Zoekresultaten

Voor “"1 Sv"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

18 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad24 oktober 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA7792

    Mr Wortel Nr. 00082/00 Zitting 27 juni 2000 Conclusie inzake: [Verzoeker=verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Verzoeker is door het Gerechtshof te ’s-Gravenhage wegens valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een…

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad4 juli 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA6375

    behandeling van mr Bordewijk overgenomen. Op 24 augustus 1999 blijkt de aanzegging van art.435 lid 1 Sv aan verdachte te zijn betekend. Aan de raadsman is een afschrift gezonden. De raadsman reageerde … geconfronteerd in het vonnis met hem onbekende, in zijn nadeel werkende gegevens.10 Ingevolge art.417 lid 1 Sv mogen stukken waarvan de inhoud in eerste aanleg is voorgelezen of verkort medegedeeld ook voor

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad31 oktober 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA7957

    verdachte uitgereikt. Uiteraard zal de verdachte 'afstand' moeten doen van de in art. 370 lid 1 Sv gestelde termijn voor dagvaarding. Daarnaast stelt het openbaar ministerie de voorwaarde dat de verdachte bereid

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad30 mei 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA6002

    wetgever heeft niet uitdrukkelijk de sanctie van nietigheid gesteld op schending van art.495b lid 1 Sv. Dat betekent dat art.495b lid 1 Sv volgens de wetgever geen voorschrift is waarvan zich geen

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad14 maart 2000ECLI:NL:HR:2000:AA5119

    officier van justitie aanhan-gig gemaakt, zulks overeenkomstig het bepaalde in art. 258 lid 1 Sv. Vervolgens heeft de of-ficier van justitie de dagvaarding ter terechtzit-ting in eerste aanleg voor

  • Strafrecht overigHoger beroep
    Gerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Strafrecht overig

    Gerechtshof 's-Gravenhage30 juni 2000ECLI:NL:GHSGR:2000:AA6306

    gesloten. De relatieve bevoegdheid van de rechtbank te 's-Gravenhage berustte op art. 6 lid 1 Sv. De wetgever heeft met dit artikellid beoogd in geval van gelijktijdige vervolging te bewerkstelligen … standpunt niet. In deze zaak is immers gewoon de regeling vervat in artikel 6 lid 1 Sv toegepast. De hoofdofficier van justitie in het arrondissement Rotterdam heeft bovendien in zijn brief

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad1 februari 2000ECLI:NL:HR:2000:AA4717

    heeft op 31 december 1998 beroep in cassatie ingesteld. Ingevolge art. 433, eerste lid (oud)1, Sv diende dit beroep binnen een maand te worden gevolgd door een schriftuur. Blijkens het daarop

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad14 november 2000ECLI:NL:HR:2000:AA8300

    maart 1999 en de betekening van de aanzegging bedoeld in art. 435 lid 1 Sv op 8 maart 2000 één jaar is verstreken. Dit zou moeten voeren tot strafvermindering. 4. Reeds meermalen

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad23 mei 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA5880

    administratie van de Hoge Raad zijn ontvangen. De aanzegging aan verdachte conform art.435 lid 1 Sv heeft plaatsgevonden op 1 december 1999, zodat verdachte twee maanden de tijd had om een schriftuur

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad14 maart 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA5119

    officier van justitie ter terechtzitting aanhangig gemaakt, zulks overeenkomstig het bepaalde in artikel 258 lid 1 Sv. Vervolgens heeft de officier van justitie de dagvaarding ter terechtzitting in eerste aanleg voor zijn

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad11 januari 2000ECLI:NL:PHR:2000:ZD1682

    incidenteel appèl aangetekend, maar dit appèl is op 20 augustus 19999 ingetrokken (art. 453 lid 1 Sv). 3. De cassatieschriftuur van de van de procureur-generaal bevat één middel en is blijkens

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad14 november 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA8295Aangehaald in 8 uitspraken

    Nr. 00210/00 Mr Wortel Zitting: 12 september 2000 Conclusie inzake: [Verzoeker=verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft [verdachte], hierna te noemen: verzoeker, wegens; feit 1 medeplegen van: om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te…

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad27 juni 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA6307

    arrest) te worden verstaan: een vonnis waarin noch de bewijsmiddelen bedoeld in art. 359 lid 1 Sv, noch de (voor de bewezenverklaring) redengevende feiten en omstandigheden, bedoeld

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad26 september 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA7231

    laatste dag van de in de art. 437 lid 2 en 435 lid 1 Sv bedoelde termijn als faxbericht te zijner griffie is ontvangen - met het oog op de wijziging die voornoemde

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad18 januari 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA4310

    termijn van een maand die op grond van een redelijke toepassing van art. 433 lid 1 Sv (oud) aanving op 5 november 1998. 6. In zijn verweerschrift stelt verdachtes raadsman

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad18 april 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA5531

    bevatten, en dat, indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid die art. 365a lid 1 Sv biedt, de verkorte uitspraak, behoudens die bewijsmiddelen en daarop betrekking hebbende nadere overwegingen, moet voldoen

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad14 november 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA8300

    maart 1999 en de betekening van de aanzegging bedoeld in art. 435 lid 1 Sv op 8 maart 2000 één jaar is verstreken. Dit zou moeten voeren tot strafvermindering. 4. Reeds meermalen

  • Strafrecht overigHoger beroep
    Gerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Strafrecht overig

    Gerechtshof 's-Gravenhage30 juni 2000ECLI:NL:GHSGR:2000:AA6305

    veronderstelling dat het Hof als "bijzondere" voorwaarde in de zin van art. 80 lid 1 Sv in zijn schorsingsbevel heeft opgenomen dat de verdachten (gedurende de schorsing) geen strafbare feiten mogen plegen

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.