9 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Burgerlijk procesrechtBodemzaakontvankelijkheid collectieve actie; vordering (3:302 BW) niet voldoende concreet beschreven en niet duidelijk…
Rechtbank Den Haag|19 april 2023|ECLI:NL:RBDHA:2023:5205
ontvankelijkheid collectieve actie; vordering (3:302 BW) niet voldoende concreet beschreven en niet duidelijk dat daarmee belangen worden beoogd te beschermen die eiseressen volgens dun statutaire doelstelling behartigen. vonnis RECHTBANK DEN HAAG … eisers een concreet belang bij die vordering hebben. Daarnaast moet zijn voldaan aan artikel 3:302 BW: de verklaring wordt slechts gegeven op vordering van een bij de rechtsverhouding onmiddellijk betrokken persoon
- Civiel recht overigBodemzaakEindvonnis: bewijs van eigendomsverkrijging door verkrijgende of bevrijdende verjaring geslaagd. Verklaring…
Rechtbank Noord-Holland|22 februari 2023|ECLI:NL:RBNHO:2023:939
ingeschakelde deskundige daarom niet voor vergoeding in aanmerking. in reconventie Verklaring van recht (artikel 3:302 BW) 2.10. Aangezien het verweer van [gedaagde/eiser1] c.s. slaagt, is de verklaring van recht … merkt de rechtbank op dat een verklaring van recht in de zin van artikel 3:302 BW uitsluitend werking heeft tussen partijen (en hun rechtsopvolgers onder algemene en bijzondere titel) en inschrijfbaar
- VerbintenissenrechtBodemzaakCentraal in deze zaak staat de vraag of het beding in het testament van erflater - dat als de zoon van…
Rechtbank Noord-Holland|13 december 2023|ECLI:NL:RBNHO:2023:13537
zijn zij niet langer onmiddellijk bij deze rechtsverhouding betrokken in de zin van artikel 3:302 BW. [eiser 1] en [eiser 2] moeten daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen jegens … niet-ontvankelijkheid van [eiser 1] en [eiser 2] in hun vordering. Artikel 3:302 BW bepaalt dat op vordering van een bij een rechtsverhouding onmiddellijk betrokken persoon de rechter omtrent die rechtsverhouding
- Burgerlijk procesrechtBodemzaakDe hoofdelijke aansprakeijkheid van de Staat op grond van artikel 480 lid 3 Rv is alleen van toepassing als…
Rechtbank Midden-Nederland|8 november 2023|ECLI:NL:RBMNE:2023:5950
beslissing is gekomen. Niet-ontvankelijkverklaring [eiser sub 2] en [eiser sub 3] 3.2. Artikel 3:302 BW bepaalt dat op vordering van een bij een rechtsverhouding onmiddellijk betrokken persoon de rechter omtrent … onmiddellijk bij de rechtsverhouding betrokken persoon is als bedoeld in voornoemd artikel 3:302 BW. Het enkele feit dat [eiser sub 2] aandeelhouder is geweest van voornoemde ondernemingen is ontoereikend. De ondernemingen
- VerbintenissenrechtBodemzaakVordering schadevergoeding (compensatie inkomensverlies na beëindiging arbeidsovereenkomst) op basis van…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|15 maart 2023|ECLI:NL:RBZWB:2023:1776
schade komt de kantonrechter niet toe. Verklaring voor recht 4.10. Op grond van artikel 3:302 BW kan op vordering van een bij een rechtsverhouding onmiddellijk betrokken persoon omtrent die rechtsverhouding
- VerbintenissenrechtBodemzaakIs sprake van een aanvaard aanbod? Geschil over wat is aangeboden en beroep op gerechtvaardigd vertrouwen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|29 maart 2023|ECLI:NL:RBZWB:2023:2190
reconventie Verklaring voor recht en opheffing beslag (vorderingen i en iv) 4.9 Artikel 3:302 BW bepaalt dat de rechter op vordering van een bij een rechtsverhouding onmiddellijk betrokken persoon omtrent
- ArbeidsrechtBodemzaakDiverse vorderingen in het kader van een gestelde arbeidsovereenkomst. De kantonrechter komt tot de conclusie…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|31 oktober 2023|ECLI:NL:RBZWB:2023:7599
Diverse vorderingen in het kader van een gestelde arbeidsovereenkomst. De kantonrechter komt tot de conclusie dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst en wijst de vorderingen af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten wegens misbruik van procesrecht.
- Civiel recht overigBodemzaakArtt. 7:262 lid 1 BW; 7 Uhw; 10 Uhw. Vaststelling van de servicekosten door de huurcommissie leidt…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|26 april 2023|ECLI:NL:RBZWB:2023:2893
Artt. 7:262 lid 1 BW; 7 Uhw; 10 Uhw. Vaststelling van
- Civiel recht overigBodemzaakErfrecht, omvang legitieme portie, som ineens en artikel 4:5 BW.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|24 mei 2023|ECLI:NL:RBZWB:2023:3739
Erfrecht, omvang legitieme portie, som ineens en artikel 4:5 BW. vonnis
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.