7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Middelburg · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Middelburg|1 oktober 2002|ECLI:NL:RBMID:2002:AF0601
stellen met het instellen van de eis in de hoofdzaak ex. artikel 700 lid 3 Rv. Vordering niet tijdig ingesteld met als gevolg dat beslag vervallen is. RECHTBANK MIDDELBURG Sector civiel recht … eisers vervallen omdat zij niet tijdig een eis in de hoofdzaak ex artikel 700 lid 3 Rv heeft ingesteld. De conclusie tot voeging kan niet als een dergelijke eis worden gezien. Eisers
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Maastricht · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Maastricht|17 december 2002|ECLI:NL:RBMAA:2002:AF2234
bespreking meer, nog daargelaten dat de eiswijziging afstuit op het bepaalde in artikel 130 lid 3 Rv. 3.6 De eerste zin van de vorige overweging bezegelt intussen
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Arnhem · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Arnhem|21 maart 2002|ECLI:NL:RBARN:2002:AE0449
dient te worden verklaard in haar vordering, aldus S. 3.4 Weliswaar stelt artikel 111 lid 3 Rv, dat ook van toepassing is op de kort geding procedure, dat het exploot van dagvaarding
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Arnhem · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Arnhem|12 april 2002|ECLI:NL:RBARN:2002:AE1398
redelijkheid niet kan worden achterhaald door eiseres. Derhalve heeft eiseres de in artikel 45 lid 3 RV omschreven wijze van dagvaarden mogen toepassen. Bij de uitvoering daarvan zijn vervolgens de wettelijk vereiste
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank 's-Hertogenbosch · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank 's-Hertogenbosch|21 maart 2002|ECLI:NL:RBSHE:2002:AE0448
onbesproken heeft gelaten en daarom niet heeft voldaan aan de substantiëringsplicht van art. 111 lid 3 Rv. De voorzieningenrechter verwerpt dat standpunt. In een kort geding mogen geen al te zware eisen
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Utrecht · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Utrecht|29 januari 2002|ECLI:NL:RBUTR:2002:AD8571
vordering tot het bepalen van een termijn als bedoeld in artikel 557A lid 3 Rv zal worden afgewezen. 3.13. De vordering zal - met in achtneming van het voorgaande - worden toegewezen met dien
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Utrecht · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Utrecht|24 september 2002|ECLI:NL:RBUTR:2002:AE7949
gelaten of [eiser] in voldoende mate aan zijn substantiëringsplicht als bedoeld in artikel 111 lid 3 Rv heeft voldaan. Al aangenomen dat [eiser] hieraan niet in voldoende mate heeft gedaan
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.