12 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieOnrechtmatige daad. Geen formele rechtskracht. Verboden wijziging van het onderwerp van de eis.
Hoge Raad|20 februari 1998|ECLI:NL:HR:1998:ZC2588Aangehaald in 37 uitspraken
buiten twijfel is dat de door de Inspecteur op de voet van art. 15 lid 1 AWR gegeven beschikkingen van 10 februari 1987 onrechtmatig waren, en (c) dat dit echter nog niet … recht- of wetmatigheid van een door de Inspecteur op de voet van art. 15 lid 1 AWR gegeven beschikking (in beginsel) niet ter toetsing van de civiele rechter staat
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigGerechtshof 's-Hertogenbosch · Eerste aanleg - enkelvoudig · Belastingrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|10 maart 1998|ECLI:NL:GHSHE:1998:AB0826
Overwegingen omtrent het geschil 4.1.1. De Inspecteur heeft op grond van artikel 16, lid 1 AWR voor navordering een nieuw feit nodig. Dat mist hij hier. Een nieuw feit heeft hij echter … zitting heeft gesteld geen verandering gekomen toen op 4 mei 1994 in artikel 16, lid 1, AWR het vereiste van een nieuw feit verviel bij kwade trouw. Belanghebbende was dus te dezen
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigGerechtshof 's-Hertogenbosch · Eerste aanleg - enkelvoudig · Belastingrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|10 maart 1998|ECLI:NL:GHSHE:1998:AB0825
trouw hem daarbij hindert. 4.4. Van kwade trouw in de zin van artikel 16, lid 1, AWR is blijkens Hoge Raad 11 juni 1997, nr. 32 236 slechts sprake wanneer een belastingplichtige … belanghebbende te dezen te kwader trouw zou zijn in de zin van artikel 16, lid 1, AWR. Belanghebbende wordt daarom, ongehinderd door kwade trouw, tegen navordering beschermd door het blijkens 4.3. door
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|26 augustus 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2529Aangehaald in 7 uitspraken
aangevoerd: dat in haar geval geen grond aanwezig is voor het in artikel 6, lid 1, AWR geëiste vermoeden van belastingplicht; dat haar zetel per 31 december 1991 naar het buitenland
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|16 december 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2576Aangehaald in 22 uitspraken
gevoerde beleid kan worden aangesproken. 5.De voormalige structuur van de belastingdienst. 5.1.Volgens art. 11, lid 1, AWR wordt de aanslag vastgesteld door 'de inspecteur', waaronder moet worden verstaan de inspecteur, 'die inzake
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|16 december 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2596
bepaalde in artikel 2, lid 3, aanhef en onderdeel b, jo. artikel 3, lid 1, AWR jo. artikel 19, lid 1, UBR slechts de hoofden van de in laatstvermeld artikellid bedoelde onderdelen
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|16 december 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2582
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 29 april 1997 op het verzet van belanghebbende tegen de beschikking van de Voorzitter van de Eerste Meervoudige Belastingkamer van dat Hof betreffende de hem voor het jaar 1992 opgelegde aanslag in de…
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|7 oktober 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2305
navorderingsaanslag niet gegrond is op een ‘nieuw feit’ als bedoeld in art. 16, lid 1 AWR en dat art. 16, lid 2 onder b AWR in dit geval toepassing mist. De tweede
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigGerechtshof Arnhem · Eerste aanleg - enkelvoudig · Belastingrecht
Gerechtshof Arnhem|13 mei 1998|ECLI:NL:GHARN:1998:AA1121
naheffingsaanslag van 27 november 1995 voortvloeiende belastingschuld. 4. Aangezien artikel 23, lid 1, AWR niet de mogelijkheid biedt tegen een zodanige uitnodiging bezwaar in te dienen, had de ambtenaar belanghebbende in zoverre
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|7 oktober 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2305
navorderingsaanslag niet gegrond is op een ‘nieuw feit’ als bedoeld in art. 16, lid 1 AWR en dat art. 16, lid 2 onder b AWR in dit geval toepassing mist. De tweede
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|16 december 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2576
gevoerde beleid kan worden aangesproken. 5.De voormalige structuur van de belastingdienst. 5.1.Volgens art. 11, lid 1, AWR wordt de aanslag vastgesteld door 'de inspecteur', waaronder moet worden verstaan de inspecteur, 'die inzake
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|16 december 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2582
Nr. 33.411 Mr Van Soest Derde Kamer A Conclusie inzake: Inkomstenbel./premie 1992 X Parket, 15 juli 1998 tegen de staatssecretaris van Financiën Edelhoogachtbaar College, I. . Korte beschrijving van de zaak. A. . Het beroep in cassatie is gericht tegen de schriftelijke uitspraak van het gerechtshof te Amsterdam…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.