4 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigPrejudiciële beslissingPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). Art. 369 lid 4 Fw. Is de WHOA…
Hoge Raad|25 februari 2022|ECLI:NL:HR:2022:328Aangehaald in 9 uitspraken
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). Art. 369 lid 4 Fw. Is de WHOA van toepassing op vorderingen van bedrijfstakpensioenfondsen voor achterstallige pensioenpremies? HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE … vorderingen van een bedrijfstakpensioenfonds voor achterstallige pensioenpremies vallen binnen de reikwijdte van art. 369 lid 4 Fw. Daarin is bepaald dat de Wet homologatie onderhands akkoord (hierna: WHOA) niet van toepassing
- InsolventierechtPrejudiciële beslissingPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Invloed faillissement op wederkerige overeenkomsten…
Hoge Raad|23 maart 2018|ECLI:NL:HR:2018:424Aangehaald in 35 uitspraken
1988/964; HR 24 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2991). Art. 249 lid 1, onder 4°, Fw bepaalt in dat verband dat de boedel ook na de faillietverklaring niet aansprakelijk is voor
- InsolventierechtPrejudiciële beslissingPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). WSNP. Dient voor toepassing van de tienjaarstermijn van art. 288 lid 2…
Hoge Raad|31 maart 2017|ECLI:NL:HR:2017:572Aangehaald in 5 uitspraken
opgemaakt (art. 356 lid 1 in verbinding met art. 354a Fw, respectievelijk art. 350 lid 4 Fw), ofwel vindt afwikkeling plaats in het kader van een faillissement (art. 350 lid 5 Fw
- InsolventierechtPrejudiciële beslissingPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Insolventierecht, schuldsanering. Vraag of het voorschrift van art. 356 lid…
Hoge Raad|24 september 2021|ECLI:NL:HR:2021:1353
schuldeisers en het geverifieerde bedrag van ieders vordering moet inhouden (art. 349 lid 4 Fw). De daartoe vereiste verificatievergadering kan in voorkomend geval ook pro forma worden gehouden (art. 328a
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.