7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- OndernemingsrechtCassatieEnquêteprocedure; onmiddellijke voorziening, reikwijdte. Bevoegdheid van Ondernemingskamer tot treffen van…
Hoge Raad|14 september 2007|ECLI:NL:HR:2007:BA4888Aangehaald in 10 uitspraken
zijn, miskend dat zij bij het treffen van onmiddellijke voorzieningen op grond van art. 2:349a BW niet mag afwijken van voorschriften van dwingend recht, zoals art. 2:146 BW … beoordeling van het onderdeel wordt vooropgesteld dat de ondernemingskamer op grond van art. 2:349a BW de vrijheid heeft zodanige onmiddellijke voorzieningen te treffen als zij in verband met de toestand
- Civiel recht overigCassatieEnquêterecht. Onmiddellijke voorzieningen. Art. 2:349a lid 2 BW. Onderzoek naar wanbeleid vooralsnog niet…
Hoge Raad|25 februari 2011|ECLI:NL:HR:2011:BO7067Aangehaald in 17 uitspraken
Enquêterecht. Onmiddellijke voorzieningen. Art. 2:349a lid 2 BW. Onderzoek naar wanbeleid
- OndernemingsrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Ondernemingsrecht
Hoge Raad|19 oktober 2001|ECLI:NL:HR:2001:AD5138Aangehaald in 10 uitspraken
wijze als het heeft voorgesteld. (f) De stelling van FTS dat art. 2:349a BW onvoldoende grondslag biedt door het treffen van een onmiddellijke voorziening, als in dit geval verzocht, is onjuist … haar voorgelegde verzoeken op de voet van het tweede lid van art. 2:349a BW, gaat om de vraag of, in dit geval, in verband met de toestand van de rechtspersoon
- Civiel recht overigCassatieRechtspersonenrecht. Bevoegdheden van tijdelijk, door de rechter benoemde bestuurder stichting; geen…
Hoge Raad|19 februari 2010|ECLI:NL:HR:2010:BK5989Aangehaald in 7 uitspraken
2:22 BW en de regeling van een onmiddellijke voorziening als bedoeld in art. 2:349a BW dan wel die van de voorzieningen van art. 2:356 BW in verbinding
- Civiel recht overigCassatieVennootschapsrecht. Enquêterecht. Enquêteverzoek ingediend voor herziening enquêterecht (Stb. 2012/274)…
Hoge Raad|11 juli 2014|ECLI:NL:HR:2014:1651Aangehaald in 7 uitspraken
duur van het geding.” 3.5.1 Onder het tot 1 januari 2013 geldende art. 2:349a BW gold dat voor het treffen van onmiddellijke voorzieningen voldoende zwaarwegende redenen dienen te bestaan indien
- OndernemingsrechtCassatieEnquêteprocedure; onmiddellijke voorziening, reikwijdte. Bevoegdheid van Ondernemingskamer tot treffen van…
Hoge Raad|14 september 2007|ECLI:NL:HR:2007:BA4887Aangehaald in 7 uitspraken
neemt dat van de noodzaak van de door de ondernemingskamer op grond van art. 2:349a BW getroffen voorziening moet zijn gebleken (vgl. HR 19 oktober
- Civiel recht overigCassatie21 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/237HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Hoge Raad|21 januari 2005|ECLI:NL:HR:2005:AR6028
plaatsvinden van een enquête en het treffen van onmiddellijke voorzieningen als bedoeld in art. 2:349a BW heeft de ondernemingskamer bij beschikking van 3 april 1997 geoordeeld dat er gegronde redenen waren
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.