699 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieSalduz-verweer. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR ECLI:NL:HR:2009:BH3079, NJ 2009/349. Het Hof…
Hoge Raad|10 december 2013|ECLI:NL:HR:2013:1752
raadplegen. Een actieve taak voor de politie dus. Dit is niet gebeurd. Schending artikel 6 EVRM -> vormverzuim 359a -> bewijsuitsluiting 10. De Hoge Raad (om te beginnen 30 juni 2009) leidt … rechtspraak van het EHRM af dat een aangehouden verdachte aan artikel 6 EVRM een aanspraak kan ontlenen op rechtsbijstand die inhoudt dat hem de gelegenheid wordt gegeven om voorafgaand aan het eerste
- Personen- en familierechtHoger beroepTe laat betaald griffierecht. Omstandigheid dat de zaak bij de rechtbank lang heeft stilgelegen brengt niet…
Gerechtshof Den Haag|24 juli 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:4121
vervolgens is de zaak steeds blijven liggen. Dit is in strijd met art. 6 EVRM. Er is sprake van onbehoorlijke rechtspraak. De man heeft recht om in hoger beroep te gaan … bedoelt aan te voeren dat de sanctie van niet-ontvankelijkheid in strijd is met artikel 6 EVRM overweegt het Hof als volgt. Dit artikel garandeert het recht op toegang tot de rechter
- Strafrecht overigOndervragingsrecht verdediging en gebruik voor bewijs van ambtsedig p-v. Art. 6.1 en 3 EVRM. In het licht van…
Parket bij de Hoge Raad|19 februari 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BZ1439
getuige die niet kon worden ondervraagd, niet zonder meer tot een schending van art. 6 EVRM, ook al is die verklaring "the sole or decisive evidence" tegen de verdachte. Van schending … 6 EVRM is in een dergelijk geval pas sprake, wanneer er onvoldoende maatregelen zijn getroffen ter compensatie van de onmogelijkheid de getuige ter terechtzitting te ondervragen. 11. Het Hof heeft geoordeeld
- Strafrecht overigBeklag. OM-cassatie. Art. 94a.2 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:BL2823 m.b.t. de aan te…
Parket bij de Hoge Raad|17 september 2013|ECLI:NL:PHR:2013:1683Aangehaald in 22 uitspraken
EVRM. In die zaak had het hof echter kennelijk expliciet verwezen naar art. 6 EVRM, terwijl in het onderhavige geval niet blijkt dat de klagers bij de rechtbank een beroep hebben gedaan … schending van art. 6 EVRM, en de rechtbank niet verwijst naar art. 6 EVRM, noch bijvoorbeeld overweegt dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn als gevolg van het gedurende vijf
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank gaat, in een zaak van ten tijde van het strafbare feit zes minderjarige verdachten, in tegen de…
Rechtbank Amsterdam|7 oktober 2013|ECLI:NL:RBAMS:2013:6632
zonder onredelijke vertraging’ van artikel 14 IVBPR en de norm ‘binnen redelijke termijn’ van artikel 6 EVRM vergelijkbaar zijn , volgt uit de genoemde kwalificatie door het Kinderrechtencomité logischerwijze tevens - zij het impliciet … onder iii van het IVRK strikter is dan de norm van artikel 6 EVRM ‘binnen redelijke termijn’. De uitlegging dat de specifiek voor minderjarigen geldende termijn van vervolging en berechting strikter
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank gaat, in een zaak van ten tijde van het strafbare feit zes minderjarige verdachten, in tegen de…
Rechtbank Amsterdam|7 oktober 2013|ECLI:NL:RBAMS:2013:6619
zonder onredelijke vertraging’ van artikel 14 IVBPR en de norm ‘binnen redelijke termijn’ van artikel 6 EVRM vergelijkbaar zijn , volgt uit de genoemde kwalificatie door het Kinderrechtencomité logischerwijze tevens - zij het impliciet … onder iii van het IVRK strikter is dan de norm van artikel 6 EVRM ‘binnen redelijke termijn’. De uitlegging dat de specifiek voor minderjarigen geldende termijn van vervolging en berechting strikter
- Strafrecht overigOndervragingsrecht. In ’s Hofs overwegingen ligt als zijn oordeel besloten dat de betrokkenheid van verdachte…
Parket bij de Hoge Raad|15 oktober 2013|ECLI:NL:PHR:2013:1765Aangehaald in 5 uitspraken
Ondervragingsrecht. In ’s Hofs overwegingen ligt als zijn oordeel besloten dat de betrokkenheid van verdachte bij de hem ten laste gelegde feiten in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen dan de verklaring van getuige X en dat dit steunbewijs betrekking heeft op die onderdelen van de hem belastende…
- BelastingrechtHoger beroepInkomsten uit hennepteelt. Samenloop belastingheffing – ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. Besluit…
Gerechtshof Amsterdam|30 mei 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:1820
ontnemingsvordering. 4.11. Voor zover eiser zich voor zijn betoog van ongeoorloofde samenloop beroept op artikel 6 EVRM, faalt het betoog reeds omdat belastingheffing niet onder genoemde bepaling valt. Van een dubbele strafvervolging
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOnder verwijzing naar de motivering in de vonnissen van de rechtbank van 7 oktober 2013, nummer…
Rechtbank Amsterdam|19 november 2013|ECLI:NL:RBAMS:2013:8587
zonder onredelijke vertraging’ van artikel 14 IVBPR en de norm ‘binnen redelijke termijn’ van artikel 6 EVRM vergelijkbaar zijn , volgt uit de genoemde kwalificatie door het Kinderrechtencomité logischerwijze tevens - zij het impliciet … onder iii van het IVRK strikter is dan de norm van artikel 6 EVRM ‘binnen redelijke termijn’. De uitlegging dat de specifiek voor minderjarigen geldende termijn van vervolging en berechting strikter
- Bestuursrecht overigEerste en enige aanlegRegeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten
College van Beroep voor het bedrijfsleven|31 mei 2013|ECLI:NL:CBB:2013:15
artikelen 16, 17 en 23 van richtlijn 96/23/EG. Verweerder heeft gehandeld in strijd met artikel 6 EVRM nu blijkens de verklaring van een ambtenaar van verweerder maar één van de zaken … Europese Hof voor de rechten van de mens (hierna: EHRM) wegens schending van artikel 6 EVRM. Bedoelde uitspraken hebben betrekking op de afwijzing door verweerder van door - onder andere - appellante gevraagde slachtpremie
- Bestuursrecht overigHoger beroepBij besluit van 11 januari 2012 heeft de raad een aanvraag van [appellant] om een toevoeging afgewezen.
Raad van State|20 februari 2013|ECLI:NL:RVS:2013:BZ1647Aangehaald in 6 uitspraken
evenwel niet te beschouwen als een ‘procedure’ waar het ‘fair trial-beginsel’ van artikel 6 EVRM op ziet. De bezwaarprocedure is een vorm van verlengde besluitvorming door het bestuursorgaan en geen proces … overstaan van een onafhankelijke rechter. Van schending van artikel 6 EVRM als door [appellant] bedoeld tijdens de bezwaarprocedure kan dan ook reeds hierom geen sprake zijn. Het betoog faalt. 6. Het hoger
- Strafrecht overigUnus testis, nullus testis. De HR herhaalt de toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:2010:BM2452 m.b.t. art…
Parket bij de Hoge Raad|20 augustus 2013|ECLI:NL:PHR:2013:1160
Unus testis, nullus testis. De HR herhaalt de toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:2010:BM2452 m.b.t. art. 342.2 Sv. Het Hof heeft gemotiveerd dat en waarom het van oordeel is dat voldoende steunbewijs voor de belastende verklaringen van X te vinden is in de overige getuigenverklaringen. I.c. kan, mede gelet op die…
- Civiel recht overigBelastingrecht. Caribische zaak. Raad van Beroep voor Belastingzaken verklaart zich onbevoegd in beroep…
Parket bij de Hoge Raad|4 oktober 2013|ECLI:NL:PHR:2013:976
middel, in ieder geval voor het door La Linda in deze civiele procedure op art. 6 EVRM gedane beroep. Het middel onderstreept ten slotte dat de argumenten van La Linda zijn ontleend … verwijzing naar vindplaatsen in de processtukken) mede het door La Linda gedane beroep op art. 6 EVRM ten grondslag legt, kan ik het niet volgen. La Linda heeft, in het bijzonder
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 13/00719. Belanghebbende heeft ondanks daartoe te…
Parket bij de Hoge Raad|28 november 2013|ECLI:NL:PHR:2013:1946
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 13/00719. Belanghebbende heeft ondanks daartoe te zijn uitgenodigd, niet vóór 1 april 2005 aangifte ib/pvv gedaan voor het jaar 2004. Op 12 mei 2007 is aan belanghebbende een ambtshalve vastgestelde aanslag in de ib/pvv opgelegd. Er volgt bezwaar, beroep, hoger…
- Strafrecht overigArt. 359a Sv. Het middel steunt op de opvatting dat indien sprake is van een aantal door de rechter…
Parket bij de Hoge Raad|26 maart 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BZ2218
verzuim niet alleen is getroffen in zijn privacy, maar ook in zijn door art. 6 EVRM beschermde strafprocessuele rechten. In HR 7 juli 2009, NJ 2009, 399, dat overigens geen betrekking … eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet zonder meer een inbreuk oplevert op de in art. 6 EVRM vervatte waarborg van een eerlijk proces (EHRM 12 mei 2000, nr. 35394/97 (Khan tegen Verenigd
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|14 mei 2013|ECLI:NL:PHR:2013:69
HR: 81.1 RO.
- Strafrecht overigHoger beroepRoberts M. is veroordeeld tot 19 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging ter zake van vele gevallen…
Gerechtshof Amsterdam|26 april 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885Aangehaald in 16 uitspraken
during the preliminary investigation”. Op grond daarvan kwam het EHRM tot het oordeel dat artikel 6 EVRM was geschonden. Het kenmerkende onderscheid tussen de situatie in de zaak Öner … raadsman te mogen consulteren, brengt niet mee dat alsnog moet worden geconcludeerd dat artikel 6 EVRM ten aanzien van de verdachte is geschonden. Voor wat betreft voormelde concept-Richtlijn van het Europees
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOnder verwijzing naar de motivering in de vonnissen van de rechtbank van 7 oktober 2013, nummer…
Rechtbank Amsterdam|19 november 2013|ECLI:NL:RBAMS:2013:8588
zonder onredelijke vertraging’ van artikel 14 IVBPR en de norm ‘binnen redelijke termijn’ van artikel 6 EVRM vergelijkbaar zijn , volgt uit de genoemde kwalificatie door het Kinderrechtencomité logischerwijze tevens - zij het impliciet … onder iii van het IVRK strikter is dan de norm van artikel 6 EVRM ‘binnen redelijke termijn’. De uitlegging dat de specifiek voor minderjarigen geldende termijn van vervolging en berechting strikter
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOnder verwijzing naar de motivering in de vonnissen van de rechtbank van 7 oktober 2013, nummer…
Rechtbank Amsterdam|19 november 2013|ECLI:NL:RBAMS:2013:8590
zonder onredelijke vertraging’ van artikel 14 IVBPR en de norm ‘binnen redelijke termijn’ van artikel 6 EVRM vergelijkbaar zijn , volgt uit de genoemde kwalificatie door het Kinderrechtencomité logischerwijze tevens - zij het impliciet … onder iii van het IVRK strikter is dan de norm van artikel 6 EVRM ‘binnen redelijke termijn’. De uitlegging dat de specifiek voor minderjarigen geldende termijn van vervolging en berechting strikter
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigMensensmokkel. Bij bepalen van de strafmaat wordt rekening gehouden met overschrijding van de redelijke termijn.
Rechtbank Oost-Nederland|19 maart 2013|ECLI:NL:RBONE:2013:BZ5631
stand van zaken is op basis van de voornoemde uitspraak van het EHRM artikel 6 EVRM geschonden en dienen de belastende verklaringen niet tot het bewijs te worden gebezigd. Omdat er geen … Daarvoor geldt ook het gevoerde verweer inzake de schending van artikel 6 EVRM op basis van de uitspraak van het EHRM in de zaak Vidgen tegen Nederland. In de tapgesprekken wordt gesproken
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.