7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Gravenhage|14 februari 2001|ECLI:NL:GHSGR:2001:AB0087
vrouw in haar beroep ontvankelijk is, ondanks het appèlverbod van artikel 824 lid 1 Rv. omdat de rechtbank buiten de rechtstrijd tussen de partijen is getreden. De partijen zijn bovendien voorafgaand
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Gravenhage|7 januari 2001|ECLI:NL:GHSGR:2001:AA9967
behoren. De ambtenaar bestrijdt hun beroep. 2. Blijkens het bepaalde in artikel 429o lid 1 Rv. juncto artikel 429d lid 3 Rv., dient de indiening in zaken waarvan een rechterlijk college
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|3 april 2001|ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1198
beoordeling 4.1. Het hof stelt voorop dat het bepaalde in art. 157b lid 1 Rv aan de ontvankelijkheid van [appellante] in haar hoger beroep niet in de weg staat aangezien voormelde bepaling
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Gravenhage|9 oktober 2001|ECLI:NL:GHSGR:2001:AE8537
Burgerlijke Rechtsvordering niet van toepassing is. 3. Het hof stelt vast, dat artikel 814 lid 1 Rv. naar de letter van toepassing is. De rechtbank legt deze bepaling kennelijk
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|15 maart 2001|ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1186
belang voor de bewijskracht van de partij-getuigenverklaringen in het licht van art. 213 lid 1 Rv. en HR 7 april 2000, NJ 2001, 32. 4.2.2. [APPELLANTE] heeft voorts het gelijk
- Civiel recht overigHoger beroepRechtbank Utrecht · Hoger beroep · Civiel recht overig
Rechtbank Utrecht|29 augustus 2001|ECLI:NL:RBUTR:2001:ZL1194
deze procedure. De rechtbank maakt dus geen gebruik van haar in art. 56, lid 1 Rv genoemde bevoegdheid om gehele of gedeeltelijk de kosten tussen partijen te compenseren. 5. De beslissing
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Leeuwarden|31 oktober 2001|ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7180
grieven opgeworpen. De beoordeling in het incident 1. Ingevolge het bepaalde in artikel 134 lid 1 Rv is de oorspronkelijk eisende partij bevoegd tot de afloop van het geding haar
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.