Zoekresultaten

Voor “"1:406 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

2 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Personen- en familierechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht

    Hoge Raad2 mei 2003ECLI:NL:HR:2003:AF8125Aangehaald in 31 uitspraken

    voorgaande dient deze zaak te worden beschouwd als een verbintenisrechtelijke kwestie. Art. 1:406 BW is niet van toepassing op de onderhavige vordering. De vordering is aldus terecht bij dagvaarding aangebracht

  • Personen- en familierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht

    Parket bij de Hoge Raad2 mei 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF8125

    vrouw te betalen, nu de vrouw de vordering had moeten instellen bij verzoekschrift (art. 1:406 BW) en had moeten voorleggen aan de rechtbank. Het gaat - aldus de toelichting - immers om toekomstige … voorgaande dient deze zaak te worden beschouwd als een verbintenisrechtelijke kwestie. Art. 1:406 BW is niet van toepassing op de onderhavige vordering. De vordering is aldus terecht bij dagvaarding aangebracht

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.