Zoekresultaten

Voor “"2:248 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

14 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Insolventierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht

    Parket bij de Hoge Raad8 juni 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB2053

    schadevergoeding wegens bestuurdersaansprakelijkheid op grond van de "derde misbruikwet" (voor b.v.'s: art. 2:248 BW), met als inzet de vraag wanneer kan worden gesproken van kennelijk onbehoorlijk bestuur … 2:248 BW. In de andere zaak, onder rolnummer C 99/299 HR, concludeer ik heden eveneens. 2. FEITEN 2.1. Sinds 1974 dreef Panmo Productie B.V. (hierna: Panmo) een onderneming die bestond

  • Insolventierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht

    Parket bij de Hoge Raad21 december 2001ECLI:NL:PHR:2001:AD2684

    curator de bevoegdheid acties tegen de bestuurders in te stellen op grond van art. 2:248 BW of art. 42 Fw. Wanneer de curator nalatig is, kan de individuele crediteur zich … systeem van de Faillissementswet wordt ontleend berust op de art 2:138 en 2:248 BW. Ingevolge die bepalingen kan de curator onder bepaalde omstandigheden bestuurders en andere beleidsbepalers die zich

  • InsolventierechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Insolventierecht

    Hoge Raad21 december 2001ECLI:NL:HR:2001:AD2684Aangehaald in 20 uitspraken

    ontvankelijk verklaard. Gelet op het lex specialis-karakter van de mogelijkheden die de art. 2:248 BW en 42 F. de curator bieden om acties in te stellen tegen een bestuurder, onderscheidenlijk … niet - wat het geldend maken van de vordering tegen [verweerder 1] betreft - in art. 2:248 BW, welk artikel slechts in het geval van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur

  • Insolventierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht

    Parket bij de Hoge Raad8 juni 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB2021

    schadevergoeding wegens bestuurdersaansprakelijkheid op grond van de "derde misbruikwet" (voor b.v.'s: art. 2:248 BW), met als inzet de vraag wanneer kan worden gesproken van kennelijk onbehoorlijk bestuur … heeft geformuleerd. Deze maatstaf houdt in: "dat de bepaling van art. 2:248 BW niet ziet op aansprakelijkheid voor, en dus <<bestraffing>> van, onopzettelijke

  • InsolventierechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Insolventierecht

    Hoge Raad8 juni 2001ECLI:NL:HR:2001:AB2053Aangehaald in 111 uitspraken

    heeft het Hof het volgende vooropgesteld: "(…) dat de bepaling van art. 2:248 BW niet ziet op aansprakelijkheid voor, en dus "bestraffing" van onopzettelijke domheden of beleidsfouten, die gerekend kunnen worden

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad26 oktober 2001ECLI:NL:PHR:2001:AD4804

    gefailleerd en niet kon worden uitgesloten dat de curatoren op de voet van art. 2:248 BW tot actie zouden overgaan. Verder zou de ontvanger bij hen het vertrouwen hebben gewekt

  • InsolventierechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Insolventierecht

    Hoge Raad12 januari 2001ECLI:NL:HR:2001:AA9441Aangehaald in 23 uitspraken

    aansprakelijk stelde voor de tekorten in het faillissement van EMS op grond van art. 2:248 BW. Bij vonnis van 15 maart 1995 is de vordering toegewezen. [Betrokkene A] heeft tegen

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Rechtbank Roermond · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

    Rechtbank Roermond6 september 2001ECLI:NL:RBROE:2001:AD3364

    curator heeft de vorderingen jegens de heer en mevrouw X gebaseerd op artikel 2:248 BW daartoe stellende dat zij niet hebben voldaan aan hun plicht om als (formeel respectievelijk feitelijk) bestuurder … gevoerd. De aansprakelijkheid van de heer en mevrouw X in de zin van artikel 2:248 BW staat vast en het in de zaaknr. 39345 HA ZA 00-458 gevorderde is integraal

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad26 oktober 2001ECLI:NL:HR:2001:AD4804Aangehaald in 15 uitspraken

    vordering van de Ontvanger een, op onrechtmatige daad of art. 2:138 resp. 2:248 BW gebaseerde, tegen de bestuurders van de betrokken vennootschappen gerichte, vordering van de curator in de faillissementen

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Rechtbank Utrecht · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

    Rechtbank Utrecht19 september 2001ECLI:NL:RBUTR:2001:AD4597

    vordering beroept de curator zich op de leden 1 en 7 van artikel 2:248 BW. de curator voert daartoe het volgende aan: - gedaagden sub 2 en 3 hebben, met name waar … moeten gedaagden sub 2 en 3 derhalve in zoverre voor de toepassing van artikel 2:248 BW gelijkgesteld worden met een bestuurder. 4.15. In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen

  • InsolventierechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Insolventierecht

    Hoge Raad8 juni 2001ECLI:NL:HR:2001:AB2021

    heeft het Hof het volgende vooropgesteld: "(…) dat de bepaling van art. 2:248 BW niet ziet op aansprakelijkheid voor, en dus "bestraffing" van onopzettelijke domheden of beleidsfouten, die gerekend kunnen worden

  • Insolventierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht

    Parket bij de Hoge Raad12 januari 2001ECLI:NL:PHR:2001:AA9441

    gevorderd heeft voor recht te verklaren dat [betrokkene A] op grond van art. 2:248 BW aansprakelijk is voor de tekorten in het faillissement van EMS. Tekstra heeft daartoe onder meer gesteld

  • Insolventierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht

    Parket bij de Hoge Raad27 april 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB1339

    activa en het voeren van procedures op grond van de pauliana en art. 2:248 BW (onder 9). Omtrent het belang van verzoekers verschaft het verzoekschrift volgens de curator te weinig informatie

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad4 mei 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB1429

    Nr. C 99/253 HR Mr. Mok Zitting 9 februari 2001 (bij vervroeging) Conclusie inzake [Eiser] tegen DE ONTVANGER DER RIJKSBELASTINGEN (grote ondernemingen) te Groningen Edelhoogachtbaar college, 1. FEITEN(1) 1.1. Aan Bouw- en Aannemersbedrijf [A] B.V. ([A B.V.]) is, omdat [A B.V.] in gebreke is gebleven de door haar…

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.