6 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- ArbeidsrechtKort gedingKort geding. Werkgever mocht gerechtvaardigd vertrouwen op opzegging van werknemer van arbeidsovereenkomst…
Rechtbank Midden-Nederland|18 april 2017|ECLI:NL:RBMNE:2017:2043
geen beroep toe op het ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende wil (artikel 3:35 BW). Bij schending van de onderzoeksplicht wordt de werkgever niet beschermd door artikel 3:35 BW
- ArbeidsrechtKort gedingLoonvordering in kort geding. Onderzoeks- en informatieplicht werkgever. Eiser heeft zelf ontslag genomen…
Rechtbank Overijssel|24 oktober 2017|ECLI:NL:RBOVE:2017:4029
naar artikel 3:33 BW. Werkgever meent dat zij er, als bedoeld in artikel 3:35 BW, gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat [eiser] zijn dienstbetrekking heeft willen beëindigen. 4 De beoordeling
- Civiel recht overigKort gedingAanbieding hoogslaperset met hoge korting voor € 24,00. Koopovereenkomst tot stand gekomen? Geldig aanbod of…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|2 oktober 2017|ECLI:NL:RBZWB:2017:6239
kant van de consumenten sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen (artikel 3:35 BW). Gerechtvaardigd vertrouwen vereist op zijn beurt geobjectiveerde subjectieve goede trouw (artikel 3:11 BW). Dat is slechts aanwezig
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Executie op basis van notariële akte niet geheel geoorloofd, want schuldeiser heeft deels…
Rechtbank Rotterdam|15 december 2017|ECLI:NL:RBROT:2017:10379
sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen (dat mag worden verrekend) in de zin van artikel 3:35 BW. Dit artikel bepaalt: “Tegen hem die eens anders verklaring of gedraging, overeenkomstig
- Civiel recht overigKort gedingkoopovereenkomst ter zake kerk niet aannemelijk geworden. geen verplichting tot dooronderhandelen gelet op…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|8 november 2017|ECLI:NL:RBZWB:2017:7204
hand van de wilsvertrouwensleer, zoals neergelegd in de art. 3:33 en 3:35 BW. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang, waaronder de voorgeschiedenis, de hoedanigheid en intenties
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Opzegging maatschap voldoende aannemelijk. En anders zou veroordeling tot voortzetting van de…
Rechtbank Rotterdam|5 juli 2017|ECLI:NL:RBROT:2017:5384
volgt geoordeeld. 4.2. Het spoedeisend belang volgt uit de stellingen van eiser. 4.3. Art. 3:35 BW luidt: “Tegen hem die eens anders verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.