger beroep bevel opheffing)/Criterium van art. 18 Fw/Bewijsvermoeden ex 2:248 BW leidt niet tot enige actie van de (voormalige en huidige) curator. Schuldeisers komen daartegen in het verweer. Patstelling tussen … oorzaak van het faillissement aan te wijzen in verband met het bewijsvermoeden ex art. 2:248 BW. [belanghebbende] heeft de vragen van de curator gedurende drie jaar onbeantwoord gelaten. Ook is onduidelijk

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Bestuurdersaansprakelijkheid. Tussentijds appel. Niet is komen vast te staan dat kennelijke onbehoorlijke…

    Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden29 december 2015ECLI:NL:GHARL:2015:9949

    belangrijke oorzaak is van de faillissementen als bedoeld in artikel 2:248 BW en/of jegens [vennootschap 1] , [vennootschap 2] en [vennootschap 3] toerekenbaar is tekort geschoten in de behoorlijke vervulling … wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur als belangrijke oorzaak van de faillissementen zoals bedoeld in artikel 2:248 BW. Ook de aard van de geldvordering (vergoeding van het tekort in de faillissementen) past

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW. Onderscheid tussen de bestuurder en de mede op…

    Gerechtshof 's-Hertogenbosch31 december 2019ECLI:NL:GHSHE:2019:4711

    Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW. Onderscheid tussen de bestuurder en de mede op grond van artikel 2:11 BW aansprakelijke personen. De aangesproken indirecte bestuurder kan, ook nu twee … Holding 1] ) en [appellant 1] (via [de Holding 2] ) grondt de curator op art. 2:248 BW jo art. 2:11 BW. 3.6.2. [appellant 1] heeft aldus twee hoedanigheden

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Onrechtmatige overheveling van onderneming vóór faillissement? Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van…

    Gerechtshof Den Haag12 november 2019ECLI:NL:GHDHA:2019:3299

    Onrechtmatige overheveling van onderneming vóór faillissement? Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW, 2:9 BW en/of 6:162 BW. Schending deponeringsplicht. Geen onbelangrijk verzuim. Van buiten komende oorzaak … verklaart dat [de holding] en [A] hoofdelijk aansprakelijk zijn primair op grond van artikel 2:248 BW (jo artikel 2:11 BW) en subsidiair op grond van artikel 2:9 BW

  • OndernemingsrechtEerste aanleg - enkelvoudig
    In deze schadestaatprocedure gaat het om de vaststelling van de hoogte van de betalingsverplichting waartoe…

    Rechtbank Rotterdam30 april 2025ECLI:NL:RBROT:2025:5581

    bestuurder in het faillissement van de vennootschap is veroordeeld op grond van artikel 2:248 BW. Geen grond voor matiging als bedoeld in artikel 2:248 lid 4 BW. vonnis RECHTBANK ROTTERDAM … taak als feitelijk bestuurder van [bedrijf] kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld als bedoeld in artikel 2:248 BW en is [gedaagde] veroordeeld tot betaling aan de curator van het boedeltekort in het faillissement

  • Civiel recht overigHoger beroep
    bestuurdersaansprakelijkheid; aanvragen van faillissement van BV door enig bestuurder en persisteren bij die…

    Gerechtshof 's-Hertogenbosch19 september 2017ECLI:NL:GHSHE:2017:4030

    aanvraag is in deze omstandigheden kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:248 BW GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.175.063/01 arrest van 19 september … gesteld voor de door [B.V.] geleden schade op grond van artikelen 2:9 respectievelijk 2:248 BW en subsidiair artikel 6:162 BW. 3.2.1. De curator heeft [appellant] in rechte betrokken

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Hoger beroep tegen afwijzing faillietverklaring van ontbonden vennootschap. Anders dan rechtbank heeft…

    Gerechtshof Amsterdam28 juli 2026ECLI:NL:GHAMS:2026:2168

    sluiten dat een curator een mogelijke (kansrijke) vordering op grond van artikel 2:248 BW jegens de bestuurder zal kunnen instellen aangezien de vennootschap sinds haar oprichting in 2018 in het geheel … uitgelegd gezien de geldende jurisprudentie. Een potentiële vordering op grond van artikel 2:248 BW vormt een bate en aan de stelplicht van Carelease worden in dit verband geen hoge eisen gesteld

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Bestuurdersaansprakelijkheid. Tussenvonnis. Voor eindvonnis zie ECLI:NL:RBALM:2008:24.

    Rechtbank Almelo19 november 2008ECLI:NL:RBALM:2008:24

    verklaren voor recht dat [gedaagde] zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld (ex artikel 2:248 BW) en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement van CFT, zodat [gedaagde … vaststaande feiten, onder meer het volgende. 2.2.1 Primaire grondslag: op grond van artikel 2:248 BW kan de curator het bestuur/de bestuurder aanspreken voor het tekort in de failliete boedel indien

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.