8 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|18 juni 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZC2947
cassatie is ingediend door [verzoekster] zelf en is niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv., getekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk. Hieraan
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|17 december 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3875
zaak in hoger beroep was voorgelegd, deze op de voet van art. 157a lid 1 Rv in de stand van hoger beroep had behoren te verwijzen naar het hof. Nu evenwel
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 november 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3380
geen gronden zouden zijn aangevoerd. 2.3Ingevolge art. 429o lid 1 juncto art. 429d lid 1 Rv dienen in een beroepsschrift de gronden waarop het beroep rust te worden vermeld, d.w.z
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 november 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA1061
geen gronden zouden zijn aangevoerd. 2.3 Ingevolge art. 429o lid 1 juncto art. 429d lid 1 Rv dienen in een beroepsschrift de gronden waarop het beroep rust te worden vermeld, d.w.z
- BelastingrechtKasgeldconstructie. Bevoegdheid inspecteur. Dienden inspecteurs te worden aangemerkt als procespartij, zodat…
Parket bij de Hoge Raad|23 juni 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA2796
getuige is echter, voor zover die voor een partij voordelig is, beperkt (art. 213, lid 1 Rv). De vraag of een persoon met een partij moet worden vereenzelvigd zodat hij niet
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|24 december 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA4005
vrouw, aan te merken als procesverrichtingen in de zin van art. 263 lid 1 Rv. Nu de vrouw niet een désaveu-procedure tegen haar procureur heeft aangespannen, moest het Hof in hoger
- Civiel recht overigVraag onder welke voorwaarden de curator van een gefailleerde vennootschap, die voorwerp van een enquête is…
Parket bij de Hoge Raad|19 mei 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AD3051
termijn bedraagt twee maanden op grond van art. 426 lid 1 Rv. Van Rossem/Cleveringa, Burgerlijke rechtsvordering, 1972 aant. 2 op art. 285, p. 740; Veegens/Korthals Altes/Groen, Cassatie in burgerlijke zaken
- Civiel recht overigProcesrecht. Verzet tegen wijziging van eis; art. 134 (oud) Rv. Staat hogere voorziening open tegen…
Parket bij de Hoge Raad|5 februari 1999|ECLI:NL:PHR:1999:17
woonruimte , art. 28g Huurwet , art. 216 lid 2 Rv (beschikking voorlopige getuigenverhoor ), art. 824 lid 1 Rv (voorlopige voorzieningen ) en op de — voorshands nog niet in een wettelijke bepaling neergelegde — verbetering
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.