9 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting. Art. 22, lid 1, letter b, Wet IB 1964. Art. 3.8 en 3.90 Wet IB 2001. Art. I, onderdeel M…
Hoge Raad|21 december 2018|ECLI:NL:HR:2018:2390Aangehaald in 81 uitspraken
Inkomstenbelasting. Art. 22, lid 1, letter b, Wet IB 1964. Art. 3.8 en 3.90 Wet IB 2001. Art. I, onderdeel M, van Hoofdstuk 2 Invoeringswet Wet IB 2001. Ontwikkeling van een computertool … januari 2001 ter zake daarvan een werkzaamheid heeft in de zin van artikel 3.90 Wet IB 2001, aangezien de beoogde en verwachte voordelen zullen worden behaald uit de exploitatie van de tool
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting. Art. 3.90 Wet IB 2001. Afwaardering lening met onzakelijk debiteurenrisico dat gedurende…
Hoge Raad|1 maart 2013|ECLI:NL:HR:2013:BZ2735Aangehaald in 63 uitspraken
Inkomstenbelasting. Art. 3.90 Wet IB 2001. Afwaardering lening met onzakelijk debiteurenrisico dat gedurende de looptijd is ontstaan. 1 maart 2013 Nr. 12/03088 Arrest gewezen op het beroep in cassatie
- BelastingrechtCassatieArtikelen 2.14, 3.5, 3.81 en 3.90 Wet IB 2001. Vormen uit commissariaten verkregen inkomsten winst uit…
Hoge Raad|29 mei 2009|ECLI:NL:HR:2009:BH0499Aangehaald in 43 uitspraken
Artikelen 2.14, 3.5, 3.81 en 3.90 Wet IB 2001. Vormen uit commissariaten verkregen inkomsten winst uit onderneming of is sprake van loon uit dienstbetrekking dan wel van belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting; art. 3.90 Wet IB 2001; belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden; causaal verband.
Hoge Raad|27 maart 2020|ECLI:NL:HR:2020:513Aangehaald in 5 uitspraken
Inkomstenbelasting; art. 3.90 Wet IB 2001; belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden; causaal verband. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 18/05180 Datum 27 maart 2020 ARREST in de zaak
- BelastingrechtCassatieartikel 2.14a en 3.90 Wet IB 2001, Liechtensteinse Stiftung, toerekening aan erven van oprichter, beloning…
Hoge Raad|26 maart 2021|ECLI:NL:HR:2021:367Aangehaald in 16 uitspraken
artikel 2.14a en 3.90 Wet IB 2001, Liechtensteinse Stiftung, toerekening aan erven van oprichter, beloning voor werkzaamheden voor vennootschap waarin de Stiftung alle aandelen houdt HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting. Art. 3.90 Wet IB 2001. Tijdstip beëindiging van een werkzaamheid.
Hoge Raad|16 maart 2012|ECLI:NL:HR:2012:BU4808
Inkomstenbelasting. Art. 3.90 Wet IB 2001. Tijdstip beëindiging van een werkzaamheid. 16 maart 2012 nr. 11/01089 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak
- BelastingrechtCassatieart. 22, lid 1, letter b, Wet IB 1964 en art. 3.90 Wet IB 2001. Inkomsten van belanghebbende uit…
Hoge Raad|14 november 2008|ECLI:NL:HR:2008:BD3573
letter b, Wet IB 1964 en art. 3.90 Wet IB 2001. Inkomsten van belanghebbende uit werkzaamheden in het kader van geldtransacties tussen personen in Nederland en in Irak zijn belast
- BelastingrechtCassatieInformatiebeschikking. Art. 27e, lid 2, art. 52 en art. 52a AWR. Administratieplicht. Een bedrijf uitoefenen…
Hoge Raad|4 juni 2021|ECLI:NL:HR:2021:822Aangehaald in 26 uitspraken
merken als resultaat uit overige werkzaamheden in de zin van artikel 3.90 Wet IB 2001, dan zouden die activiteiten van belanghebbende niet hebben geleid tot de administratieplicht van artikel 52 AWR. Blijkens … derden verzorgen van belastingaangiften aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.90 Wet IB 2001. Het middel faalt ook op dit punt. Het staat de inspecteur vrij
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting. Artikel 3.91, lid 1, aanhef en letter c, Wet IB 2001. De realisatie door belanghebbende…
Hoge Raad|6 februari 2015|ECLI:NL:HR:2015:220Aangehaald in 5 uitspraken
vormde en wel in de vorm van een werkzaamheid in de zin van artikel 3.90 Wet IB 2001. 2.2.3. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende heeft opgehouden resultaat uit overige werkzaamheden
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.