11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VerbintenissenrechtBodemzaakToewijzing vodering op grond van onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW). Beroep op schijn van…
Rechtbank Noord-Holland|8 januari 2025|ECLI:NL:RBNHO:2025:8
schijn van volmachtverlening (3:61 BW), nakoming door een derde (6:30 BW), derdenbescherming (3:36 BW) en verjaring (3:310 BW) slagen niet. Combinatie van vorderingen die zien op hetzelfde vermogensbelang
- OndernemingsrechtBodemzaakstil pandrecht, bestaande rechtsverhouding.
Rechtbank Den Haag|6 februari 2019|ECLI:NL:RBDHA:2019:927
jegens de gezamenlijke crediteuren. De gezamenlijke crediteuren kunnen gelet op het bepaalde in artikel 3:36 BW de vorderingen van GMC op de debiteuren niet meer alsnog incasseren, aldus steeds de curator … meer kan maken op betaling van die vorderingen gelet op het bepaalde in artikel 3:36 BW. De rechtbank is met de curator van oordeel dat DZM onrechtmatig jegens de gezamenlijke crediteuren
- Civiel recht overigBodemzaakBeroep eigendomsvoorbehoud jegens curator. Eindvonnis.
Rechtbank Noord-Holland|4 oktober 2017|ECLI:NL:RBNHO:2017:11688
voor overgang daadwerkelijk zou ontbreken, geldt daarom dat Euretco er (onder verwijzing naar artikel 3:36 BW) gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij zich jegens Okay kan beroepen op de aansluitingsovereenkomst … Daarnaast voert Euretco aan dat de rechtbank haar beroep op “gerechtvaardigd vertrouwen” (ex artikel 3:36 BW) niet heeft behandeld: door het handelen van Okay mocht Euretco er gerechtvaardigd op vertrouwen
- Civiel recht overigBodemzaakeigendomsvoorbehoud faillissement
Rechtbank Noord-Holland|4 oktober 2017|ECLI:NL:RBNHO:2017:11715
voor overgang daadwerkelijk zou ontbreken, geldt daarom dat Euretco er (onder verwijzing naar artikel 3:36 BW) gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij zich jegens Okay kan beroepen op de aansluitingsovereenkomst … Daarnaast voert Euretco aan dat de rechtbank haar beroep op “gerechtvaardigd vertrouwen” (ex artikel 3:36 BW) niet heeft behandeld: door het handelen van Okay mocht Euretco er gerechtvaardigd op vertrouwen
- Civiel recht overigBodemzaakGeschil tussen de vier partners in het bedrijf PlantLab over de te betalen koopprijs voor de certificaten van…
Rechtbank Oost-Brabant|29 juni 2016|ECLI:NL:RBOBR:2016:3486
Geschil tussen de vier partners in het bedrijf PlantLab over de te betalen koopprijs voor de certificaten van een uittredende partner. Vordering in deze eerste procedure afgewezen. Later volgt nog een tweede procedure waarin deze koopprijs aan de orde is.
- VerbintenissenrechtBodemzaakHuur bedrijfsruimte. Vorderingen tot ontbinding en ontruiming, alsmede betaling van achterstallige huur…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|17 januari 2024|ECLI:NL:RBZWB:2024:212
beginsel dat ten grondslag ligt aan de art. 3:35 BW, 3:36 BW en 3:61 lid 2 BW en art. 6:147 BW, vloeit evenwel voort dat dit onder omstandigheden
- Civiel recht overigBodemzaakAuteursrecht, bestaan en overdracht van het recht op het format van de Flodderfilms en de Flodder TV-serie…
Rechtbank Amsterdam|19 december 2007|ECLI:NL:RBAMS:2007:BC1301
Burgerlijk wetboek (BW) toekomt. Ook indien het beroep van Armada op artikel 3:36 BW slaagt moet de vordering van A stranden. Deze stelling van Armada moet eveneens als een bevrijdend verweer
- Civiel recht overigBodemzaakCessie in het kader van factoringovereenkomst. Mededeling door cedent (op facturen) en door cessionaris…
Rechtbank Oost-Brabant|9 oktober 2024|ECLI:NL:RBOBR:2024:4696
geval dat zij er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat dit het geval was (artikel 3:36 BW). Zij baseert zich op de akkoordverklaringen van [gedaagde] in de e-mailcorrespondentie tussen Port Finance
- Civiel recht overigBodemzaakKorte samenvatting: Contradictoir. Eigendom van leidingen van een netwerk in andermans grond. Onderhoud daarvan.
Rechtbank Oost-Brabant|5 februari 2014|ECLI:NL:RBOBR:2014:526
overeenkomst in een geschrift is vastgelegd — nog afgezien van het bepaalde in art. 3:36 BW in de verhouding tot derden — de argumenten voor een uitleg van dat geschrift naar objectieve maatstaven
- Civiel recht overigBodemzaakAansprakelijkheid van de Congregatie van de Priesters van het Heilige Hart van Jezus voor de gevolgen van…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|5 februari 2020|ECLI:NL:RBZWB:2020:478
zich beroept op het bepaalde in artikel 3:322 lid 2 BW, juncto artikel 3:36 BW in die zin dat [eiser] als derde onder de gegeven omstandigheden er gerechtvaardigd op mocht
- ArbeidsrechtBodemzaakAutomatische prijscompensatie in cao. Hoge inflatie op peilmoment. Opzegging cao door werkgever niet…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|20 december 2023|ECLI:NL:RBZWB:2023:9036
overeenkomst in een geschrift is vastgelegd – nog afgezien van het bepaalde in art. 3:36 BW in de verhouding tot derden – de argumenten voor een uitleg van dat geschrift naar objectieve maatstaven
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.