18 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtCassatieGeschil na echtscheiding over de ontzegging aan een vader van een omgangsregeling met zijn minderjarige…
Hoge Raad|9 december 2005|ECLI:NL:HR:2005:AU5279
over de ontzegging aan een vader van een omgangsregeling met zijn minderjarige dochter (art. 1:377a BW), 81 RO. 9 december 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/116HR RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking
- Personen- en familierechtGeschil na echtscheiding over de ontzegging aan een vader van een omgangsregeling met zijn minderjarige…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU5279
over de ontzegging aan een vader van een omgangsregeling met zijn minderjarige dochter (art. 1:377a BW), 81 RO. Rekestnummer R04/116HR mr. De Vries Lentsch-Kostense Parket 27 oktober 2005 Conclusie inzake … tegen 's hofs oordeel dat hem op de voet van art. 1:377a BW een omgangsregeling met zijn dochter moet worden ontzegd. 2. Bij inleidend verzoekschrift (dat op 2 april
- Personen- en familierecht14 januari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/082HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Parket bij de Hoge Raad|14 januari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR4854
beoordeelt dit aan de hand van de actuele situatie. Het derde lid van art. 1:377a BW bepaalt, voor zover in deze zaak van belang, dat de rechter het recht op omgang … totstandkoming van art. 1:161a BW, de voorloper van art. 1:377a BW, heeft de regering gewezen op jurisprudentie waaruit blijkt dat redenen van klemmende aard moeten kunnen worden aangevoerd
- Personen- en familierechtVerzoek tot wijziging van gezamenlijk ouderlijk gezag over een minderjarig kind, ontzegging van omgang aan de…
Parket bij de Hoge Raad|18 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT8247
ingevolge 's hofs beschikking het ouderlijk gezag behoudt of daarin wordt hersteld, niet art. 1:377a BW van toepassing is doch art. 1:377h BW dat - anders dan eerstgenoemde bepaling - geen ontzeggingsgronden … zijn gewone verblijfplaats heeft - geen ontzeggingsgronden kent in tegenstelling tot het niet toepasselijke art. 1:377a BW dat ziet op omgang tussen het kind en de niet met het gezag belaste ouder
- Personen- en familierechtCassatieVerzoek tot wijziging van gezamenlijk ouderlijk gezag over een minderjarig kind, ontzegging van omgang aan de…
Hoge Raad|18 november 2005|ECLI:NL:HR:2005:AT8247
hoofd ziet dat, nadat de man in het gezag is hersteld, niet art. 1:377a BW van toepassing is, doch art. 1:377h BW, welk laatste artikel, anders dan het eerstgenoemde, geen … ontzegging van het recht op omgang is niet geschied op de voet van art. 1:377a BW, zoals het middel tot uitgangspunt neemt, doch kennelijk op de voet van art. 1:253a
- Personen- en familierecht14 januari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/013HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Parket bij de Hoge Raad|14 januari 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR4844
telkens aan de hand van de actuele situatie. Het derde lid van art. 1:377a BW bepaalt, voor zover in deze zaak van belang, dat de rechter het recht op omgang slechts … totstandkoming van art. 1:161a BW - de voorloper van art. 1:377a BW - heeft de regering gewezen op jurisprudentie waaruit blijkt dat redenen van klemmende aard moeten kunnen worden aangevoerd
- Personen- en familierecht24 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/130HR RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Parket bij de Hoge Raad|24 juni 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT1096
vastgelegd, maar kan worden afgeleid uit de memorie van toelichting ten aanzien van art. 1:377a BW: "Artikel 377a gaat uit van de ouder die niet met het gezag is belast … klachten komen mij gegrond voor. Uit het eerste lid van art. 1:377a BW mag niet a contrario worden afgeleid dat het kind en de met het gezag belaste ouder géén recht
- Personen- en familierechtOmgangsregeling tussen biologische vader en de door hem niet-erkende minderjarige kinderen, “family life” in…
Parket bij de Hoge Raad|14 oktober 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT8250
beslissing niet blijk geeft van een onjuiste opvatting van art. 1:377f en/of art. 1:377a BW en de afweging overigens is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt … punt 2.2, wordt, m.i. terecht, geconstateerd dat het middel uitgaat van toepasselijkheid van art. 1:377a BW, terwijl het hof art. 1:377f BW heeft toegepast. Vgl. HR 15 november
- Personen- en familierechtEerste aanleg - enkelvoudig[...] Het verzoek van de man luidt thans - met wijziging van voornoemde beschikking - met ingang van 1…
Rechtbank 's-Gravenhage|8 november 2005|ECLI:NL:RBSGR:2005:AU7313
vaststellen van een omgangsregeling moet daarom niet worden beoordeeld naar de maatstaven van artikel 1: 377a BW, waarin de omgang tussen een kind en de niet met het gezag belaste ouder … omgangsregeling tussen een kind en een niet-ouder (in de zin van artikel 1:377a BW) is geregeld. Overwogen wordt dat artikel 3:77f BW beoogt dat een ieder
- Personen- en familierechtCassatie24 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/130HR RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Hoge Raad|24 juni 2005|ECLI:NL:HR:2005:AT1096
zijn kind. Zoals blijkt uit de memorie van toelichting met betrekking tot art. 1:377a BW, als geciteerd in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.1, achtte de wetgever het niet
- Personen- en familierechtomgangsregeling met niet-verzorgende en niet met het gezag belaste ouder; ontzegging bij ernstig nadeel voor…
Parket bij de Hoge Raad|7 oktober 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT8249
kind niet heeft erkend, nu deze geen ouder is in de zin van art. 1:377a BW(14). Ten opzichte van [de dochter] heeft de man te gelden als ouder … gezag belaste ouder en het kind geldt het in het eerste lid van art. 1:377a BW verwoorde uitgangspunt dat deze recht hebben op omgang met elkaar. Daarbij staat niet de vraag
- Personen- en familierechtGeschil na beëindiging van een affectieve relatie over de vaststelling - op de voet van art. 1:377f lid 1 BW…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU5233
wijs er op dat die norm een andere is, dan de norm die art. 1:377a BW in lid 3 geeft als het gaat om omgang tussen een "wettige" ouder
- Personen- en familierechtHoger beroepOntvankelijkheid verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling met een meerderjarige geestelijk…
Gerechtshof 's-Gravenhage|13 juli 2005|ECLI:NL:GHSGR:2005:AT9502
incidentele beroep van de moeder gericht. Zij verzet zich ertegen, dat art. 1:377a BW analoog wordt toegepast bij het verzoek van een ouder om omgang met een meerderjarig kind. De moeder
- Personen- en familierechtHoger beroepOntzegging van het recht op omgang tussen het kind en de niet met het gezag belaste ouder.
Gerechtshof Amsterdam|13 januari 2005|ECLI:NL:GHAMS:2005:AS3925
recht op omgang op grond van de in het derde lid van artikel 1:377a BW genoemde gronden ontzegt. 4.5. Vaststaat dat de vader onherroepelijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeventien
- Personen- en familierechtHoger beroepVervangende toestemming tot erkenning. Belangenafweging valt i.c. uit in het voordeel van de verzoeker tot…
Gerechtshof 's-Gravenhage|13 juli 2005|ECLI:NL:GHSGR:2005:AT9501
omgangsregeling. Uitgangspunt daarbij is dat de man en [kind] op grond van art. 1:377a BW recht hebben op omgang met elkaar, tenzij één van de gronden tot ontzegging van het recht
- Personen- en familierechtEerste aanleg - enkelvoudigbeeindiging van een omgangsregeling
Rechtbank 's-Hertogenbosch|13 september 2005|ECLI:NL:RBSHE:2005:AU9267
recht worden ontzegd op de gronden zoals deze zijn genoemd in artikel 1:377a BW. Uit de hiervoor weergegeven rapportage van de psycholoog die [naam minderjarige] recent heeft onderzocht komt naar voren
- Personen- en familierechtHoger beroep- Gezag: Het hof concludeert dat tussen partijen geen enkele communicatie mogelijk is en dat ook niet in de…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|13 januari 2005|ECLI:NL:GHSHE:2005:AS2652
omgang met elkaar hebben, tenzij sprake is van een ontzeggingsgrond als bedoeld in artikel 1:377a BW. Gelet op de zeer belastende voorgeschiedenis (de strafrechtelijke veroordeling van de man wegens een jegens
- Personen- en familierecht9 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/076HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT5573
kind niet heeft erkend, nu deze geen ouder is in de zin van art. 1:377a BW(8). 2.7 Voor de ontvankelijkheid van de biologische vader tot het treffen van een omgangsregeling
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.