252 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|20 april 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1202
Rolnr. C99/173HR mr Spier Zitting d.d. 8 december 2000 Conclusie inzake Akzo Nobel Chemicals B.V. (hierna: Akzo) tegen De Staat der Nederlanden (Ministerie van VROM) (hierna: de Staat) Edelhoogachtbaar College, Overzicht van de conclusie Deze conclusie is lang uitgevallen. Gezien de aard van de materie en de nogal…
- BestuursstrafrechtHoger beroepGerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden|12 december 2001|ECLI:NL:GHLEE:2001:AD9011
stelt de betrokkene dat in het onderhavige geval niet is voldaan aan het in artikel 6 EVRM aan een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld toekomende recht om onverwijld … gedraging als hiervoor in r.o. 3.1. weergegeven. Daarmee is voldaan aan de in art. 6 EVRM, derde lid, aanhef en onder a, vervatte rechtsregel dat een ieder tegen wie een vervolging
- Bestuursrecht overigEerste aanleg - meervoudigCollege van Beroep voor het bedrijfsleven · Eerste aanleg - meervoudig · Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven|21 februari 2001|ECLI:NL:CBB:2001:AB0304
College van Beroep voor het bedrijfsleven Nrs. AWB 98/519 t/m 98/525 21 februari 2001 5040 Uitspraak in de zaken van: A & B B.V., te C, appellante, gemachtigde: mr H.J. Bronkhorst, advocaat te 's-Gravenhage, tegen de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te 's-Gravenhage, verweerder, gemachtigde: mr B.C.…
- Bestuursrecht overigEerste aanleg - meervoudigCollege van Beroep voor het bedrijfsleven · Eerste aanleg - meervoudig · Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven|31 augustus 2001|ECLI:NL:CBB:2001:AD3486
schuld bij de besluitvorming te betrekken. Het productschap heeft evenmin gehandeld in strijd met artikel 6 EVRM. A is immers door het productschap vooralsnog slechts aangemerkt als marktdeelnemer B. Daarmee is niet … strijd gehandeld met de onschuldpresumptie van artikel 6 EVRM. Het productschap is van oordeel dat het onderhavige aanvangsproces-verbaal voldoet aan de criteria vermeld in artikel 1, lid 2, van Verordening
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|2 februari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AA9764Aangehaald in 10 uitspraken
alsnog grotendeels toegewezen. 3.2 Het middel betoogt dat in het licht van het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces de goede procesorde meebrengt, dat het Hof, nadat zich
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|6 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD8355
openbaar ministerie in zijn vervolging niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard omdat het in artikel 6 EVRM bedoelde recht van verweerder op een openbare behandeling van de onderhavi[g]e zaak binnen … meer dan twee jaren zijn verstreken, is de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM overschreden. Het middel klaagt er terecht over dat het andersluidende oordeel van het hof blijk geeft
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Gravenhage|29 maart 2001|ECLI:NL:GHSGR:2001:AB1718
procesorde, gewekte verwachtingen tijdens overleg tussen raadslieden, rechter-commissaris en officier van justitie en artikel 6 EVRM meebrengen dat de Staat de Canadese autoriteiten op de hoogte stelt van de identiteit … aanwezigheid (en mede op vragen) van opsporingsambtenaren, in strijd is met de in artikel 6 EVRM (en met name in artikel 6, lid 3, onder d) gestelde eisen van fair trial
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2946
rechtsgevolg wegens het overschrijden van de redelijke termijn in de zin van art. 6 EVRM vergt immers nader onderzoek naar de aanvang van die termijn (die niet begint met de bestuursrechtelijke procedure … criminal charge sprake was). Nu noch het begrip redelijke termijn, noch art. 6 EVRM in het verweer wordt genoemd meen ik dat de rechtbank meergenoemd betoog van de raadsman niet behoefde
- Strafrecht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|29 november 2001|ECLI:NL:GHSHE:2001:AD9978
arms" betreft immers een zwaarwegend beginsel van een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM en in geval er op dat beginsel inbreuk wordt gemaakt, terwijl bovendien de verdediging door … onthouden met de burgergetuigen te worden geconfronteerd. De raadsman acht dat in strijd met artikel 6 EVRM. Het openbaar ministerie zou volgens de raadsman die situatie hebben gecreëerd door de vordering
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9764
Bespreking van het cassatiemiddel 2.1 Het middel verwijt het hof in strijd met art. 6 EVRM en de goede procesorde de regeling van art. 257 en/of 258 Rv. (schorsing van het geding … voortgang van de procedure kan hebben ten nadele van de wederpartij(10). 2.8 Art. 6 EVRM en de eisen van een goede procesorde brengen dus niet mee dat in een geval
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Assen · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Assen|23 oktober 2001|ECLI:NL:RBASS:2001:AD4747
rechtbank deze laatste eis, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval en artikel 6 EVRM, toch te moeten stellen. Toen de procedure in 1950 werd gehouden was het EVRM nog niet … behoort te hebben op een nieuwe procedure waarin hij alsnog van zijn verdedigingsrechten uit artikel 6 EVRM gebruik kan maken. De behandeling van het verzet kan worden aangemerkt als zo’n nieuwe
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 januari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9366
beschouwd, niet worden gesteld dat deze niet meer als redelijk in de zin van art. 6 EVRM valt aan te merken. Reeds hierom faalt het middel en kan het buiten verdere bespreking … Gerechtshof het OM in de vervolging ontvankelijk verklaard. In het bijzonder is geschonden artikel 6 EVRM waarin is opgenomen dat een zaak ter terechtzitting dient te komen binnen een redelijke termijn. TOELICHTING
- Strafrecht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|20 februari 2001|ECLI:NL:GHSHE:2001:AB0493
openbaar ministerie in zijn strafvervolging niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard omdat het in artikel 6 EVRM bedoelde recht van verdachte op een openbare behandeling van de strafzaak binnen een redelijke termijn … recht op een openbare behandeling binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM in casu geschonden, in het bijzonder wat betreft de periode gelegen tussen de datum waarop door
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Utrecht · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Utrecht|26 juni 2001|ECLI:NL:RBUTR:2001:AB2316
jaar en 6 maanden verstreken, hetgeen leidt tot schending van de redelijke termijn ex. art. 6 EVRM, waarvan de sanctie geen andere kan zijn dan niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie … leggen straf voorts rekening met de omstandigheid dat sprake is van schending van artikel 6 EVRM wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals hierboven onder 2. is weergegeven. Op grond
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank 's-Hertogenbosch · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank 's-Hertogenbosch|20 maart 2001|ECLI:NL:RBSHE:2001:AB0659
zijn strafvervolging van verdachte niet ontvankelijk behoort te worden verklaard, omdat het in artikel 6 EVRM bedoelde recht van verdachte op een openbare behandeling van de strafzaak binnen een redelijke termijn … aanleiding van het door de raadsman gevoerde verweer als volgt. Ingevolge het bepaalde in artikel 6 EVRM “heeft een ieder bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank 's-Hertogenbosch · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank 's-Hertogenbosch|20 maart 2001|ECLI:NL:RBSHE:2001:AB0658
zijn strafvervolging van verdachte niet ontvankelijk behoort te worden verklaard, omdat het in artikel 6 EVRM bedoelde recht van verdachte op een openbare behandeling van de strafzaak binnen een redelijke termijn … aanleiding van het door de raadsman gevoerde verweer als volgt. Ingevolge het bepaalde in artikel 6 EVRM “heeft een ieder bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank 's-Hertogenbosch · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank 's-Hertogenbosch|27 maart 2001|ECLI:NL:RBSHE:2001:AB0749
zijn strafvervolging van verdachte niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard, omdat het in artikel 6 EVRM bedoelde recht van verdachte op een openbare behandeling van de strafzaak binnen een redelijke termijn … aanleiding van het door de raadsman gevoerde verweer als volgt. Ingevolge het bepaalde in artikel 6 EVRM “heeft een ieder bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank 's-Hertogenbosch · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank 's-Hertogenbosch|27 maart 2001|ECLI:NL:RBSHE:2001:AB0748
zijn strafvervolging van verdachte niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard, omdat het in artikel 6 EVRM bedoelde recht van verdachte op een openbare behandeling van de strafzaak binnen een redelijke termijn … aanleiding van het door de raadsman gevoerde verweer als volgt. Ingevolge het bepaalde in artikel 6 EVRM “heeft een ieder bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging
- Strafrecht overigRaadkamerNu in de kennisgeving van niet verdere vervolging is aangegeven dat fiscale afdoening prevaleert en de…
Rechtbank 's-Hertogenbosch|21 december 2001|ECLI:NL:RBSHE:2001:AD7547
heeft gehad op de bestuurlijke boete-procedure. Hoewel op deze procedure weliswaar artikel 6 EVRM van toepassing is, gaat het daarbij niet om een strafrechtelijke, maar om een administratieve procedure. De 'zaak … hier niet aan af. Het gaat daarbij immers om de toepasselijkheid van de in artikel 6 EVRM neergelegde waarborgen, welke waarborgen derhalve doorwerken bij de oplegging van een bestuurlijke boete
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|9 januari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AA9370Aangehaald in 5 uitspraken
middel strekt ten betoge dat in de cassatiefase de in het eerste lid van art. 6 EVRM bedoelde redelijke termijn is overschreden en dat dit dient te leiden tot strafvermindering
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.