13 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatie1. Slagende bewijsklacht “ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers” a.b.i. art. 341 Sr…
Hoge Raad|9 april 2013|ECLI:NL:HR:2013:BY5446Aangehaald in 18 uitspraken
Slagende bewijsklacht “ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers” a.b.i. art. 341 Sr. 2. Art. 359.2 Sv. Uos inzake delictsomschrijving art. 341 Sr en normadressaat. Ad 1. HR herhaalt … middel moet worden vooropgesteld dat de in de tenlastelegging en bewezenverklaring voorkomende, aan art. 341 Sr ontleende bewoordingen "ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers" tot uitdrukking brengen
- Strafrecht overigCassatieFaillissementsfraude. Medeplichtigheid aan bedrieglijke bankbreuk door gelden aan failliete boedel te…
Hoge Raad|12 mei 1992|ECLI:NL:HR:1992:AC2505
Faillissementsfraude. Medeplichtigheid aan bedrieglijke bankbreuk door gelden aan failliete boedel te onttrekken (art. 341 Sr). 1. Bewijsklacht. Verweer dat financiële activiteiten van persoon die failliet is gegaan (A), namens wie verdachte betalingen … vormen waarvan de naleving op straffe van nietigheid is voorgeschreven. Met name de artt. 341 Sr., 348, 350, 358, 359 en 415 Sv. zijn geschonden omdat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet
- Strafrecht overigCassatieBeoordeling wrakingsverzoeken in strafzaken. Feitelijk leiding geven aan oplichting (art. 326.1 Sr)…
Hoge Raad|16 maart 2021|ECLI:NL:HR:2021:370Aangehaald in 51 uitspraken
Beoordeling wrakingsverzoeken in strafzaken. Feitelijk leiding geven aan oplichting (art. 326.1 Sr), bedrieglijke bankbreuk (art. 341 Sr) en valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd en medeplegen gewoontewitwassen
- Strafrecht overigCassatieCassatie OM en verdachte. Rotterdamse havenaffaire. OM-cassatie tegen: 1. vrijspraak van feitelijk leiding…
Hoge Raad|11 april 2017|ECLI:NL:HR:2017:641Aangehaald in 42 uitspraken
BY5446 de uitleg van 'ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers’ i.d.z.v. art. 341 Sr. ’s Hofs kennelijke oordeel dat het handelen van verdachte niet de aanmerkelijke kans op verkorting
- Strafrecht overigCassatieBeleggingsfraude. Feitelijk leidinggeven aan: oplichting begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd…
Hoge Raad|8 december 2020|ECLI:NL:HR:2020:1801
rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 326 Sr ), bedrieglijke bankbreuk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 341 Sr), valsheid in geschrift begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 225 Sr) en medeplegen
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen van bedrieglijke bankbreuk begaan door rechtspersoon (art. 341 Sr) en valsheid in geschrift in…
Hoge Raad|30 mei 2023|ECLI:NL:HR:2023:764
Medeplegen van bedrieglijke bankbreuk begaan door rechtspersoon (art. 341 Sr) en valsheid in geschrift in authentieke akte, begaan door notaris (art. 225.1 jo. 226.1 Sr). 1. Ontbreken van stukken. 2. Bewijsklachten bedrieglijke
- Strafrecht overigCassatieGrootschalige beleggingsfraude. Feitelijk leiding geven aan oplichting (art. 326.1 Sr), bedrieglijke…
Hoge Raad|15 december 2020|ECLI:NL:HR:2020:2039
Grootschalige beleggingsfraude. Feitelijk leiding geven aan oplichting (art. 326.1 Sr), bedrieglijke bankbreuk (art. 341 Sr) en valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd en medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter.1
- Strafrecht overigCassatieFaillissementsfraude door bedrieglijke bankbreuk en onttrekking van goederen aan failliete boedel, meermalen…
Hoge Raad|3 december 1974|ECLI:NL:HR:1974:AB6908Aangehaald in 7 uitspraken
oordelen dat verdachte heeft gehandeld “ter bedrieglijke verkorting van rechten van schuldeisers” a.b.i. art. 341 Sr? Ad 1. Verklaring van getuige bevat niet iets wat niet vatbaar kan worden geacht voor eigen
- Strafrecht overigCassatieArtt. 341 Sr en 3:15i.1 BW. Bedrieglijke bankbreuk. Falende bewijsklacht. Het Hof heeft uit de bewijsvoering…
Hoge Raad|4 december 2012|ECLI:NL:HR:2012:BY0226
Artt. 341 Sr en 3:15i.1 BW. Bedrieglijke bankbreuk. Falende bewijsklacht. Het Hof heeft uit de bewijsvoering kunnen afleiden dat verdachte niet heeft voldaan aan de verplichting de tot de administratie behorende
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|23 november 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3802
aanhef en onder 1, Sr van toepassing is en niet de algemene bepaling van art. 341 Sr in verbinding met art. 47 Sr. 5.2. De bij het proces-verbaal van de terechtzitting … bewezen dan kan dat niet "leiden tot kwalificatie als het strafbaar ge"stelde onder art. 341 Sr, aangezien de straf"baarstelling van art. 344 aanhef en onder 1 Sr "voor wat betreft
- Strafrecht overigCassatieFeitelijke leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 341…
Hoge Raad|28 januari 2020|ECLI:NL:HR:2020:128Aangehaald in 17 uitspraken
onderscheid al deels aanwezig in het wetboek: de delictsomschrijvingen van de artikelen 340 en 341 Sr zien op «hij die in staat van faillissement is verklaard», terwijl de artikelen … Artikel 341 De wijzigingen die zijn doorgevoerd in de strafbaarstelling van opzettelijke faillissementsfraude in artikel 341 Sr staan in het teken van verbetering en vooral vereenvoudiging van de delictsomschrijving. (...) Voorgesteld wordt
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|4 januari 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA4045
4 januari 2000 Strafkamer nr. 111550 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 3 december 1997 in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [woonplaats] op [geboortejaar] 1942, wonende te [woonplaats]. 1. De bestreden uitspraak 1.1. Het Hof heeft…
- Strafrecht overigCassatieFaillissementsfraude door bedrieglijke bankbreuk en onttrekking van goederen aan failliete boedel, meermalen…
Hoge Raad|14 oktober 2025|ECLI:NL:HR:2025:1392
Sr met ingang van 1 juli 2016 houdt onder meer in: “Het gaat in artikel 341 Sr om gedragingen die opzet vereisen. In de huidige redactie wordt in dat verband … wordt, mede in het licht van deze jurisprudentiële ontwikkelingen, in de nieuwe formulering van artikel 341 Sr te kiezen voor een andere meer gebruikelijke formulering van het subjectieve bestanddeel – «wetende dat hierdoor
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.