3 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|6 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE8457
bedrag van de stortingsplicht beliep. 2.3 De leden 1 en 2 van art. 2:204a BW luiden, voor zover hier van belang, als volgt: 1. Indien bij de oprichting inbreng op aandelen … stortingsplicht, in geld uitgedrukt, waaraan met de inbreng moet worden voldaan. (...) Art. 2:204a BW volgt de (nagenoeg) gelijkluidende bepaling ten aanzien van de naamloze vennootschap in art. 2:94a BW
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|3 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE2245
inbreng moet toekennen dan de waarde volgens de inbrengbeschrijving bedoeld in artikel 2:204a BW; in dat geval zal die hogere waarde ook tussen de inbrengster en belanghebbende als waarde
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|15 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8776
inbreng in civielrechtelijke zin dan wel het waarderingstijdstip van de inbrengbeschrijving waarop artikel 2:204a BW het oog heeft? 12. Nu het ingebrachte firma-aandeel vanaf 1 augustus 1993 voor rekening
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.