5 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|19 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5876
vader en [de dochter] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat zoals bedoeld in art. 1:377f BW. 1.4 De vader is van deze beschikking in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof te Amsterdam … door hem verwekte kind dient beoordeeld te worden aan de hand van art. 1:377f BW (HR 15 november 1996, NJ 1997, 423). Ingevolge dat artikel is vereist dat tussen de biologische
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|29 september 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA7284
minderjarige een nauwe persoonlijke betrekking bestaat in de zin van art. 1:377f BW. Het Hof heeft deze beslissing bekrachtigd, overwegende - samengevat - dat er tot 1 maart 1998 een zodanig regelmatig contact … niet. 3.4 De wetgever heeft de mogelijkheid een omgangsregeling als bedoeld in art. 1:377f BW te doen vaststellen, zoals blijkt uit de ontstaansgeschiedenis van deze bepaling (zie de conclusie
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|19 mei 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5876
tussen hem en [de dochter] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat als bedoeld in art. 1:377f BW. Op grond van de feiten en omstandigheden opgesomd in rov. 3.2 van zijn beschikking … geval gesproken kan worden van een nauwe persoonlijke betrekking in de zin van art. 1:377f BW tussen de vader en [de dochter], zodat tevens sprake is van “family life” tussen
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Gravenhage|5 juli 2000|ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0138
naar Nederlands recht erkend heeft, dient bekeken te worden of de vader ingevolge artikel 1:377f BW in een nauwe persoon-lijke betrek-king tot het kind staat. Hiertoe is vereist
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|27 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7909
kinderen en hij gerechtigd blijven tot omgang met elkaar. Op grond van art. 1:377f BW kan hij alsnog verzoeken een omgangsregeling vast te stellen. Zie ook rov. 4.9, tweede volzin
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.