9 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|25 juni 1997|ECLI:NL:HR:1997:AA2210
mede is aan te merken als een strafvervolging in de zin van artikel 6, lid 1, EVRM, voor alles de, door belanghebbende bevestigend beantwoorde, vraag aan de orde of bij die procedure … vaststellen van een burgerlijke verplichting in de zin van artikel 6, lid 1, EVRM. 3.7. Het vaststellen van een aanslag is ten opzichte van de belasting- of inhoudingsplichtige zelf niet
- Strafrecht overigCassatie1. Voorbereiding cfm. art. 10a lid 1 Opiumwet is ook strafbaar als (poging tot) misdrijf waarop de…
Hoge Raad|29 april 1997|ECLI:NL:HR:1997:ZD0697Aangehaald in 10 uitspraken
pand was geen woning; hof hoefde niet te onderzoeken of pand onder art. 8 lid 1 EVRM viel. 29 april 1997 Strafkamer nr. 103.274 AB Hoge Raad der Nederlanden Arrest
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 1997|ECLI:NL:PHR:1997:AA2210
onafhankelijke rechter wordt geblokkeerd en daarmee het internationale recht, met name art. 6, lid 1, EVRM, wordt geschonden. 4.10 . De thans te beslissen zaak onderscheidt zich van een, in het woord … meen ik dat het publiekrechtelijke aspect duidelijk prevaleert. 4.14 . Ik acht daarom art. 6, lid 1, EVRM op deze zaak niet van toepassing. 4.15 . Voor geval Uw Raad hierover anders zou oordelen
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|25 juni 1997|ECLI:NL:HR:1997:AA2207
gaat om het vaststellen van een burgerlijke verplichting in de zin van artikel 6, lid 1, EVRM en dat daarbij, gelet op het tijdsverloop tussen de indiening van het bezwaarschrift tegen … merken als het vaststellen van een burgerlijke verplichting in de zin van artikel 6, lid 1, EVRM. Immers, het gaat daarbij om een financiële verplichting van fiscaalrechtelijke en derhalve publiekrechtelijke aard. Deze
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|3 september 1997|ECLI:NL:HR:1997:AA2244
uitspraak werd gedaan binnen een redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, lid 1, EVRM. 3.4. Het vorenoverwogene brengt mee dat het Hof belanghebbende terecht ontvankelijk in zijn beroep heeft geoordeeld … gevallen waarin een verhoging is opgelegd, de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6, lid 1, EVRM, wordt overschreden. 's Hofs uitspraak kan mitsdien niet in stand blij ven. 3.5. De Hoge Raad
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 februari 1997|ECLI:NL:PHR:1997:4
rechter ter beoordeling voorgelegd kon worden. Dat nu is in strijd met art. 6 lid 1 EVRM. 6. Die situatie doet zich niet voor wanneer het gaat om het verzet tegen … toegang tot cassatierechter versperd. Van een inbreuk op art. 6 lid 1 EVRM is echter geen sprake. Deze bepaling laat immers onverlet, dat -zo de wetgever al een hogere voorziening openstelt tegen
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 1997|ECLI:NL:PHR:1997:AA2207
meen ik dat het publiekrechtelijke aspect duidelijk prevaleert. G. . Ik acht daarom art. 6, lid 1, EVRM op deze zaak niet van toepassing. H. . Voor geval Uw Raad hierover anders zou oordelen … gedaan heeft. J. . Ik meen daarom dat ook voor geval art. 6, lid 1, EVRM wel van toepassing is, de desbetreffende klacht niet tot cassatie kan leiden. K. . Derhalve faalt cassatieklacht 1
- BelastingrechtOndernemingsrecht. Enquête en het functioneren van commissarissen. Ondernemingskamer mag daarover oordelen…
Parket bij de Hoge Raad|4 juni 1997|ECLI:NL:PHR:1997:AB8819
recht op een eerlijke behandeling van hun zaak in de zin van art. 6 lid 1 EVRM. (...)" 3.9. Hof Amsterdam, Ondernemingskamer, 7 december 1989 (Verenigde Bedrijven Bredero NV), NJ 1990, 242, overwoog … partij is, komen echter de civielrechtelijke positie van de betrokkene en daarmee art. 6 lid 1 EVRM in het geding. (.. .)" 3.10.5. Bij de term "toegerekend" uit overweging 7.4 van Uw Raad annoteerde
- Civiel recht overigDe in art. 58 Rv aan de rechter gegeven bevoegdheid een advocaat/procureur persoonlijk in de proceskosten te…
Parket bij de Hoge Raad|17 oktober 1997|ECLI:NL:PHR:1997:52
motiveringsplicht een zodanige inbreuk op een fundamenteel rechtsbeginsel, zoals neergelegd in art. 6 lid 1 EVRM, vormt, dat daarvoor het bepaalde in art. 824 lid 1 terzijde moet worden gesteld
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.