251 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigHoger beroepGerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof 's-Gravenhage|5 maart 2002|ECLI:NL:GHSGR:2002:AD9816
rolnummer 2200071599 parketnummer 0903143396 datum uitspraak 5 maart 2002 tegenspraak GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE meervoudige kamer voor strafzaken ARREST gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 8 december 1998 in de strafzaak tegen de verdachte: L., 1.…
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|25 juni 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE2639
wettelijke systeem. Niet uitgesloten is dat op grond van het bepaalde in art. 6 EVRM in uitzonderlijke gevallen anders moet worden geoordeeld (vgl. HR 23 oktober
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|18 juni 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE2759
overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in het eerste lid van art. 6 EVRM (vgl. HR 3 oktober 2000, NJ 2000, 721, rov. 3.19). Het middel is in zoverre gegrond
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE2761
verdediging introk. 7. In het middel wordt betoogd dat de art. 269 Sv en 6 EVRM zijn geschonden, nu het Hof niet op begrijpelijke en toereikende wijze de omstandigheden heeft genoemd
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9579
Mr Wortel Nr. 02157/99 Besch. en 02156/99 Besch.Conclusie inzake: [Betrokkene=verzoeker] Edelhoogachtbaar College, 1. Door zowel [betrokkene] (hierna te noemen: verzoeker) als door de officier van justitie is cassatie ingesteld tegen - een beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 23 juli 1999 waarbij een op grond…
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9580
Mr Wortel Nr. 02157/99 Besch. en 02156/99 Besch. Parket, 19 oktober 2000 Conclusie inzake: [Klager=verzoeker] Edelhoogachtbaar College, 1. Door zowel [klager] (hierna te noemen: verzoeker) als door de officier van justitie is cassatie ingesteld tegen - een beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 23 juli 1999…
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|25 juni 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE2742
openbaar ministerie in zijn strafvervolging niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard omdat het in artikel 6 EVRM bedoelde recht van verdachte op een openbare behandeling van de strafzaak binnen een redelijke termijn
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|16 april 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD9560
onder meer het volgende aangevoerd: "Het tijdsverloop overschrijdt de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM. [Verdachte] is op 18 november 1997 aangehouden. Hij is op 18 november 1997 in verzekering
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|22 oktober 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE7634
gewezen. Ook het totale verloop overziende acht het hof geen schending van de in artikel 6 EVRM bedoelde termijn aanwezig." 3.3. De stukken van het geding houden het volgende in: - De verdachte
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepCentrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep|27 november 2002|ECLI:NL:CRVB:2002:AF3219
hoger beroep heeft appelante herhaald haar stelling dat er sprake is van strijd met artikel 6 EVRM. Voorts heeft zij gesteld dat de in artikel 10, eerste lid, van het Besluit vervatte
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|20 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9249
thans aan de orde, zich niet verdraagt met de WBO, de WED, alsmede art. 6 EVRM, en een doorkruising oplevert van publiekrechtelijke regelgeving. De Geschillencommissie kan verzoeker in dat betoog niet volgen … hier, naar hiervoor is overwogen, gaat om een - niet als strafvervolging als bedoeld in artikel 6 EVRM aan te merken - sanctie met geen andere strekking dan een louter binnen de kring
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|19 november 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE9025
sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM.(...)" 3.3.1. Vooropgesteld moet worden dat de redelijkheid van de duur van behandeling van een strafzaak afhankelijk
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|11 juni 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE1487
ernstige overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in het eerste lid van art. 6 EVRM in verband met het toegepaste detentieregiem bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in de hoofdzaak
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|15 januari 2002|ECLI:NL:HR:2002:AD6238
maatregel tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet plaatsvinden, omdat het in artikel 6 EVRM bedoelde recht van een redelijke termijn zou zijn geschonden. Dit verweer is, zakelijk weergegeven, toegelicht
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|20 december 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE9249
Geschillen-commissie hebben de, naar haar oordeel niet als strafvervolging als bedoeld in art. 6 EVRM aan te merken, sancties geen andere strekking dan handhaving van een louter binnen de kring
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepCentrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep|25 oktober 2002|ECLI:NL:CRVB:2002:AF2022
gedateerde aanvraag voor bijzondere bijstand overgelegd. Ten aanzien van het beroep van appellante op artikel 6 EVRM is de Raad van oordeel dat dit beroep faalt. Volgens vaste rechtspraak van het Europese
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepCentrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep|6 november 2002|ECLI:NL:CRVB:2002:AF1655
terecht 11 april 2000 heeft aangemerkt als aanvangsdatum van de beroepstermijn. Van strijd met artikel 6 EVRM is naar het oordeel van de Raad geen sprake, nu appellant -anders dan het geval
- Bestuursrecht overigHoger beroepRaad van State · Hoger beroep · Bestuursrecht overig
Raad van State|1 mei 2002|ECLI:NL:RVS:2002:AE2061
Mens, dat dit verdrag toekent, overweegt de Afdeling dat, nog daargelaten dat artikel 6 EVRM slechts betrekking heeft op de nationale procedures van rechtsbescherming en niet ziet op procedures ingesteld
- BestuursstrafrechtHoger beroepGerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden|10 april 2002|ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3243
stellen van zekerheid en is die eis niet in strijd met het in art. 6 EVRM belichaamde recht op toegang tot de rechter. Derhalve komt aan de betrokkene geen beroep
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepCentrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep|18 oktober 2002|ECLI:NL:CRVB:2002:AF0895
1996/231, betrekking heeft. Tevens merkt de Raad hierbij nog op dat het bij artikel 6 EVRM moet gaan om de termijn van de gerechtelijke procedure. Het vorenstaande neemt echter niet
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.