29 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtHoger beroepr.o. 3.6.5. Hoewel de gronden voor een uithuisplaatsing ex artikel 1:261 BW op zich genomen aanwezig zijn…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|7 februari 2012|ECLI:NL:GHSHE:2012:BV3507
Hoewel de gronden voor een uithuisplaatsing ex artikel 1:261 BW op zich genomen aanwezig zijn, beoordeelt het hof een uithuisplaatsing onder de hierboven vermelde omstandigheden als disproportioneel en derhalve thans niet … niet afwijzend tegenover de ondertoezichtstelling. 3.6.5. Hoewel de gronden voor een uithuisplaatsing ex artikel 1:261 BW op zich genomen aanwezig zijn, beoordeelt het hof een uithuisplaatsing onder de hierboven vermelde omstandigheden
- Personen- en familierechtHoger beroep1:261 BW Plaatsing bij de andere ouder.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|9 februari 2012|ECLI:NL:GHSHE:2012:BV3562
1:261 BW Plaatsing bij de andere ouder. GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht Uitspraak: 9 februari 2012 Zaaknummers: HV 200.099.108/01 en HV 200.099.108/02 Zaaknummers eerste aanleg … oordeel dat voldaan is aan de wettelijke vereisten van artikel 1:261 BW. Het hof is, anders dan de moeder, van oordeel dat er thans sprake is van een wijziging van omstandigheden
- Personen- en familierechtHoger beroepArt. 1:261 Bw; machtiging uithuisplaatsing; Art.3, lid 4 Wjz; De vader stemt in met een uithuisplaatsing van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|13 maart 2012|ECLI:NL:GHSHE:2012:BV8863
1:261 Bw; machtiging uithuisplaatsing; Art.3, lid 4 Wjz; De vader stemt in met een uithuisplaatsing van [zoon], maar kan zich niet verenigen met de plaatsing van [zoon] in een accommodatie
- Personen- en familierechtHoger beroepVrijwillige uithuisplaatsing. Machtiging van de rechter in dit geval niet noodzakelijk.
Gerechtshof Leeuwarden|24 juli 2012|ECLI:NL:GHLEE:2012:BX5437
overweegt als volgt. Uitgangspunt is dat uithuisplaatsing van een minderjarige uitsluitend geschiedt krachtens artikel 1:261 BW, derhalve niet zonder een door de kinderrechter aan de gezinsvoogdij-instelling verleende machtiging … sprake van een vrijwillige uithuisplaatsing en is een machtiging als bedoeld in artikel 1:261 BW niet noodzakelijk. Hetgeen WSJ nog ter onderbouwing van de noodzaak van een machtiging heeft aangevoerd acht
- Personen- en familierechtHoger beroepMandaat, rechtsgeldigheid indicatiebesluiten, machtiging uithuisplaatsing, ondertoezichtstelling.
Gerechtshof Amsterdam|30 oktober 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ8584
lokken en een verzoek als bedoeld in artikel 1:254 en artikel 1:261 BW in rechte aanhangig te maken. Hieraan doet niet af dat de moeder en de kinderen geen verstandelijke … ondertoezichtstelling, niet eerder in werking treedt dan nadat de machtiging als bedoeld in artikel 1:261 BW van de kinderrechter is verkregen. In de door WSJ bij haar inleidende verzoeken overgelegde indicatiebesluiten
- Personen- en familierechtHoger beroepVader heeft minderjarige, die direct na de geboorte uithuis is geplaatst, erkend. Vader geen belanghebbende…
Gerechtshof Leeuwarden|20 maart 2012|ECLI:NL:GHLEE:2012:BW1989
ondertoezichtstelling voortvloeiende maatregel, die geïndiceerd kan zijn indien de gronden bedoeld in artikel 1:261 BW zich voordoen. 4. Uit de aard van de in geding zijnde maatregelen volgt dat enkel
- Personen- en familierechtHoger beroepRechtbank ontheft vader en moeder van ouderlijk gezag. Moeder komt in hoger beroep, vader niet. Vader dient…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|14 augustus 2012|ECLI:NL:GHSHE:2012:BX7345
BR5084 ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing als bedoeld in art. 1:261 BW). Vaststaat dat de vader bij de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde bestreden beschikking is ontheven van het ouderlijk
- Personen- en familierechtHoger beroepVader niet (mede) met het gezag belast. Hof acht anders dan de rechtbank vader geen belanghebbende in de…
Gerechtshof Leeuwarden|28 augustus 2012|ECLI:NL:GHLEE:2012:BX7974
ondertoezichtstelling voortvloeiende maatregel, die geïndiceerd kan zijn indien de gronden bedoeld in artikel 1:261 BW zich voordoen. 10. Uit de aard van de in geding zijnde maatregelen volgt dat enkel
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing van het gezag. Geen duurzaame bereidheid van de moeder de kinderen elders te laten opgroeien.
Gerechtshof Leeuwarden|22 november 2012|ECLI:NL:GHLEE:2012:BY7261
tenminste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door ongeschiktheid
- Personen- en familierechtHoger beroepBeschikking waarvan beroep (uhp) is achterhaald door latere beschikking over hoofdverblijfplaats. Geen belang…
Gerechtshof Amsterdam|29 mei 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:4448
neer dat zij aanvaardt dat [de minderjarige] met een machtiging als bedoeld in artikel 1:261 BW uit huis wordt geplaatst, maar dat zij het niet eens is met plaatsing
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing. Moeder is onmachtig. Omgang tussen de moeder en de minderjarige loopt niet goed. Hof stelt vraag…
Gerechtshof 's-Gravenhage|5 december 2012|ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ3737
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan één jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel – door
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing van het gezag.
Gerechtshof Leeuwarden|19 april 2012|ECLI:NL:GHLEE:2012:BW4867
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing na gezag. Contactherstel tussen moeder en minderjarige zal meer kans hebben na ontheffing…
Gerechtshof 's-Gravenhage|5 december 2012|ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ3743
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan één jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel – door
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof Leeuwarden|8 mei 2012|ECLI:NL:GHLEE:2012:BW7340
tenminste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door ongeschiktheid
- Personen- en familierechtHoger beroepVerzet tegen ontheffing gezag.
Gerechtshof Amsterdam|19 juni 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:BX5489
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel door
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing van ouderlijk gezag.
Gerechtshof 's-Gravenhage|10 oktober 2012|ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ6913
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan één jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel – door
- Personen- en familierechtHoger beroepVerzoek Raad voor de Kinderbescherming de moeder te ontheffen van het gezag over de minderjarige is door de…
Gerechtshof Amsterdam|27 november 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ4186
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1: 261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing van het gezag.
Gerechtshof Leeuwarden|23 oktober 2012|ECLI:NL:GHLEE:2012:BY1752
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing van het gezag.
Gerechtshof Leeuwarden|12 januari 2012|ECLI:NL:GHLEE:2012:BV1424
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door ongeschiktheid
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof Leeuwarden|3 juli 2012|ECLI:NL:GHLEE:2012:BX2674
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door ongeschiktheid
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.