14 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtHoger beroepMoet de pensioenverplichting naar fiscale maatstaven van artikel 3.29 Wet IB 2001 en artikel 8 lid 6 Wet Vpb…
Gerechtshof Amsterdam|7 juli 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:1923
Moet de pensioenverplichting naar fiscale maatstaven van artikel 3.29 Wet IB 2001 en artikel 8 lid 6 Wet Vpb 1969 worden gewaardeerd of moet deze naar actuariële maatstaven worden gewaardeerd? Indien … voor de bepaling van de waarde van pensioenverplichtingen lager is dan het in artikel 3.29 Wet IB 2001 genoemde percentage van vier, leidt waardering van de pensioenverplichting met inachtneming van laatstbedoelde rekenrente
- BelastingrechtHoger beroepVennootschapsbelasting. Belanghebbende (een BV) heeft aan haar dga pensioenrechten toegekend en daartoe in…
Gerechtshof Den Haag|8 mei 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1432
bepaling van de koopsom voor een overgedragen pensioenvoorziening niet op grond van art. 3.29 Wet IB 2001 een rekenrente van ten minste vier percent in acht genomen behoeft te worden. De rechtbank … minste vier percent in acht genomen behoeft te worden. De werking van artikel 3.29 Wet IB 2001 is immers beperkt tot de jaarwinstbepaling (zie Hoge Raad 14 april 2006, LJN: AW1747
- BelastingrechtHoger beroepVennootschapsbelasting. Vestiging feitelijke leiding in Nederland. Waardering pensioenverplichtingen. Belaste…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|25 november 2014|ECLI:NL:GHARL:2014:9138
Wet IB 2001 (loon- en prijsstijgingen na afloop van het jaar), artikel 3.29 Wet IB 2001 (waardering op actuariële grondslagen) en artikel 8, zesde lid, Wet Vpb (specifieke waarderingsregels pensioenverplichtingen eigen beheer … Wet IB 1964; sinds 1 januari 2001 is deze regeling opgenomen in artikel 3.29 Wet IB 2001. In de praktijk is na de invoering van artikel 9b Wet IB 1964 discussie ontstaan
- BelastingrechtHoger beroepVennootschapsbelasting. A BV heeft ten behoeve van de dga een pensioenregeling getroffen en daartoe in eigen…
Gerechtshof Den Haag|8 mei 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1430
meent belanghebbende dat de bepalingen over de in acht te nemen rekenrente ingevolge artikel 3.29 Wet IB 2001 en over de leeftijdscorrecties op de meest recente overlevingstabel ingevolge artikel 8, zesde … maar stelt dat in dit geval de daarvan afwijkende, bijzondere bepalingen van de artikelen 3.29 Wet IB 2001 en 8, zesde lid, Wet Vpb, aan die algemene regels van goed koopmansgebruik derogeren
- BelastingrechtHoger beroepTussen partijen is uitsluitend in geschil of de stamverplichting tot periodieke uitkeringen per balansdatum…
Gerechtshof Den Haag|16 juni 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:1984
overeengekomen feitelijk onvoldoende realiteitsgehalte heeft om terug te rekenen tegen vier percent rekenrente. Artikel 3.29 Wet IB 2001 is in dit geval, bij gebrek aan duidelijkheid over het te hanteren schema … rechtbank 6. De rechtbank heeft in haar uitspraak het volgende overwogen: "9. Artikel 3.29 Wet IB 2001 luidt als volgt: “De waardering van pensioenverplichtingen en andere soortgelijke verplichtingen vindt plaats met inachtneming
- BelastingrechtHoger beroepAanslag Vpb 2016 is naar het juiste bedrag opgelegd. De Inspecteur heeft de correctie van de voorzieningen…
Gerechtshof Den Haag|5 april 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:869Aangehaald in 5 uitspraken
belanghebbende. 5.3. In een geval als het onderhavige leidt de toepassing van artikel 3.29 Wet IB 2001 ertoe dat per saldo een vrijval van een gedeelte van de pensioen- en stamrechtvoorzieningen verplicht … over het jaar 2016 en de daaropvolgende jaren, laat de duidelijke wettekst van artikel 3.29 Wet IB 2001 en het in 5.3 overwogene het Hof geen ruimte om de waardering
- BelastingrechtHoger beroepVennootschapsbelasting. Belanghebbende (een BV) is sinds 11 januari 2005 een 100%-dochtervennootschap van A…
Gerechtshof Den Haag|17 juli 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:2710
gehanteerd van 2,9 percent in plaats van het minimumpercentage van vier dat artikel 3.29 Wet IB 2001 voorschrijft. 4.4. Voor de gronden waarop partijen hun standpunten doen steunen, verwijst … aanmerking wordt genomen van ten minste 4%.” 14. Gelet op het bepaalde in artikel 3.29 Wet IB 2001 heeft verweerder bij het bepalen van de balanswaarde van de pensioenverplichting per ultimo
- BelastingrechtHoger beroepIn aanmerking genomen de leeftijden van de pensioengerechtigden leidt het gebruik van de CBS-tafel 2007 tot…
Gerechtshof Amsterdam|2 februari 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9185
betoog van eiseres faalt ook op dit punt. Immers, zoals bepaald in artikel 3.29 Wet IB 2001, dient de waardering van pensioenverplichtingen plaats te vinden met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen … beperking tot vijfjaarstafels ligt besloten. Ook de wetsgeschiedenis (Kamerstuknummers 23 071) van artikel 3.29 Wet IB 2001 - alwaar terzake aanvankelijk werd gesproken van een waardering “volgens goed actuarieel gebruik” - biedt geen aanknopingspunt
- Personen- en familierechtHoger beroepverdeling ontbonden huwelijksgemeenschap, gebruiksvergoeding, partner- en kinderalimentatie, waardering…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|24 januari 2019|ECLI:NL:GHSHE:2019:204
voorziening of van eigen vermogen). In verband met de bepaling van art. 3.29 Wet IB 2001 (die een rekenrente voorschrijft van ten minste 4%) kan de fiscale pensioenreserve in dit verband onvoldoende
- BelastingrechtHoger beroepVennootschapsbelasting. Belanghebbende (een BV) heeft ten behoeve van haar dga een pensioenregeling getroffen…
Gerechtshof Den Haag|17 juli 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:2709
minste vier percent in acht genomen moet worden. De werking van artikel 3.29 Wet IB 2001 is immers beperkt tot de jaarwinstbepaling (zie Hoge Raad 14 april 2006, nr. 41.569, LJN: AW1747
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende, een besloten vennootschap, heeft op 30 december 2006 de in eigen beheer gevormde…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|13 juni 2013|ECLI:NL:GHSHE:2013:CA3888
minste 4% wordt gehanteerd. Anders dan voor de bepaling van de jaarwinst in artikel 3.29 Wet IB 2001, is in artikel 3.26 Wet IB 2006 (respectievelijk zijn voorloper artikel
- BelastingrechtHoger beroepVennootschapsbelasting. Belanghebbende (een BV) heeft ten behoeve van haar dga een pensioenregeling getroffen…
Gerechtshof Den Haag|8 mei 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1431
minste vier percent in acht genomen moet worden. De werking van artikel 3.29 Wet IB 2001 is immers beperkt tot de jaarwinstbepaling (zie Hoge Raad 14 april 2006, LJN: AW1747
- Civiel recht overigHoger beroepPensioenverevening (WVPS). Afstorting pensioen niet mogelijk. Zekerheidsstelling.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|19 juni 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:5690
voorziening of van eigen vermogen). In verband met de bepaling van art. 3.29 Wet IB 2001 (die een rekenrente voorschrijft van ten minste 4%) kan de fiscale pensioenreserve in dit verband onvoldoende
- Civiel recht overigHoger beroepAfwikkeling huwelijkse voorwaarden. Haviltex. Pensioenverevening. Afstorting in eigen beheer opgebouwd…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|17 januari 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:1283
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden. Haviltex. Pensioenverevening. Afstorting in eigen beheer opgebouwd pensioen ten behoeve van de vrouw.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.