14 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigArrest Hoge Raad der Nederlanden van 6 april 1999
Parket bij de Hoge Raad|6 april 1999|ECLI:NL:PHR:1999:ZD3918
april 1993 geeft geen blijk van een onjuiste uitleg van art. 6 lid 1 EVRM en is niet onbegrijpelijk.(2) Anders dan het middel stelt, behoefde het hof niet te motiveren waarom … druk van een voorgenomen strafvervolging heeft geleefd.(3) In het aangevoerde blijft art. 6 lid 1 EVRM derhalve buiten beeld. 1.3. De klacht dat het hof het eindpunt van de redelijke termijn
- Strafrecht overigTegen een machtiging van de OvJ aan de bewaarder tot vervreemding van een inbeslaggenomen voorwerp kan geen…
Parket bij de Hoge Raad|2 maart 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AB7949
mogelijkheid tot toetsing door de rechter in strijd is met het in art. 6 lid 1 EVRM aan eenieder toegekende recht op toegang tot de rechter wanneer het gaat om de vaststelling … grond van al deze voorzieningen zou ik willen aannemen dat art. 6 lid 1 EVRM zich er niet tegen verzet dat voor de beslagene niet de weg van art. 552a Sv naar
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|16 maart 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD1144
rechter van de aangezochte staat wordt aangevoerd dat in de verzoekende staat art. 6 lid 1 EVRM niet is nageleefd omdat bij de vervolging aldaar de redelijke termijn is overschreden, uitgangspunt … flagrante inbreuk op enig hem krachtens het EVRM gegarandeerd fundamenteel recht dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te ver zekeren, aan de uit het hier
- Strafrecht overigHernieuwde overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, nadat het hof op dezelfde grond tot…
Parket bij de Hoge Raad|19 oktober 1999|ECLI:NL:PHR:1999:ZD1563
schending van de redelijke termijn, doch dat deze inbreuk op art. 6 lid 1 EVRM na afweging van alle in aanmerking te nemen belangen niet tot de niet-ontvankelijkheid … toegepast, in die zin dat mede op grond daarvan een inbreuk op art. 6 lid 1 EVRM is aangenomen. De stelling dat het hof deze omstandigheid tevens ten grondslag heeft gelegd
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|16 juni 1999|ECLI:NL:HR:1999:AE8721Aangehaald in 5 uitspraken
Eerst vanaf dat tijdstip is de Nederlandse Staat gehouden te voldoen aan zijn uit artikel 1 EVRM voortvloeiende verplichting de zaak tegen de betrokkene te behandelen binnen een redelijke termijn als bedoeld
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Gravenhage|12 februari 1999|ECLI:NL:GHSGR:1999:AB0949
discutabel was. 8. De ouders hebben een beroep gedaan op artikel 8 lid 1 EVRM en aangevoerd dat zij niet in voldoende mate bij het besluit-vormingsproces betrokken werden hetgeen een inbreuk … ouders met [het kind] moet worden beschouwd, kan een beroep op artikel 8 lid 1 EVRM hen niet baten. Dan immers doet zich een geval van gerechtvaardig-de inmenging voor als bedoeld
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|16 juni 1999|ECLI:NL:HR:1999:AE8723
Eerst vanaf dat tijdstip is de Nederlandse Staat gehouden te voldoen aan zijn uit artikel 1 EVRM voortvloeiende verplichting de zaak tegen de betrokkene te behandelen binnen een redelijke termijn als bedoeld
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|23 juni 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA2797
onrechte geen rekening heeft gehouden met de in artikel 6, lid 1, EVRM vervatte eis dat de behandeling van een zaak als de onderhavige dient plaats te vinden binnen een redelijke termijn
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|17 december 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3877
geen ander doel dan aan de vader ver- wezenlijking van diens uit art. 8 lid 1 EVRM voortvloei- ende aanspraak op erkenning te onthouden, dan staat ge- noemde bepaling eraan
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|16 maart 1999|ECLI:NL:PHR:1999:ZD1144
enig hem ingevolge art. 6, eerste lid, EVRM toekomend recht dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren aan de uit het Europees Uitleveringsverdrag
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|17 december 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3877
geen ander doel dan om aan de vader verwezenlijking van diens uit art. 8 lid 1 EVRM voortvloeiende aanspraak op erkenning te onthouden, deze bepaling eraan in de weg staat die toestemming
- SocialezekerheidsrechtBodemzaakRechtbank Assen · Bodemzaak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Assen|28 januari 1999|ECLI:NL:RBASS:1999:AA3510
eerste protocol EVRM niet geschonden acht. Artikel l4 EVRM juncto artikel 1 Protocol 1 EVRM Eiseres heeft betoogd dat in artikel 67, tweede lid, Anw ten onrechte onderscheid gemaakt wordt tussen inkomen
- Strafrecht overigAntilliaanse zaak. Passieve ambtelijke omkoping door als gedeputeerde van eilandgebied Curaçao gift van Nafl…
Parket bij de Hoge Raad|14 september 1999|ECLI:NL:PHR:1999:ZD1651
opnemen van de telefoongesprekken, onder omstandigheden sprake kan zijn van een in art. 8 lid 1 EVRM verboden inmenging van enig openbaar gezag in het daar bedoelde recht. 1.10. Voor wat betreft
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 november 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3817
< ? > Nr. 4014 Besch. Mr Machielse Parket Conclusie inzake: Cameo Media Support B.V. Edelhoogachtbaar College, 1. De rechtbank te Amsterdam heeft op 21 januari 1999 het klaagschrift van verzoekster tegen inbeslagneming van onder haar berustend beeldmateriaal gegrond verklaard voorzover het de gebeurtenissen van 14…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.