36 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtHoger beroepUithuisplaatsing, artikel 1:261 BW (oud). Het hof is van oordeel dat de uithuisplaatsing van de minderjarige…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|30 april 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:1600
Uithuisplaatsing, artikel 1:261 BW (oud). Het hof is van oordeel dat de uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader niet gehandhaafd kan blijven. GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht Uitspraak … voor wat betreft de uithuisplaatsing niet is voldaan aan de wettelijke vereisten van artikel 1:261 BW (oud). 3.13.4. Het hof stelt voorop dat de rechtbank terecht heeft geconstateerd dat al geruime
- Civiel recht overigCassatieJeugdzorg. Machtiging tot het doen opnemen in gesloten jeugdinrichting. Art. 6 Wjz (oud) en art. 24…
Hoge Raad|29 mei 2015|ECLI:NL:HR:2015:1414
machtiging tot uithuisplaatsing van een onder toezicht gestelde minderjarige op de voet van artikel 1:261 BW ten uitvoer moet worden gelegd, geldt niet voor een machtiging tot opname in een accommodatie
- Personen- en familierechtHoger beroepOndertoezichtstelling en uithuisplaatsing. (Stief)vader niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen…
Gerechtshof Den Haag|25 februari 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:2252
machtiging tot uithuisplaatsing slechts worden verleend indien de gronden daarvoor, zoals vermeld in artikel 1:261 BW, bestaan. Het hof zal derhalve onderzoeken of de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] noodzakelijk
- Personen- en familierechtHoger beroepOntheffing gezag moeder. Minderjarige in 2012 voor de vierde keer uit huis geplaatst. Periodes waarin de…
Gerechtshof Amsterdam|17 november 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:4796
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW (oud) van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel – door
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|19 februari 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:580
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|15 januari 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:82
voldaan is aan de wettelijke vereisten van zowel artikel 1:254 BW als artikel 1:261 BW. Het hof voegt hier nog het volgende aan toe. 3.6.4. Reeds in de bestreden beschikking
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|3 december 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:5023
oordeel dat voldaan is aan de wettelijke vereisten van artikel 1:261 BW. Ter aanvulling overweegt het hof dat ten tijde van de aanvraag en verlening van de onderhavige machtiging in alle
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|18 juni 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:2237
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden, dat gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel – door
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|16 juli 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:2703
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|26 februari 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:623
oordeel dat voldaan is aan de wettelijke vereisten van artikel 1:261 BW. 3.10.4. Het hof stelt voorop dat voor zover de moeder in eerste aanleg onvoldoende in de gelegenheid zou zijn
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|29 januari 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:255
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepMachtiging uithuisplaatsing. Ontvankelijkheid grootouders. Netwerkplaatsing in plaats van voorziening voor…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|8 januari 2015|ECLI:NL:GHARL:2015:63
maatregel die door de kinderrechter kan worden uitgesproken indien aan de voorwaarden van artikel 1:261 BW wordt voldaan. Alleen de uit het gezag over het kind voortvloeiende rechten en verplichtingen
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|29 januari 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:252
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepMachtiging uithuisplaatsing. Instemming moeder, zodat de minderjarige op vrijwillige basis uit huis geplaatst…
Gerechtshof Den Haag|11 maart 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:509
1:258 lid 3 BW (oud), uithuisplaatsing van een minderjarige uitsluitend geschiedt krachtens artikel 1:261 BW (oud), derhalve niet zonder een door de kinderrechter aan de gezinsvoogdij-instelling verleende machtiging
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|2 april 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:1166
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepGedwongen ontheffing van het gezag; toekomstperspectief minderjarige ligt evident bij pleeggezin…
Gerechtshof Amsterdam|20 januari 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:122
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel door
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof Amsterdam|15 september 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:3833
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel door
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|11 juni 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:2115
juiste gronden heeft geoordeeld dat voldaan is aan de wettelijke vereisten van artikel 1:261 BW (oud) en de machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader heeft verleend. 3.11. Het voorgaande leidt ertoe
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|29 januari 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:251
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel - door
- Personen- en familierechtHoger beroepDeskundigenonderzoek. Ontheffing.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|1 oktober 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:3862
minste zes maanden blijkt, of na een uithuisplaatsing krachtens het bepaalde in artikel 1:261 BW (oud) van meer dan een jaar en zes maanden gegronde vrees bestaat, dat deze maatregel – door
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.